Lidwoorden
pag. 1 2 3 4
10 november 2009, 22:18
Grytolle
Grytolle (10 november 2009, 20:54)
Veel de[n] + weekdag gehoord in Gent (dus van West-Vlamingen en nen enkelen Oost-Vlaming)
M'n Oost-Vlaams informantje, epyh, vin et ook doodnormaal
17 november 2009, 00:41
Grytolle
Grytolle (17 juli 2009, 21:14)
vorige discussie: of we "een" moeten vermelden als meervoudig lidwoord, in z'n beperkt gebruik
een zotte negen euro
een goei drij maanden veur da 'k ou nog eêns kan vulen

22 juli 2010, 19:50
Grytolle

22 juli 2010, 19:51
Grytolle

25 december 2010, 16:54
Grytolle
vb: http://vls.wikipedia.org/wiki/Winter

Op de westvlaamsche wiki zien kik dikwijls da 'n gebruikt word als mannelijk bepaald lidwoord ongeacht de volgende klank... Kende gijle dad uit de dialectkunde ofzo?
25 december 2010, 18:29
Doederik
Daweitukiekniesunnuh!

Bhalven als het een soort reductie is van d'n > 'n ofsjow... vgl op de kaart in de post ier jsut boven, toch in et Achterhoeks (et oostelijk NL stukske datter nog aanhangt en waarda het "'n arm" is ipv "den")
Maar das puur ne gok dus ge kun et beter aan oew Westvlaminkskes vrage peis ek.
3 februari 2011, 15:35
Grytolle
Doederik (8 november 2009, 14:05)
Da bôte vrouwelijk zouwe mutte zijn vin ek toch zôwizô ne stoemme regel, ook in 't Engels alsof da' ge "she" zou mutte zegge over nen boôt...
 
Veul ander bôte kan ek nu ni bedenke maar ik neem aan dad ook de Mercator ne mannelijken boôt is.
 
http://dbnl.org/tekst/_taa006189301_01/_taa006189301_01_0075.php
25 februari 2011, 15:36
Anoniem
ps: Uit dit artikel uit De Morgen (http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1227848/2011/02/25/Belgie-deel-van-onze-Vlaamse-identiteit.dhtml) blijkt dat dit in het Brussels ook het geval is.

Quote: "ik zen 'nen echten bastoed, e zinneke"
25 februari 2011, 15:41
Anoniem
Oeps, blijkbaar is mijn eerste post er niet doorgekomen.

Het gaat om het lidwoord "e" voor onzijdige woorden. Dat wordt bij ons (in Aarschot) gedaan voor alle onzijdige woorden, behalve voor klinkers. (En de letter "h": die spreken we niet uit, dus kan zo'n woord ook als beginnend met een klinker beschouwd worden.)

Enkele voorbeelden: e boeleke, e dozeke, e potteke, e talloreke, een appelke, een huizeke

Ik weet dus niet hoe ver dit gebruik ingeburgerd is, maar blijkbaar gaat het dus van Aarschot (bovenaan Vlaams-Brabant, tegen provincie Antwerpen) tot Brussel.
25 februari 2011, 16:52
Grytolle
dus ni "een boeleke, een dozeke, een taloreke" volgens den bdth-regel?
25 februari 2011, 17:07
Anoniem
Binnen Vlaams-Brabant lijken er toch wat uitzonderingen te zijn, ja.
25 februari 2011, 17:31
stijfvreter
dus ni "een boeleke, een dozeke, een taloreke" volgens den bdth-regel?


