Recentste forumberichten 
|
30 juli 2010, 12:29
|
| In vele plattelandsdialecten van Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen kan gezegd worden dat er voor adjectieven die als substantief gebruikt worden, in welke vorm dan ook een -n toegevoegd wordt: - nen dikken - den diksten - een manneken - ... Misschien is het ook het overwegen waard om zoiets schriftelijk op te nemen en aan de spreker de uitspraak ervan over te laten. Een beetje zoals "een" en "e". Ik zou voor de leesbaarheid de "een" schrijven, maar de spreker kan natuurlijk "e" zeggen en dat zou dan als correct aanschouwd kunnen worden. In dezelfsten adem kan gezegd worden dat zo ook de eind -n van werkwoorden geschreven wordt, maar door vele Brabanders niet uitgesproken wordt. Ook dit is vrije keuze. Ik stel voor dat systeem dus gewoon verder te zetten. Dixi. |
in: Lidwoorden in het Vlaams (Vlaamse spelling en grammatica)
|
30 juli 2010, 12:26
|
| Ook me betrekking tot 't lidwoord voor ne naam: De Jan, den Bert, ... maar ook: "ons moeder, onze pa, ..." Da zijn zaken die enkel en alleen Brabants zijn. Ze lijken mij dus nie geschikt om direct uit te roepen tot Algemeen Vlaams... |
in: Lidwoorden in het Vlaams (Vlaamse spelling en grammatica)
|
30 juli 2010, 12:16
|
| Omdat mij verteld geweest is dat er vooral Brabantse invloeden zijn zou ik mijn licht eens schijnen op de grammatica. Zoals mijne naam verklapt hebbekik zo'n beetje overal gewoond/gewerkt/gezeten/... Da maakt da kik (da denkek toch graag) een redelijk goe beeld heb van 't gebruikte Verkavelingsvlaams in al die streken. Toen da'k aan't lezen was over de lidwoorden zijn er een paar dingen die toch direct gezegd moeten worden: Daar staat da voor een mannelijk woord, da begint met bv. -d, 't lidwoord "den" gebruikt kan worden. Als voorbeeld staat daar: "den draak". Ik zou der op willen wijzen dat in vele dialecten het geslacht wel ne keer kan verschillen. Dat heb ik gemerkt toen ik in Antwerpen vertoefde, waar men spreekt over "ne chic" of "ne rol", terwijl da voor de meeste Vlamingen (vooral meer naar 't Westen) compleet fout is. Daar is't "een chic" of "een rol" (met alle variaties zoals "een rolle", "e rol", "e rolle", ...) 't Zelfde geldt voor "draak". "Den draak" klinkt gewoon fout. Ik heb ook den indruk (al weetek ni waarom) da het Brabants de geslachten wa verloederd heeft. Want ook in het Duits spreken ze van "die Rolle". Omda geen enkele streek meer waard is dan een andere, moeten we misschien kijken naar het vroegere geslacht, en op basis daarvan het geslacht bepalen ? Dixi. |
in: Algemene Vlaamse woorden (Vlaamse woordeschat)
|
30 juli 2010, 12:07
|
| <<dit zou der dus mee uitgebreid kunnen worden da de lijst voor de moment ev. een beke te veel Brabants bevat, gewoon omda we vrijwel geen hulp van elders hebben gekregen>> Begrijpelijk. Ik zal trachten t' elpen waar da'k kan en tijd heb. 'k Denk da't al duidelijk is da'k geenen Brabander ben. <<Vonde 't dus ni duidelijk genoeg da 't om nen dialectklank ging die in verschillende dialecten verschillend klinkt, maar wel bijna overal word onderscheiden?