'jullie'
| 6 juli 2009, 16:38
|
| Hoewel 'gij' ipv 'jij' door heel weinig mensen wordt afgekeurd en door de meesten consequent wordt benut (ook over de provinciegrenzen heen), lijkt et mij moeilijk een goei alternatief voor et meervoud 'jullie' te vinden. Elke provincie hee ier heuren eige vorm, en et lijkt mij da de meeste AV-sprekers ier me mense uit een ander sterek toch meestal voor 'jullie' zullen kiezen, hoewel g-vormen evever verspreid zijn als bij gij/jij. Ook voor mij klinkt "golle" en olle te plat om zomaar in een iets formeler situatie te gebruiken. Iemand ander meningen of suggesties? Want jullie vin ek eigelijk te onvlaams om als enigste vorm toe te laten. Maar golle, gelle, gunder, gulder, julder, joender enzo zijn allemaal vrij locaal beperkt. Gijle misschien? Das nog altijd beperkt tot een deel van brabant en zeker ni acceptabel voor ander vlamingen |
| 6 juli 2009, 17:58
|
| uit ne vroegeren draad: Het volledige overzicht is: geille, gelle, gijle, gijlen, gijlie, gijlle, gijllie, gulder, gulle, gullie, gunder, hulder, hulle, ich, julle, junder, mich, ulder, ulle, ullie, under (niet: undere), wieder, wijle, wijlen, wijlie, wulder, wulle, zieder, ziender, zijle, zijlie, zijllie, zul, zulder, zulle, zun, en zunder. Dwz, deze zijn aanwezig in 't corpus gesproken Nederlands: -gelle(n)/gijle(n) -gijlie -gullie -gulle(n) -gulder -gunder -julle -junder (-jullie) en posessief: -ulder -ulle -ullie -under -julle? -junder? (-jullie) |
| 6 juli 2009, 18:02
|
Want jullie vin ek eigelijk te onvlaams om als enigste vorm toe te laten. Ik zou liefst hebben da we jullie als nen toegelate vorm beschouwden, dieje hopelijk op den duur ga' verdwijnen ten voôrdêle van (een) Vlaamser alternatiev(en) |
| 6 juli 2009, 18:18
|
| ohja, da wou ik nog vragen... Is de klinker meêstal dezelfden in 't meêrvoud van gij als in 't meêrvoud van u(w)? ik neem aan da' den uitgang altijd dezelfden is.. -der/-lie/-le(n) |
| 6 juli 2009, 19:36
|
| voor de woordeschat is da 't grootste probleemgeval, mensen zeggen idd "jullie" omda' der genen algemene vorm is. nochtans hebben bijna alle Vlaamse dialecten ne vorm diej begind meh "g" en diej ne werkwoordvorm meh uitgang -t of -d krijgd. ik vind da we zo ne vorm moeten aanmoedigen; ze zijn allemaal beter dan "jullie" :) voor den onderwerpsvorm lijkt "gijle" een natuurlijke keuze, voor de niet-onderwerpsvorm en het bezittelijk voornaamwoord is het moeilijker. op 't eerste zicht zou 'k "ulder" kiezen. |
| 6 juli 2009, 19:40
|
| twee goei combinaties naar mijn oôrdeêl: gijle/ulle (gelle ipv gijle mss) gulle/ulle Bij ulder hoôrd toch gulder of *gijlder/*gelder ofzô? gijlie/ullie is oôk een geschikte combinatie, oôk al klinkt z'een beke te schattig veur mijne smaak |
| 6 juli 2009, 21:06
|
| efkes uit de losse pols een overzichtje gemaakt van de persoonsvorm: http://www.flickr.com/photos/10049209%40N02/3695315820/sizes/o/ die paar vormen gieder/gijder in oost-vlaanderen zijn eigelijk goader, godder enzo maar zonder -ld- dus heb ze bij gijder/gieder gevoegd. de klinker in gieder kwam wel in W-Vl altijd overeen meh die in kriegt (krijgt) dus daarom als gijder te interpreteren. zuidoost-oostvlaanderen vormen als guir, goar, gajjer enz, moeilijk te interpreteren maar ik neem aan gij+r of gij+er. Antwerpen eb ik voor et gemak maar bij gölle gezet, enigste plaats me golle me een o. zuidwest-limburgse vormen voor mij ook moeilijk te interpreteren, begint met zj of djz, klinker kan zowel iê, ie, ee, èè, i enz zijn, maar is toch een klein verspreidingsgebied, grootste deel van limburg heeft oorspronkelijk gij, naast enkelvoud doe. Ni van alle gemeentes em ek gegevens, maar uw oge vulle die witte gates toch