Oppassen: de bdth-regel is alleen van toepassing op MASCULIENE woorden!
Dus: "nen dommerik", maar wel degelijk "e dozeke".
25 februari 2011, 17:44
Grytolle
ni in 't Antwerps tenminste :o

http://nl.wikipedia.org/wiki/Antwerps#n-deletie
25 februari 2011, 19:57
stijfvreter
Grytolle (25 februari 2011, 17:44)
ni in 't Antwerps tenminste :ohttp://nl.wikipedia.org/wiki/Antwerps#n-deletie

Jamaar, dat gaat over het WEGVALLEN van de "-n" (daarom heet die link ook "deletie"). De bdth-regel heeft net betrekking op het TEGENOVERGESTELDE: wanneer verschijnt de "-n" WEL.
25 februari 2011, 21:12
Doederik
Styf-freiterke:
Dad is etzelfste.
Synchroon kunde het opvatten als een verschijnende -n;
Diachroon gezien gaat het erover of een eind-n in bepaalde buigbare woorden wegvalt;

enen schonen vent, genen dag
een schoon ventje/-ke, geen dag(ge)ske

Taalhistorisch gezien hetzelfde proces, dat dan de resultaten

(e)ne schone vent, genen dag
e schoo ventje/ke, geen dag(ge)ske

Hoewel het synchroon gezien natuurlijk lijkt alsof de -n verschijnt eerder dan omgekeerd. Maar dat is haarkloverij en hangt dus alleen maar af van het oogpunt.
In ieder geval zijn zowel de mannelijke als de onzijdige -n deletie hetzelfde proces en zullen alletwee ook wel oorspronkelijk dezelfde regel gevolgd hebben.
(mijn punt was dus eigenlijk dat uw voorgesteld verschil tussen 'n-deletie' (in het Antwerps) en 'n-verschijning' (in ZOBrabants) 1 en hetzelfde proces zijn en het dus nergens op slaagt om dat als e verschil te beschouwen)

Alleen is in het onzijdig waarschijnlijk de analogiedrang groter geweest om de (b)tdh-gevallen gelijk te trekken met de n-gedeleerde vormen in het Hagelands.


Dat ziede momenteel ook in omgeving Antwerpen, waar de bdth-regel in het mannelijk nog bij iedereen boven 20 goed gevolgd wordt (behalve door de mensen die helemaal 'ne' vervangen hebben door AN 'een'); maar het onderscheid tussen de gedeleerde en vormen met -n in het onzijdig loopt zelfs bij veel oudere generaties al dikwijls spaak; hier dan wel meestal met voorkeur voor de AN-vormen met -n.
Ik merk zelfs bij mijzelf dat ik af en toe per abuus hypercorrect altijd den 'onzijdige' vorm gebruik voor bdth; dus 'e dakske' of 'e boeleke', dus identiek aan de ZOBrabantse waar we het hier over hebben, hoewel die hier autochtoon niet voorkwamen maar dus wel spontaan kunnen ontstaan door analogie blijkbaar.


(PS in oostelijk brabants is de bdth-regel trouwens al afgezwakt tot dth-regel (want 'ne bakker') dus daar zullen de -n vormen in het onzijdig nog zwakker door hebben gestaan.)
27 februari 2011, 12:44
stijfvreter
Doederik,

Neenee, de "-e(n)"-uitgang is oorspronkelijk (en dat is dus het Middelnederlands) de uitgang voor het masculiene genus. Voor de duidelijkheid: dat betekent dat de "-e(n)"-uitgang bij ALLE masculiene woorden voorkwam, ook die zonder "b", "h", "d", "t" (en vocaal) als beginletter: "nen goeden gast", "nem braven mensch", etc.
Vervolgens zijn door het proces dat "deflexie" heet alle uitgangen afgesleten, maar in de Zuid-Nederlandse dialecten is dat proces onvolledig geweest: de "-n" is blijven staan voor de "b", "h", "d", "t" (en vocaal). Echter, het is daarbij altijd blijven gaan om enkel de masculiene woorden.