>> Zoals daaronder gezegd gaat het hier toch om een Algemeen Vlaams? De klanken die in de dialecten gesproken worden zijn (jammer genoeg, maar da's een andere discussie) nog weinig gebruikt en komen in formele taal zelfs (ook al is die taal wa Vlaamser) nie meer voor. En zoals gezegd komt die [oô] klank niet overal voor. Op sommige plaatsen is dat meer een [uu] of [uû] klank. Dat is een compleet andere klank. Maar ik kan nie genoeg benadrukken da ge nu niemeer moogt uitgaan van hoe dialecten zijn. Daarvoor worden die tegenwoordig (hoe jammerlijk ook) te weinig geklapt. Ge moet u beperken tot de woorden en klanken die ingeburgerd zijn bij iedereen (ook de nieuwste generatie) en die daadwerkelijk algemeen zijn. In mijn ogen zijn het Vlaams en het Nederlands ooit redelijk gelijk geweest (in een ver verleden). Dat is niet te ontkennen. De "ge" en "gij" was vroeger ook in Nederland in gebruik. Ze hebben allebei een andere evolutie gekend, en de gelijkenissen zijn alleen kunstmatig te noemen. Niettemin zijn we op een punt gekomen in onze taalevolutie dat er feitelijk al een soort Verkavelingsvlaams bestaat dat door iedereen verstaan wordt. Ik denk dat just da Verkavelingsvlaams het beginpunt is van een Algemene Vlaamse taal, eventueel aangevuld door de dialecten, waar nodig. <<Op deze moment wor et meeste werk gedaan door nen Antwerpenaar (Krommenaas), dieje vooral feedback krijgd van ne Zweed (mij) en nog nen Antwerpenaar (Diederik), diejen onzen dialectexpert is - maar dan ("helaas") toegespitst op de Brabantse.>> Ik heb zelf wa woordenboeken liggen van verschillende Vlaamse dialecten en ben geen specialist (die prentensie hebbek nie) maar wel amateur, o.a. lid van de Gentse Sosseteit. |
in: Algemene Vlaamse woorden (Vlaamse woordeschat)
|
29 juli 2010, 23:12
|
| oh, en ik zien er zeer naar uit om uw grammaticale opmerkingen door te nemen wanneer die stillekes aan opduiken :) |
in: Algemene Vlaamse woorden (Vlaamse woordeschat)
|
29 juli 2010, 22:51
|
Jan Van Overal (29 juli 2010, 15:56)
dan zallek zeker mijn licht ne keer laten schijnen op de grammatica. Ik ben toch blij dat ge inderdaad zegt dat er een soort comité komt voor die dingen. Maar ge moet toch oppassen, want menig Vlaming is af en toe wel eens gefrustreerd om te horen/te zien dat als men het over Vlaams heeft, er voornamelijk Brabants bedoeld wordt. Het zou jammer zijn moesten mensen dit prachtig initiatief voorbijgaan, omdat ze den indruk krijgen da't ier weer om een soort veredelst Antwerps gaat. Misschien toch opletten met de "onbelangrijke" woordenlijst.
e goe puntDe lijst is verre van volledig en bevat ongetwijfeld woorden die er niet in thuis horen. Uw commentaren zijn meer dan welkom op het Woordenschat-forum.
dit zou der dus mee uitgebreid kunnen worden da de lijst voor de moment ev. een beke te veel Brabants bevat, gewoon omda we vrijwel geen hulp van elders hebben gekregen Wat de "eê" betreft kan ik u gelijk geven. Maar ik kan zeggen dat de "oô" klank die bedoeld wordt in mijn ogen al voor een groot deel niet bestaat in de Westelijke en Noordelijke dialecten van Oost-Vlaanderen. De -o kent daar niet de standaardklank van het AN, maar 't is ook geen diftong (wat - als ik het goed begrepen heb - wel aangetoond wordt met "oô").
Wat wel een feit is, is dat die dialecten een diftong kennen in de -u klank.
- gruuët, buuëm, ...
Gent (onder invloed van het Brussels) kent bijna geen enkele diftong meer.
- een beest: een biest
- groot: gruut
De (poging tot) mooie Nederlandse klank -oo resulteert dan meestal in een -o klank achter in de keel, die meer op "grot" lijkt dan op "groot".