uit un eige aan;) dan hedde toch min of meer een overzicht van de hoofdvormen en hun verspreiding (in de dialecten toch!) gijder, westvlaanderen gulder, oostvlaanderen gijr, denderstreek + maasgebied gölle/gulle: antwerpen en noorderkempen; gelle: kempen en oostbrabants; gijle: westbrabants tot aan mechelen; -lie komt alleen aan de grens met nederland voor djij(le): zuidwest-limburg gij: limburg EDIT: link moette effe copy-pasten, kaartje natuurlijk ni perfect maar ni alle fonetische beschrijvingen zijn eve gemakkelijk te interpreteren dus soms moest ik ne vorm wel onder t een of t ander onderbrengen EDIT: link gefixt ;) //Grytolle |
| 6 juli 2009, 21:14
|
| EWN: jullie EWN: jij EWN: gij Maar die zeggen eigenlijk niks over andere vormen dan "jullie" :( Wel goei informatie over d'etymologie van jij en gij |
| 6 juli 2009, 21:27
|
Doederik (6 juli 2009, 21:06)
gijder, westvlaanderen
gulder, oostvlaanderen
gijr, denderstreek + maasgebied
gölle/gulle: antwerpen en noorderkempen;
gelle: kempen en oostbrabants;
gijle: westbrabants tot aan mechelen;
djij(le): zuidwest-limburg
gij: limburg
-lie komt alleen aan de grens met nederland voor
djij(le) oôgd te raar en gölle kan ni echt in ons schrijfwijze die geên onderscheid erkend tussen ö en u... gij gebruiken in 't meêrvoud, word da wel gedaan waarda du ni meêr in gebruik is? gunder uit da corpus, komd da nergens veur in dialecten? Zijn alle j-vormen buiten beschouwing gelaten? (Ik neem aan da' zulke gebruikt worden in dêlen van westvlaanderen) Kunde oôk den objectsvorm/posessieve vorm onderzoeken? Welke database hedd' hierveur gebruikt? Kunnen we gelle beschouwen als verkorting van gijle? |
| 6 juli 2009, 21:54
|
| me j von ek alleen ji en je, nd- vormen maar sporadisch (maar natuurlijk ni elk dorp sta op die kaart), bij gieder/gijder hoort in westvlaanderen wel dikwijls junder als possesief (junderen oend/hond) gölle zou natuurlijk wel als gulle gespeld kunne worden theoretisch gezien en MAND-database, telkens als een dorp in een gemeente lag eel die gemeente ingekleurd (tenzij 2 dorpen uit 1 gemeente onderzocht ware maar da was maar zelden) gijle is wslk wel verkort uit gijle neem ik aan ja, want in etzelfde gebied is heule (heur-lie, antw. "hun") hölle, ijle elle enzoverder. me ulder eb ik trouwes ni zo n probleem, alleen moet daar dan wel gulder bij als onderwerpsvorm. een systeem gijle - ulder komt nergens voor tenzij in de kop van nen taalbouwer die kunstmatige mengdialecten maakt, bij gijle komt altijd ijle, bij gelle altijd elle en bij gulder altijd ulder voor. Indien we nog andere -lie-vnw toelaten moeten die dan ook op ulder, dus hulder (hun), wulder (wij), zulder (zij), die ook over heel oost-vlaanderen voorkomen ik gaan mij eens ne keer buigen over ulder/ijle enzo, als bezittelijk dan (eb geen gegevens over objectsvorm maar die neem ik aan da die etzelfde is) |
| 6 juli 2009, 22:05
|
| -lie ga trug op lieden -le op lieden of lui maar waar komd de r vandaan in bvb gulder? |
| 6 juli 2009, 22:08
|
| Is (d)zj een uitspraak van g in Limburg? 'k vraag me namelijk of ofda (d)zijjle/(d)zjille/gelle allemaal als "gijle" kunnen beschouwen. Dan krijgen we: -gijle / ijle(?) -gulle / ulle -gulder / ulder -gijder / ijder(?) Die volgens dad overzicht wijdverspreid genoeg lijken veur de schrijftaal oôk wel: -gij -jullie |
| 6 juli 2009, 22:35
|
