Lidwoorden
1
| 27 februari 2011, 18:18
|
| 27 februari 2011, 19:40
|
stijfvreter (27 februari 2011, 12:44)
Doederik,
Neenee, de "-e(n)"-uitgang is oorspronkelijk (en dat is dus het Middelnederlands) de uitgang voor het masculiene genus. Voor de duidelijkheid: dat betekent dat de "-e(n)"-uitgang bij ALLE masculiene woorden voorkwam, ook die zonder "b", "h", "d", "t" (en vocaal) als beginletter: "nen goeden gast", "nem braven mensch", etc.
Vervolgens zijn door het proces dat "deflexie" heet alle uitgangen afgesleten, maar in de Zuid-Nederlandse dialecten is dat proces onvolledig geweest: de "-n" is blijven staan voor de "b", "h", "d", "t" (en vocaal). Echter, het is daarbij altijd blijven gaan om enkel de masculiene woorden.
Ter vergelijking: bij de onzijdige woorden is er gewoon nooit een uitgang geweest, ook niet in het Middelnederlands: daar is het altijd "e schoo kindeke" en "e schoo hert" geweest - of ook "gee dagske": die "geen dagske" van jou (met "-n", dus) is de vorm die we overgenomen hebben vanuit het Standaardnederlands.
Ik beweer ook niet dat dat het onzijdig NEN UITGANK -en had; maar in sommigte woorden eindigde de stam toevallig op een -n, gelijk het artikel 'een', 'geen' en adjectieven met lange klinker gelijk als 'klein' en 'schoon'. En dat die -n voor onzijdige woorden wegsleet is wél hetzelfste proces als die van de -en bij mannelijke accusatiefvormen en heit oorspronkelijk dus ook dezelfsten dbth-regel gevolgd, gelijk nog in het meeste van het Brabants. Maar een kleinder gebied heit dus de n-loze vormen gegeneraliseerd, en het grootste deel van het gebied dat 'e' heit als onzijdig lidwoord volgd nog den oorspronkelijke dtbh-regel. Stellen dat "geen dagske" uit het AN is overgenomen is te zot; in het modern ZO-Vlaams-Brabants misschien wel aangezien dat daar eerst ne vorm "gee dagske" is tussengekomen, maar in het Antwerps en ZW-Brabants is de -n nooit weggevallen voor de d- dus is "geen daggeske" den autochtone vorm die volledig zonder ABN te verklaren is. (en gelijk de Grytolle steld, heit idd. het Middelnederlands hier niet veul mee te maken, want daar is "geen kind" en "schoon kind" de norm) Den 'uitgank' in "geeN kind" is technisch genen uitgank want deel van de stam; dus dat het hier niet om ne mannelijken accusatiefuitgank gaat besef 'kik maar al te goed maar da's geen argument tegen het feit dat zowel stam-medeklinkers als uitgangs-medeklinkers 1 en hetzelfste historisch klankmatig proces kunnen ondergaan. Gelijk dat de STAM-en in "wagen" (auto) op dezelfste manier als de UITGANGS-en in "kopen" (to buy) kunnen wegvallen ook al is het 2de nen infinitief en het eerste deel van het enkelvoudig stamwoord "wagen". |
| 28 februari 2011, 20:09
|
| Doederik, Tja, dat was dan het andere punt, dat ik er in mijn eerste antwoord niet coherent tussenkreeg: er moet nog een onderscheid gemaakt worden tussen de uitgang "-e(n)" - waarop de bhdt-regel van toepassing is - en stammen eindigend op "n" (zoals "geen", "schoon", etc.). Want uiteindelijk heeft het repercussies op de analyses die we maken. Vandaar maar als vraag: is het dan voor Antwerpenaren volstrekt onmogelijk om "gee dozeke" (dus, zonder stam-"n") te zeggen? |
| 1 maart 2011, 09:43
|
stijfvreter (28 februari 2011, 20:09)
Vandaar maar als vraag: is het dan voor Antwerpenaren volstrekt onmogelijk om "gee dozeke" (dus, zonder stam-"n") te zeggen?
Ja. Voor Antwerpenaren (en de rest van de provincie) is het altijd gin dozeke, ik heb gi geld, e kind maar een dak. In 't dialect wordt diê regel in ieder geval 100% consequent toegepast. |
| 30 juli 2011, 00:27
|
| is 't "geen ene[n]..." of "genen ene[n]..."? |
| 30 juli 2011, 00:58
|
| voor mij 'genen ene[n]' |