Wat Gent betreft kan gezegd worden dat het vaak iets meer wegheeft van "groowt", met een zéér zachte -w.
Vonde 't dus ni duidelijk genoeg da 't om nen dialectklank ging die in verschillende dialecten verschillend klinkt, maar wel bijna overal word onderscheiden?Maar ik heb nog een vraag ivm de drijvende kracht achter de "websaajt" ;).
Wie is dat? En welke hulp kreeg hij of zij tot nog toe en uit welke streek?
Op deze moment wor et meeste werk gedaan door nen Antwerpenaar (Krommenaas), dieje vooral feedback krijgd van ne Zweed (mij) en nog nen Antwerpenaar (Diederik), diejen onzen dialectexpert is - maar dan ("helaas") toegespitst op de Brabantse.Verdere bronnen voor de grammaticale vergelijkingen zijn dialectbeschrijvingen (DBNL + MAND + de boeken Taal in Stad & Land) en de West-Vlaamse wikipedia. Iet wa de credibiliteit van de site mss zou kunnen verhogen is om de grammatica meh bronnen en kaarten te staven (da kan in de meeste verbuigingsvragen moeiteloos, bvb om aan te tonen of "ne[n]" al dan ni algemeen is). Ik heb onlangs e paar geschikte kaarten op 't forum gepost Gegroet.
Welkom :) |
in: Algemene Vlaamse woorden (Vlaamse woordeschat)
|
29 juli 2010, 15:56
|
| Krommenaas, dan zallek zeker mijn licht ne keer laten schijnen op de grammatica. Ik ben toch blij dat ge inderdaad zegt dat er een soort comité komt voor die dingen. Maar ge moet toch oppassen, want menig Vlaming is af en toe wel eens gefrustreerd om te horen/te zien dat als men het over Vlaams heeft, er voornamelijk Brabants bedoeld wordt. Het zou jammer zijn moesten mensen dit prachtig initiatief voorbijgaan, omdat ze den indruk krijgen da't ier weer om een soort veredelst Antwerps gaat. Misschien toch opletten met de "onbelangrijke" woordenlijst. Wat de "eê" betreft kan ik u gelijk geven. Maar ik kan zeggen dat de "oô" klank die bedoeld wordt in mijn ogen al voor een groot deel niet bestaat in de Westelijke en Noordelijke dialecten van Oost-Vlaanderen. De -o kent daar niet de standaardklank van het AN, maar 't is ook geen diftong (wat - als ik het goed begrepen heb - wel aangetoond wordt met "oô"). Wat wel een feit is, is dat die dialecten een diftong kennen in de -u klank. - gruuët, buuëm, ... Gent (onder invloed van het Brussels) kent bijna geen enkele diftong meer. - een beest: een biest - groot: gruut De (poging tot) mooie Nederlandse klank -oo resulteert dan meestal in een -o klank achter in de keel, die meer op "grot" lijkt dan op "groot". Wat Gent betreft kan gezegd worden dat het vaak iets meer wegheeft van "groowt", met een zéér zachte -w. Maar ik heb nog een vraag ivm de drijvende kracht achter de "websaajt" ;). Wie is dat? En welke hulp kreeg hij of zij tot nog toe en uit welke streek? Gegroet. |
in: Algemeen Vlaams: Uitdrukkingen (Vlaamse woordeschat)
|
29 juli 2010, 15:47
|
| "Ik ga effkes de pattatjes afgieten" (pissen ?) |
in: Algemene Vlaamse woorden (Vlaamse woordeschat)
|
29 juli 2010, 15:33
|
