Aanwijzende voornaamwoorden
pag. 1 2
| 24 september 2009, 20:09
|
| raar.. ik hoorde heel veel "dees", zeker in 't meervoud ten tussentaalsen huize van acker omda' ze zoveel gebruikt word ipv dit/deze, aldus nychus en epyh |
| 14 december 2009, 21:51
|
| 'k heb nu nen tijd diej gebruikt, iirc waarde gijle voor dieje. nog altijd sterke voorkeur daarvoor? |
| 14 december 2009, 22:08
|
| ik heb ook diej nu ne langen tijd gebruikt, en het vald wel mee, maar zodra da'kik per ongeluk "dieje" schrijf of da'kik iemand anders het zien schrijven voel et nog alt veel beter aan.. dus ja een tamelijk sterke voor mij part |
| 15 december 2009, 13:37
|
| 'k gaan is nen tijd dieje gebruiken om te vergelijken |
| 16 december 2009, 12:35
|
| hoera! |
| 20 december 2009, 23:27
|
| kan nog leven meh dieje(n) voor aanwijzende voornaamwoorden, maar voor betrekkelijke voornaamwoorden lijk et zo raar. wrschl omda der daar geen equivalent dienen is. de man diejen op tijd was vinde gulder da ni raar? |
| 21 december 2009, 09:57
|
| ik vind zowizo de man diên op tijd was raar, in welke spelling dan ook et woord wel mannelijk verbuigen maar zonder "(d)a[d]" er erachter te plakke zou ek zelf ni doen de man diejen ad op tijd was de man dad op tijd was of als ge dan schoner wilt spreke en die (d)a[d] wilt weglate dan wor et bij mij iig automatisch de man die op tijd was das wel alleen op persoonlijk gebruik gebaseerd, oe ander mense et zegge moet ek nog is wa meer op lette |
| 21 december 2009, 16:03
|
| ik ben tamelijk zeker da 'k gewoon "dieje(n)" als betrekkelijk voornaamwoord heb gehoord... ik zien niks raar aan die spelling da' ga' zowiezo altijd "da(d)" worren op den duur, dus geen probleem eigenlijk :p |
| 21 december 2009, 20:11
|
| 'k ben nu aan m'n romantaal aan 't denken, daar is dieje da of altijd da geen optie. 'k vind de man dieje te laat was raar omda 'k er 2 lettergrepen in blijf zien, wa bij wederkerende vnw echt ni kan. enfin 'k probeer het verder uit. |
| 23 juli 2010, 11:49
|
| dit, deze, dees http://dbnl.org/tekst/_taa011193701_01/_taa011193701_01_0049.php ![]() Ik denk dad der bij dad hoeksken in West-Vlaanderen "deze;dees/deze;dit" sta Vrouwelijk "dees" is dus zowad den enigsten dialectvorm in de dialecten. Vercoullie zegt zelfs dat het eenige aanwijzend voornaamwoord voor het Westvlaamsch is: die, en men voor de rest bijwoorden: hier, daar, gunter (ginder), gebruikt. Dit huis kan men dus in het Westvlaamsch uitdrukken door: dat huis hier; dat huis door: dat huis gunter, of dat huis daar. In Fransch-Vlaanderen gebruikt men echter weer: deze(n). Voor de vrouwelijke e-apocopeering: dees voor deze, beleven wij niet veel verrassingen meer na de kaart voor onze. dieje/die/da ![]() De verbuiging hebben we al gedeeltelijk aangegeven. Het Noorden (gebied III en IV op de kaart van het bepaald lidwoord) verbuigt precies als het bepaalde lidwoord. Ook West-Vlaanderen doet hier mee, dus hier geldt het systeem: mannelijk: die(n), vrouwelijk: die, onz.: dat. Maar in Oost-Vlaanderen begint het systeem, dat wij ook bij de bezittelijke voornaamwoorden hebben leeren kennen; een aparte vorm voor het mannelijk, het vrouwelijk en het onzijdig. Precies homogeen is het gebied niet. Behalve het Limburgsche gebied, dat wij boven aangaven, en dat verbuigt: dee (of dèè) man, die vrouw, dat kind, heeft het overgroote gebied: dieje man, die vrouw, da(t) kind. Hier rijst natuurlijk de vraag: Is dieje ontstaan naar analogie van de andere pronomina, b.v. onze, of is die in het vrouwelijk ontstaan naar analogie van ons, m.a.w.: wat is primair: dieje of die? Het Middelnederlandsch geeft hier geen oplossing: Gewoonlijk wordt tegenwoordig in de Middelnederlandsche teksten die uitgesproken als di, maar dat het niet in veel gevallen dieje zou moeten zijn, is even bezwaarlijk te ontkennen als te bewijzen. In Oost-Vlaanderen treffen we een soort contaminatievorm aan tusschen dien en dieje n.l. diene; de verbuiging is daar: diene man, die vrouw, dat kind. De