Ter vergelijking: bij de onzijdige woorden is er gewoon nooit een uitgang geweest, ook niet in het Middelnederlands: daar is het altijd "e schoo kindeke" en "e schoo hert" geweest - of ook "gee dagske": die "geen dagske" van jou (met "-n", dus) is de vorm die we overgenomen hebben vanuit het Standaardnederlands.
27 februari 2011, 15:04
Grytolle
stijfvreter (27 februari 2011, 12:44)
Doederik,
Neenee, de "-e(n)"-uitgang is oorspronkelijk (en dat is dus het Middelnederlands) de uitgang voor het masculiene genus. Voor de duidelijkheid: dat betekent dat de "-e(n)"-uitgang bij ALLE masculiene woorden voorkwam, ook die zonder "b", "h", "d", "t" (en vocaal) als beginletter: "nen goeden gast", "nem braven mensch", etc.
In het laat Middelnederlands lijkt het mij inderdaad juist om de voltrekking van het accusativisme in het Nederlands te situeren, niet later, want anders was er genen tijd geweest voor den -en uitgang in het Hollands volledig af te slijten, misschien ten groten dele omdat het "een" had behouden ipv "nen" (ofwel als samentrekking eenen > eenn > een, ofwel door een of ander analogieproces, vergelijk het hedendaags gesproken Duits waar "nen Haus" gene raren onzijdige nominatief is en "'n Stich" gene rare mannelijken accusatief).

Het Kustwestvlaams lijkt dezelfde ontwikkelingen meegemaakt te hebben, maar het geslachtsstelsel kon toch behouden blijven dankzij den behouden themaklinker -e tot de invoering van het gesproken Hollands in Vlaanderen (men raakte gewend om verkeerde verwijzingen hij/ze/hem/het te lezen en de e-loze vormen maken ingang)

Het is echter ni onmogelijk da -e altijd als ne gangbare concurrent van -en was gebleven in het Hollands, want in het Middelnederlands zien we wel soms de nominatiefuitgang -e naar analogie van het vrouwelijk om het duidelijker van het onzijdig te onderscheiden. Ter herinnering de sterke verbuiging van het adjectief in het vroeg Middelnederlands:

onzijdig:
een groot kind
eens groots (of: groten maar dat doet hier ni toe) kinds
eenen groten kind(e)
een groot kind

mannelijk:
een groot man
eens groots/groten mans
eenen grooten mann(e)
eenen grooten man

vrouwelijk:
eene groote vrouw
eener grote vrouw (we zien hier al da -n mannelijk word aangevoeld in de vergelijking met het Duitse einer großen Frau)
eener grote vrouw(e, indien de schwa weggevallen is in de nominatief)
eene groote vrouw
Vervolgens zijn door het proces dat "deflexie" heet alle uitgangen afgesleten, maar in de Zuid-Nederlandse dialecten is dat proces onvolledig geweest: de "-n" is blijven staan voor de "b", "h", "d", "t" (en vocaal). Echter het is daarbij altijd blijven gaan om enkel de masculiene woorden.
Deflexie houd volgens mij eerder in da vormverschillen verdwijnen eerder dan da de realisaties van d'uitgangen veranderd. Het laatste draagt wel tot het eerste bij, maar we zouden een van d'oorzaken niet het resultaat noemen, vind ik




word vervolgd (stoeme woordlimiet)
27 februari 2011, 15:20
Grytolle
da den bdth-regel ook in het onzijdig geld voor het Antwerps sta buiten kijf, of hij vroeger gegolden heefd in het zuidelijker Brabants weet ek ni 100% zeker, maar hij geld alleszins ook voor het Oost-Vlaams (volgens Taal in Stad en Land). In oostelijk West-Vlaanderen zijn vrouwelijk en onzijdig samengevallen bij het onbepaald lidwoord met zowel de realisatie "een" als "e" mogelijk

http://dbnl.org/tekst/_taa011193601_01/_taa011193601_01_0066.php#66 :

samenvatting:
Frans-Vlaanderen
e(en)/ã: in alle geslachten (ik betwijfel dat de n altijd was weggevallen ih mannelijk, aangezien ze daar ook de[n] gebruiken)

Kustwestvlaams + da groot wit van NL
'n in alle geslachten (maar volgens mij moet het voor West-Vlaanderen zeker e(en) zijn en ee[n of ee(n)] in het mannelijk.