| Beste Jan, De woordenlijst is eigenlijk maar een bijkomstigheid, gelijk het er ook bij vermeld sta. Er is nog nauwelijks aan gewerkt, precies omda 't weinig belang heefd. Deze site draaid voorlopig rond grammatica. Ne serieuze woordenlijst kunnen we pas opstellen als we een soort comité hebben met vertegenwoordigers van alle streken, zoda we snel kunnen bepalen welke woorden in de lijst horen en welke ni. Wat de oô's en eê's betreft; die komen in verreweg de meeste dialecten wel voor in eên of andere vorm (enkel ni in Limburg). Voor d'algemene omgangstaal zijn ze wellicht verloren, daarom da we ze ook enkel willen bewaren in fonetische spelling. Wat de grammatica betreft, den hoofdmoot van deze site, alle aanmerkingen welkom! |
in: Algemene Vlaamse woorden (Vlaamse woordeschat)
|
29 juli 2010, 14:40
|
| Ik heb den indruk da veel woorden die in die lijst staan ni direct als AV in aanmerking kunnen komen. Ik heb nu in redelijk wa streken gewoond of gewerkt, waaronder Antwerpen, 't Waasland, Gent, 't Meetjesland, Brussel, Leuven en Brugge. En der staan woorden in die lijst die kik ni ken. Voor die grammatica just 't zelfde. Sommige dingen zijn een verdienstelijke poging tot Algemeen Vlaams, maar der zijn nog teveel dingen bij die te nauw aan ne regio verbonden zijn. Hetzelfde geldt voor die "oô" (al is da feitelijk voor een ander forum). In veel Vlaamse streken kent men die klank niet. In elk geval is de woordenschatlijst aan serieus wa herziening toe. Wa voorbeeldjes: afslag = prijsverlaging (Dit wordt naar mij weten zo goed als alleen gebruikt door de Brabantse dialecten) bangelijk = geweldig (idem, in het bijzonder Antwerps) bedot (m.) = verstoppertje (Wordt volgens mij helemaal niet gebruikt in Limburg en grote Brabantse streken. Beter zou zijn: verstopperke). beuzelen = liegen (nog nooit gehoord - ik zou dus niet weten waar het van komt) beuzelaar (m.) = leugenaar (idem) beziens, ~ hebben = bekijks hebben (het gebruik van "zien" ipv "kijken" is typisch Brabants en komt bijna nergens anders voor) binnendoen = tongzoenen (idem - in Oost- en West-Vlaamse regiolecten gebruikt men "bekken, muilen, lekken, een tong draaien, ...) binnendraaien = tongzoenen (idem) blotte (m.) = kaalkop (ook nog nooit van gehoord, en de origine is mij een raadsel. In bv. Oost-Vlaanderen gebruikt men gewoon "kletskop" of "kaalkop") boecht (m.) = walgelijke drank (Klankverschil. Dit is ook typisch Brabants. Elders zegt men sneller "bocht" of "bucht") boeleke (o.) = baby (Voornamelijk Brabants) boke (o.) = boterham (Dit is ook voornamelijk Brabants. Elders zegt men bv. "bootse", botram, botteram, ...) beuzze, ~ geven = gas geven ("gas geven" op zich is eigenlijk niet echt gebruikt in Nederland. Beuzze of buzze geven komt voornamelijk voor in Oost-Vlaanderen en sommige delen van West-Vlaanderen). echtig = echt (Brabants - vooral Antwerps) Ik wil maar zeggen dat in den "effor" om een Algemeen Vlaams te maken der hier duidelijk overdreven wordt in het opnemen van Algemeen Vlaamse woorden. Ik dierf eigenlijk al niemeer gaan kijken naar de sectie over "Algemene dialectwoorden" (contradictio in terminis?). Vooraleer er dus een woord in die lijst opgenomen wordt is het cruciaal dat daar serieus over gebabbeld wordt. 