grens loopt ongeveer gelijk met de West-Vlaamsche grens - Maldeghem en Knesselaere in het Noorden en Anseghem en Oudenaarde in het Zuiden volgen het Westvlaamsch systeem - de noordgrens wordt gevormd door de Zeeuwschvlaamsche grens, de oostgrens door de plaatsen St. Nicolaas, Vlierzele, Zotteghem en Nukerk. Ook in Noord-Brabant hebben eenige plaatsen - Helmond, Heeze - dit systeem naast die. Het Zuidbrabantsche gebied is reeds bekend: dane man, dee (dei) vrouw, da kind. zulk/zo een West-Vlaanderen, en in het algemeen Zuid-Nederland heeft er dan ook in het enkelvoud een bijwoord van gemaakt, en het verbuigingssysteem is precies als dat van zoo'n: een bijwoord met het onbepaald lidwoord. In West-Vlaanderen heeft men dus in alle geslachten: zulk 'n, maar in het Oosten van West-Vlaanderen en verder in het Zuiden: zuk ne man, zuk 'n vrouw, zuk e kind. Noord-Brabant vormt een overgangsgebied, zoowel wat den vorm als wat de verbuiging betreft. In West-Brabant komt naast zuk ook zulk voor, en naast de verbuiging: zuk ne, zuk 'n ook: zulke(n), zulke, zulk, dus de gewone pronominale verbuiging. Naast zuk 'n of zulk 'n is echter de verbinding zoo'n algemeen. Wij zagen trouwens al aan de verbuiging, dat zulk, dat oorspronkelijk ‘zoo-(ge)lijk’ beteekent, in sommige gevallen synoniem is geworden met zoo. In West-Vlaanderen, waar zooals wij zagen het onbepaald lidwoord niet 'n, maar e is, is ook de verbinding niet zoo'n, maar zooë. Volgens Vercoullie is er een apart distinctief van het vrouwelijk, zoodat de verbuiging wordt: zooë man, zooën vrouw, zooë kind, zooë kinderen. In Vlaanderen, Antwerpen en Brabant komt een contaminatievorm voor: zoo'n danige. Eigenaardig zijn ook in Oost-Vlaanderen de vormen: a zukkene, e zukken een, e zoo een, waaraan wij weer zien, dat zulk en zoo synoniem zijn geworden, en dat men van zulk een een soort bijvoeglijk naamwoord maakt, precies als elders van wat voor een: dit wordt n.l. op verschillende plaatsen in Noord-Brabant heelemaal als een bijvoeglijk naamwoord gevoeld, zoodat men er nu spreekt van: ene waffere mensch, in de beteekenis van: wat voor een man. Wij komen er bij de behandeling van het vragend voornaamwoord op terug. Toch moeten wij opmerken, dat in Oost-Vlaanderen het voorgevoegde e of a altijd onverbogen blijft, zoodat ook een andere oorsprong mogelijk is. Zou a zukkene misschien met mnl. alsulc samenhangen? |
| 23 juli 2010, 13:35
|
![]() Als ik 't goe lees: Limburg: dee, die dat Brabant/Antwerpen: den dieë, de die, dat Z-Brabant: den dane, de dei, dat O-Ovl: den dieën, de dieë, dat W-Ovl: den dienen, de dieë, dat Wvl: den dien, de die, dat In het Zuiden zien wij dan overal de drie geslachten optreden. West- en Oost-Vlaanderen hebben weer het mannelijk genus gemarkeerd door n-aanvoeging. In West-Vlaanderen is de grondvorm die, dus daar krijgt men nu naast elkaar: mannelijk: den dien, vrouwelijk: de die, onzijdig: dat. Oost-Vlaanderen valt in twee gebieden uiteen: het Westen geeft, zooals wij bij het adjectivische die zagen, het mannelijk dubbel aan: diene, en heeft nu hier ook een dubbele mannelijkheidsaanduiding: dus naast elkaar: den dienen, de dieje, dat4). In St. Gilles Waes, Beveren, St. Nicolaas zegt men inplaats van den diejen: den dēn. |
| 23 juli 2010, 13:41
|
| zelfst. deze In Oostvlaanderen zagen wij, dat bij het bijvoeglijk gebruik dees de vorm was voor het vrouwelijk. Maar dit dees verdwijnt weer bij zelfstandig gebruik, om plaats te maken voor deze; men krijgt nu dezelfde isoglosse als voor de mijne: dus ten Westen van de lijn: Kloosterzande, St. Gilles Waes, Dendermonde, Geeraardsbergen zegt men: de deze in het vrouwelijk; ten Oosten daarvan: de dees. De conclusie is dus, dat de deze in het mannelijk en vrouwelijk volkomen aansluit bij de mijne. Voor het onzijdig gebruikt men denzelfden vorm als voor het bijvoeglijk gebruik, dus dĭ, dit of 't dees, maar dikwijls versterkt door ĕ of n-achtervoeging: dit laatste vooral in den Noord-Oosthoek van ons land. |
pag. 1 2