stuk van Noord-Brabant + continentaal West-Vlaams
mannelijk ne[n], vrouwelijk en onzijdig een (zeker met e als vrije variant in West-Vlaanderen)

Oost-Vlaanderen, Brabant + Antwerpen, Limburg
mannelijk ne[n] (waarbij verschillende dialecten b en r verschillend hanteren)
vrouwelijk een (in het Brabants dikwijls zelfs zonder assimilatie: [ən vrouw], niet [əɱ vrouw], [ən baan] niet [əm baan]
onzijdig e[en], maar dien tekst sluit ni helemaal uit da e(en) ook kan, ook al word et ni vermeld; 't ging immers om een onderzoek in heel grote lijnen, wa tot oversimplificatie kan leiden

uittreksel:
Welnu dan, terwijl voor het bepaalde lidwoord het gebied, dat steeds de drie geslachten onderscheidde zeer klein was, beslaat dit voor het onbepaald lidwoord bijna heel Zuidnederland; de helft van Noordbrabant en bijna geheel de provincie Limburg: het heele verticaal gestreepte gebied. Hier heerscht alom het paradigma: (ee)ne man, 'n vrouw, e kind. Zeker komt ook hier weer de regel der woorden voor, die met h, d, t, (b en r) beginnen, maar terwijl die bij het bepaalde lidwoord de eenige gevallen waren, waarin het mannelijk zich in dit gebied nog regelmatig van het vrouwelijk onderscheidde, versterkt deze groep hier nog de mannelijkheidsfunctie door van (ee)ne: (ee)nen te maken. Men zegt dus in Helmond: nen erpel (aardappel), nen hoewt (hoed), nen dokter, nen torre, nen berg, maar in Limburg: ne berg. De grens voor ne berg × nen berg loopt juist als de berg × den berg. Dat daarentegen het onzijdige -e nu voor dit soort woorden ((b)dth(r)-woorden dus //Gry) tot 'n wordt en dus met het vrouwelijk samen valt, zoodat b.v. Helmond e kientje, e pulleke maar 'n hirke (heertje) 'n ermke (armpje), 'n duukske (doekje) 'n taartje, 'n bulleke (bolletje) heeft, schaadt zoo goed als niets aan (...)

27 februari 2011, 15:57
Grytolle
stijfvreter (27 februari 2011, 12:44)
Echter het is daarbij altijd blijven gaan om enkel de masculiene woorden.
of onzijdig "ee(n)" ontstaan is direct uit "een" of via "ee[n]" weet ek nog ni, maar het zal voldoende duidelijk zijn da onzijdig "ee[n]" besta

Ter vergelijking: bij de onzijdige woorden is er gewoon nooit een uitgang geweest, ook niet in het Middelnederlands: daar is het altijd "e schoo kindeke" en "e schoo hert" geweest - of ook "gee dagske": die "geen dagske" van jou (met "-n", dus) is de vorm die we overgenomen hebben vanuit het Standaardnederlands.
ik heb nog nooit n-loze vormen gezien in het Middelnederlands...
het vald ook op da van gebieden zonder algemeen n-apocope (willn ipv wille(n)) alléén Oost-Vlaanderen, waarop den Brabantsen invloed ni onbeduidend zal geweest zijn (in de zin van: waarom het Oost-Vlaams zijn meegegaan met het Kustwestvlaams in het verdwijnen van den n-uitgang in veel contexten), e[en] heefd ipv een of e(een). Misschien hebben we voor het Oost-Vlaams hier dus met een enkel geval van ne geleende vorm (dieje zich dan ni tot in West-Vlaanderen verspreidde getuige het nen/een-gebied)? Bij adjectieven en bezittelijke voornaamwoorden word geen onzijdige n-apocope vermeld in TiSL (mijn kind, ni mij kind, bvb)

ik stel mij dus Oost-Vlaanderen en contintentaal West-Vlaanderen voor in een spanningsveld tussen Brabants/Limburgs met n-apocope en e-apocope en het kust-West-Vlaams helemaal zonder e- en n-apocope. Hier hebben we meteen een probleem: waarom zou zich in het Kustwestvlaams überhaupt dees veranderingen plaatsvinden?