't Is duidelijk dat er hier maar een selectie staat, 'k kon ze der moeilijk allemaal opzetten. Ik ben voorstander van een AV, maar ge moet zoiets serieus aanpakken vanin't begin. En der nie voor zorgen dat ge der naast zit (zoals geen algemene woorden gebruiken maar wel beweren dat ze da zijn). Want wa mij direct opvalt is dat-er véél Brabants in voorkomt. Zo gaade nooit de mensen van andere provincies meekrijgen. Het algemene beleid zou volgens mij als volgt moeten zijn: Baseer u niet alleen op regio- en dialecten, maar ook ten dele op de standaardtaal die bij veel mensen al ingeburgerd is. Klanken als "oô" komen zeker nie overal voor, laat dat dan vallen. Zorg voor een haalbaar project waar voornamelijk met woordenschat en grammatica gewerkt wordt. Ik denk dat qua klanken het overgrote deel behouden moet blijven. De klankverscheidenheid in Vlaanderen is namelijk té groot. Groetjes, Jan Van Overal |
in: Aanwijzende voornaamwoorden (Vlaamse spelling en grammatica)
|
23 juli 2010, 13:41
|
| zelfst. deze In Oostvlaanderen zagen wij, dat bij het bijvoeglijk gebruik dees de vorm was voor het vrouwelijk. Maar dit dees verdwijnt weer bij zelfstandig gebruik, om plaats te maken voor deze; men krijgt nu dezelfde isoglosse als voor de mijne: dus ten Westen van de lijn: Kloosterzande, St. Gilles Waes, Dendermonde, Geeraardsbergen zegt men: de deze in het vrouwelijk; ten Oosten daarvan: de dees. De conclusie is dus, dat de deze in het mannelijk en vrouwelijk volkomen aansluit bij de mijne. Voor het onzijdig gebruikt men denzelfden vorm als voor het bijvoeglijk gebruik, dus dĭ, dit of 't dees, maar dikwijls versterkt door ĕ of n-achtervoeging: dit laatste vooral in den Noord-Oosthoek van ons land. |
in: Aanwijzende voornaamwoorden (Vlaamse spelling en grammatica)
|
23 juli 2010, 13:35
|
![]() Als ik 't goe lees: Limburg: dee, die dat Brabant/Antwerpen: den dieë, de die, dat Z-Brabant: den dane, de dei, dat O-Ovl: den dieën, de dieë, dat W-Ovl: den dienen, de dieë, dat Wvl: den dien, de die, dat In het Zuiden zien wij dan overal de drie geslachten optreden. West- en Oost-Vlaanderen hebben weer het mannelijk genus gemarkeerd door n-aanvoeging. In West-Vlaanderen is de grondvorm die, dus daar krijgt men nu naast elkaar: mannelijk: den dien, vrouwelijk: de die, onzijdig: dat. Oost-Vlaanderen valt in twee gebieden uiteen: het Westen geeft, zooals wij bij het adjectivische die zagen, het mannelijk dubbel aan: diene, en heeft nu hier ook een dubbele mannelijkheidsaanduiding: dus naast elkaar: den dienen, de dieje, dat4). In St. Gilles Waes, Beveren, St. Nicolaas zegt men inplaats van den diejen: den dēn. |
in: Bezittelijke voornaamwoorden (Vlaamse spelling en grammatica)
|
23 juli 2010, 13:32
|
http://dbnl.org/tekst/_taa011193801_01/_taa011193801_01_0025.php![]() In Zeeuwsch Vlaanderen begint echter weer het regelmatige genus-onderscheid voor de drie geslachten. Voor het mannelijk kloppen de grenzen volkomen: onze kaart lijkt wel een copie van die voor het bijvoeglijk naamwoord. Ook het vrouwelijk geeft niet veel verrassing: alleen is de grens tusschen de mijn en de mijne iets naar het Westen verschoven: hier loopt die grens n.l. ten Oosten van Everbeke, Geeraardsbergen, Vlierzele, Wetteren, Zele, St. Nicolaas, Stekene, Axel. In het neutrum is echter een belangrijk verschil: in plaats van het mijn, dat wij overal zouden verwachten, heeft hier bijna heel Oost- en West-Vlaanderen: 't mijne, en het sluit daarbij aan bij het overgroote gebied in Holland, dat overal de zelfde rolverdeeling heeft. De grens loopt in Vlaanderen precies gelijk met de apocopeeringsgrens: de twee vormen zullen elkaar dus wel hebben beïnvloed; in Vlaanderen heeft men dus: mann. den mijnen: vr. de mijne, onz. 't mijne. In de rest van 't apocopeeringsgebied - (dat dezen keer heel Noordbrabant bevat, - den Klundertschen hoek inbegrepen en tot Groesbeek in Gelderland reikt): de mijne, de mijn, 't mijn. In het Oosten hebben wij natuurlijk weer accentverschil tusschen de mijn en 't mijn, waardoor een drie-geslachten-onderscheid ontstaat, in Limburg nog sterker geaccentueerd als de mijne, de mijn, 't mijnt. Opmerking verdienen nog de vormen te mijnent, te zijnent, bij mij of bij hem aan huis, die in heel veel dialecten nog blijken voor te komen. In Stekene, St. Gillis Waes en in Zele komen zij nog voor als tot mijnent, juist als Middelnederl. tot mijnent, waardoor nog eens wordt bevestigd, dat de schrijfwijze te mijnent, te onzent, waarschijnlijk ouder is dan de anticipatie ten mijnent, ten onzent. Van de andere uitdrukkingen moeten vermeld worden: te meines in het Zuiden van Belgisch Limburg (Zoutleeuw en Hasselt) en de contaminatie-vorm: te mijnest in Oostham en Beeringen. Voor te hunnent heeft Limburg: te hunnes (Zoutleeuw, Glabbeek, Hasselt, Peer) en te hunnest (in de plaatsen ten Westen en Noorden daarvan: Boutersen, Lubbeek, St. Joris-Winghe, Beeringen, Tessenderloo, Oostham) en 't ölders (in heel West-Vlaanderen en een stuk van Oost-Vlaanderen). Hoe is hier echter die s te verklaren? Is het een genitief-s of een accusatief-s, die er later bijgekomen is, evenals in ‘van Mietjes’ in Noord-Brabant ook een accusatief-s zit, zooals wij later zullen zien? De onbewuste vergelijking met het Engelsch: at Johnson's, at Miller's enz. zou zeker de verklaring suggereeren: 't ölders, te mines enz. beteekenen niets anders dan: ‘te mijnen huize’, zooals ook te mijnent altijd wordt verklaard. Maar waar komt hier dan ineens die genitief vandaan? ‘te mijn’ zou immers al even duidelijk zijn, en is bovendien van huis uit zelf een genitief. Voor de tweede verklaring is meer te zeggen: dat de oorspronkelijke genitief-s tot accusatief-s wordt, is al in het Middelnederlandsch geen zeldzaamheid, en ook in de tegenwoordige dialecten komt het nogal eens voor, zooals wij verderop nog zullen zien. Opm. II: Evenals bij 't klein als zelfstandig adjectief tegenover bijvoeglijk klei in het onzijdig, treedt hier weer 't mijn op tegenover mij kind. De oude genitief-n schijnt dus gevoeld te worden als een middel om iets zelfstandig te maken, zooals op de Zeeuwsche eilanden ook heel duidelijk uitkomt. Dit herinnert weer aan het Engelsche mine tegenover my: my father, my uncle, it is mine. Ook daar heeft men de n, die oorspronkelijk een phonetisch verschijnsel was, juist als a father tegenover an uncle, gevoeld als functiedrager: zij kan van bijvoeglijke woorden zelfstandige maken. Een aardig bewijs daarvoor hebben we hierin, dat zij in ‘vulgar speech’ achter woorden gezet wordt, waar zij oorspronkelijk heelemaal niet thuis hoort, om ze te onderscheiden van bijvoeglijke: zoo hebben wij in attributief gebruik: his father, her uncle, your bike, their parents, maar in predicatief gebruik: it is his'n, hern, yourn, theirn: He that prigs what is'nt hisn, when he 's cotched is sent to prison. She that prigs what is'nt hern at the treadmill takes a turn. Zoo zal ook de t van 't zijnt wel moeten verklaard worden, evenals b.v. de vorm rood (zelfstandig) tegenover roo, (neutr.