eene vrouwe -> ən vrouwe
mijne vrouwe/vrouwen -> mijn vrouwe/vrouwen

Veel logischer zou het toch zijn om de vrouwelijken themaklinker te behouden zoals bij adjectieven, substantieven, en zelfs bij zelfstandig gebruik:

vrouwelijk "ik heb er geene" (nooit "geen" geworden)
de mijne (nooit "de mijn" geworden)
etc

en waarom:
mijnen vent -> mijne vent

Ze vinden de n waar ze functieloos is immers ni te lastig om uit te spreken (de reedn, ni de rede; de mijnn, niet "de mijne" in het mannelijk)


D'enige verklaring die ik kan zien is da de e-loze en n-loze vormen uit Holland en/of Brabant geimporteerd zijn, waarbij het Oost-Vlaams er enen enkelen typisch Brabantsen (e[en]) derbij heefd genomen. De rest van de vormen kunnen even goed uit het noorden komen, en het volledig behoud van vrouwelijke -e bij zelfstandig gebruik bij adjectieven wijsd in die richting. Het Hollands kent immer geen vormen als "een schoon vrouw" die hebben kunnen helpen om het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk overeind te houden.

Het zou ook kunnen da t feit da t om functiewoorden gaad heefd geholpen omdat die graag eensilbig worden (attributief "mijne" kwam veel meer voor dan "de mijne")

Het is ook interessant dat het Limburgs een veel sterkere e-apocope kent dan het Brabants waar de -e alleen wegviel na lange/doffe vokaal + sonorant. Da de n- en e-apocopen uit Limburg zouden komen en in afgezwakte vorm de rest van het taalgebied bereiken lijkt mij straf, maar de sterkte van de fenomenen maakt het onmogelijk voor mij om het idee helemaal te negeren

een opmerking over iets da 'k boven schreef: de standaardnederlandse (hollandse) wisseling tussen -0 (mss direct uit middelnederlandse nominatief -0 uit -r) en -e (analogie naar het vrouwelijk en/of als verslijtingsproduct van -en) in het mannelijk impliceert dat het accusativisme daar minder sterk was, gezien een onderscheid tussen "*ne groot man" en "ne groote man" ni bestaad in 't Vlaams



(of de vormen "gee dagske" en "schoo dagske" überhaupt bestaan durf ik ni te zeggen, maar het lijkt wrser bij "geen" dan bij "schoon" (het is immers goe mogelijk dad alleen "een" zich aan de regel onttrekt))


einde stream of conscience xD


edit: dat het West-Vlaams eenen → een → een/e/e[en] heeft, maar het Oost-Vlaams eenen → 'ne[n], kan er misschien door verklaard worden da d'ontwikkeling -en → -n een westelijke vernieuwing is. Misschien heefd ze Oost-Vlaanderen eerst bereikt toen eene[n]/'ne[n] volgens mijn theorieke boven al ingeburgerd was:

1. eenen wagen
2. → 'ne wagen (invoering van oostelijk 'ne[n])
3. → 'ne waagn (invoering van westelijk -n)
27 februari 2011, 18:17
stijfvreter
Na de stream of consciousness nog even een kleine opmerking over "deflexie":

Deflexie is de naam voor het taalveranderingsproces (dat alle Indo-Europese talen doorlopen hebben) waarin de morfologische uitgangen - voor naamval, genus, en getal - afslijten.

In de Zuid-Nederlandse dialecten betekent dit dat de masculiene "-en"-uitgang afgesleten is tot "-e" (en daardoor samenvalt met de vrouwelijke uitgang, en de onzijdige voor zover die bepaald is). De "-n" is met andere woorden weggevallen - BEHALVE voor een "b", "h", "d", "t" (en vocaal).

Dat is dus wel degelijk een voorbeeld van onvolledige deflexie.
pag. 1 2 3 4