-sing. adj.) die ook in een groot deel van Zuid-Nederland verspreid is. Men denke verder aan ‘'t is nieuwt’ dat over heel Nederland is verspreid. |
in: Aanwijzende voornaamwoorden (Vlaamse spelling en grammatica)
|
23 juli 2010, 11:49
|
| dit, deze, dees http://dbnl.org/tekst/_taa011193701_01/_taa011193701_01_0049.php ![]() Ik denk dad der bij dad hoeksken in West-Vlaanderen "deze;dees/deze;dit" sta Vrouwelijk "dees" is dus zowad den enigsten dialectvorm in de dialecten. Vercoullie zegt zelfs dat het eenige aanwijzend voornaamwoord voor het Westvlaamsch is: die, en men voor de rest bijwoorden: hier, daar, gunter (ginder), gebruikt. Dit huis kan men dus in het Westvlaamsch uitdrukken door: dat huis hier; dat huis door: dat huis gunter, of dat huis daar. In Fransch-Vlaanderen gebruikt men echter weer: deze(n). Voor de vrouwelijke e-apocopeering: dees voor deze, beleven wij niet veel verrassingen meer na de kaart voor onze. dieje/die/da ![]() De verbuiging hebben we al gedeeltelijk aangegeven. Het Noorden (gebied III en IV op de kaart van het bepaald lidwoord) verbuigt precies als het bepaalde lidwoord. Ook West-Vlaanderen doet hier mee, dus hier geldt het systeem: mannelijk: die(n), vrouwelijk: die, onz.: dat. Maar in Oost-Vlaanderen begint het systeem, dat wij ook bij de bezittelijke voornaamwoorden hebben leeren kennen; een aparte vorm voor het mannelijk, het vrouwelijk en het onzijdig. Precies homogeen is het gebied niet. Behalve het Limburgsche gebied, dat wij boven aangaven, en dat verbuigt: dee (of dèè) man, die vrouw, dat kind, heeft het overgroote gebied: dieje man, die vrouw, da(t) kind. Hier rijst natuurlijk de vraag: Is dieje ontstaan naar analogie van de andere pronomina, b.v. onze, of is die in het vrouwelijk ontstaan naar analogie van ons, m.a.w.: wat is primair: dieje of die? Het Middelnederlandsch geeft hier geen oplossing: Gewoonlijk wordt tegenwoordig in de Middelnederlandsche teksten die uitgesproken als di, maar dat het niet in veel gevallen dieje zou moeten zijn, is even bezwaarlijk te ontkennen als te bewijzen. In Oost-Vlaanderen treffen we een soort contaminatievorm aan tusschen dien en dieje n.l. diene; de verbuiging is daar: diene man, die vrouw, dat kind. De grens loopt ongeveer gelijk met de West-Vlaamsche grens - Maldeghem en Knesselaere in het Noorden en Anseghem en Oudenaarde in het Zuiden volgen het Westvlaamsch systeem - de noordgrens wordt gevormd door de Zeeuwschvlaamsche grens, de oostgrens door de plaatsen St. Nicolaas, Vlierzele, Zotteghem en Nukerk. Ook in Noord-Brabant hebben eenige plaatsen - Helmond, Heeze - dit systeem naast die. Het Zuidbrabantsche gebied is reeds bekend: dane man, dee (dei) vrouw, da kind. zulk/zo een West-Vlaanderen, en in het algemeen Zuid-Nederland heeft er dan ook in het enkelvoud een bijwoord van gemaakt, en het verbuigingssysteem is precies als dat van zoo'n: een bijwoord met het onbepaald lidwoord. In West-Vlaanderen heeft men dus in alle geslachten: zulk 'n, maar in het Oosten van West-Vlaanderen en verder in het Zuiden: zuk ne man, zuk 'n vrouw, zuk e kind. Noord-Brabant vormt een overgangsgebied, zoowel wat den vorm als wat de verbuiging betreft. In West-Brabant komt naast zuk ook zulk voor, en naast de verbuiging: zuk ne, zuk 'n ook: zulke(n), zulke, zulk, dus de gewone pronominale verbuiging. Naast zuk 'n of zulk 'n is echter de verbinding zoo'n algemeen. Wij zagen trouwens al aan de verbuiging, dat zulk, dat oorspronkelijk ‘zoo-(ge)lijk’ beteekent, in sommige gevallen synoniem is geworden met zoo. In West-Vlaanderen, waar zooals wij zagen het onbepaald lidwoord niet 'n, maar e is, is ook de verbinding niet zoo'n, maar zooë. Volgens Vercoullie is er een apart distinctief van het vrouwelijk, zoodat de verbuiging wordt: zooë man, zooën vrouw, zooë kind, zooë kinderen. In Vlaanderen, Antwerpen en Brabant komt een contaminatievorm voor: zoo'n danige. Eigenaardig zijn ook in Oost-Vlaanderen de vormen: a zukkene, e zukken een, e zoo een, waaraan wij weer zien, dat zulk en zoo synoniem zijn geworden, en dat men van zulk een een soort bijvoeglijk naamwoord maakt, precies als elders van wat voor een: dit wordt n.l. op verschillende plaatsen in Noord-Brabant heelemaal als een bijvoeglijk naamwoord gevoeld, zoodat men er nu spreekt van: ene waffere mensch, in de beteekenis van: wat voor een man. Wij komen er bij de behandeling van het vragend voornaamwoord op terug. Toch moeten wij opmerken, dat in Oost-Vlaanderen het voorgevoegde e of a altijd onverbogen blijft, zoodat ook een andere oorsprong mogelijk is. Zou a zukkene misschien met mnl. alsulc samenhangen? |
in: Lidwoorden (Vlaamse spelling en grammatica)
|
22 juli 2010, 19:51
|
![]() |
in: Lidwoorden (Vlaamse spelling en grammatica)
|
22 juli 2010, 19:50
|
![]() |
in: zèn der mènse di_j gère wa Bèèrs leze? (Vlaamse dialecten)
|
12 juli 2010, 14:14
|
| 'k zou alleen ë schrijven waar ge nu (eu) schrijft |
in: zèn der mènse di_j gère wa Bèèrs leze? (Vlaamse dialecten)
|
9 juli 2010, 15:34
|
| aan Doederik: ja er zijn gelukkig nog veel mensen die Bèèrs klappe, maar ik vrees er een beetje voor op termijn..Beerse is een verstedelijkt dorp met heel veel inwijkelingen. aan Grytolle en aan Krommenaas: een typisch Bèèrs gezegde is 'h(eu) (eu)' en betekent 'ja ja' hoe zou je dat dan schrijven?.. moppë, kaëkë schraëvë kunnë... voor 'kaëke en 'schraëve' misschien wel.. maar niet voor 'moppe'...trouwens ik schrijf moppe nie met een (eu), ik vind als de 'e' normalerwijze dof klink, hoef je niks speciaals moet doen. |
in: zèn der mènse di_j gère wa Bèèrs leze? (Vlaamse dialecten)
|
7 juli 2010, 23:09
|
| idd! 'k em oewe site al dikkels bezien en der ston daar veul toffe woordjes oep mor de (eu) is inderdaad de klaenk diejen a-g-et et miëst onleesbaar mokt. oe sta-g-et trouwes nog mè et Beërs? zen der nog mense die a' da klappen of is dad al miër of minder uitgestörven ondertusse? |
in: zèn der mènse di_j gère wa Bèèrs leze? (Vlaamse dialecten)
|
7 juli 2010, 17:58
|
| moppë, kaëkë schraëvë kunnë ..dan toch? |