| ging, gisteren en geit von ek iig me g- in limburg de -r neemt men aan, is van de genitief/bezittelijk: gijlieder (en dan gelder -> gulder ofzoiet), en anders wetek et ook ni ben nu halverwege de volgende kaart, maar eigelijk ist al duidelijk: gijle/gelle/gölle heeft ijle/elle/ölle, me de klinker altijd identiek aan de nominatief idem voor gulder/gunder -> ulder/under et gebied me gèèr bij de dender heeft hier èèr of me andere klinkers, maar altijd rijmend op de nominatief enigste plaats waar bezittelijk nie = onderwerpsvorm: limburg: oer (of daarop lijkende vormen, neem aan duits euer), nevenvormen oor, uur westvlaanderen: het gieder-gebied heeft in et oosten nog een klein stukske "ulder", centraal (knokke-blankenberge-brugge nen dunnen driehoek tot ieper "junder", westhoek "julder". |
| 6 juli 2009, 23:14
|
![]() |
| 6 juli 2009, 23:20
|
| Grimm Wörterbuch over euch euer en ihr: EUER, vestri, goth. izvara, ahd. iuwar, mhd. iuwer, iwer. diese pronominalen gen. pl. haben eine sonst in der sprache unerhörte form, kein goth. gen. pl. dl. auszer unsara, izvara, ugkara, igqara (und seina) geht auf a, kein ahd. auszer unsar, iuwar, unchar, inchar (und sîn) geht consonantisch aus. da O. in den possessiven unsar, iuwar das ar häufig abschneidet und blosz uns, iu setzt, den gen. sg. unses, iuwes für unsares, iuwares u. s. w. bildet; liesze sich denken, dasz ihm auch im gen. pl. des persönl. pron. uns und iu für unsar, iuwar genügte, wozu sich doch keine belege darbieten. umgekehrt pflegte man nhd. den gen. pl. unser, euer ein unorganisches er anzuhängen: unsrer, eurer, unserer, euerer; wahrscheinlich hatte darauf das gleichschlechte meiner, deiner, seiner für mein, dein, sein und ihrer für ihr, derer für der einflusz. das erste beispiel dieses fehlers bietet mir OPITZ dar: die ganze zeit uber, als ich ewerer in Mauritanien gewartet habe. Argenis 2, 323; im 18 jh. erscheint er aber bei den besten schriftstellern: wenn eurer viel sich durcharbeiten. KLOPSTOCK Hermannsschl. 1, 89; der verlust eurer. KLEIST 2, 106; denn es ist ein löblicher stolz eurer werth zu sein. GÖTHE 22, 211. EUER, vester, goth. izvar (nie izvars), ahd. iuwar, mhd. iuwer, gekürzt iur, z. b. des iuren. HAUPT 1, 444, 190; iur starken lîbe, iur schœne jugent. Wh. 6, 10; iure : stiure. Lohengr. 6027. wie vorhin gesagt, wurde ahd. iuwar bei O. oft gekürzt, umgekehrt nhd. euer auszerhalb der flexion von einigen erstreckt in euerer, eurer: euerer gemahl, euerer wille, euerer abschied. OPITZ Arg. 2, ded. und 297 für euer. wo flexion erfordert wird, musz diese freilich im nom. m. gleichfalls euerer haben: es ist mein wille, wie eurer; EUCH, vobis, vos, wie uns nobis, nos zusammenfallend, während ahd. uns und unsih, iu und iuwih, mhd. iu und iuch geschieden sind, uns und unsich nur in frühster zeit. zwar im sg. mir und mich, dir und dich halten wir den uralten unterschied des goth. mis, mik, þus, þuk fest; in sich und sich verrinnen uns sis und sik. dagegen warf schon der Gothe die dat. und acc. dl. wie pl. zueinander: ugkis ugkis, igqis igqis, unsis unsis (neben uns), izvis izvis. das heutige mich, dich einiger volksmundarten für beide casus und die syntactische verwirrung hat also entschuldigungen. schweizerische mundarten setzen üch für beide casus, hessische uch, nnl. gilt u. übrigens begegnet der richtige mhd. dat. eu zuweilen noch späterhin, so bei PÜTERICH: HR, vos, der plur. des persönlichen ungeschlechtigen pronomens zweiter person. goth. jus; alts. gi, ge; niederd. ji; mnl. ghy, nnl. gij; ags. ge, engl. ye; fries. gi und i; altnord. er, schwed. dän. i; ahd. ier, ir, mhd. ir, in mitteld. quellen er. von den urverwandten formen entsprechen am genausten zend. yûs, altpreusz. ioûs, litt. jus, voller und alterthümlicher dem suffixe nach Bd. 10, Sp. 2050 ist das vedische yus ̓mê, dem wieder griech. υμμες, υμεις näher steht. der seinem ursprunge nach dunkle stamm ju-, welcher der pronominalform in den indogermanischen sprachen zu grunde liegt, zeigt sich nur im gothischen noch rein, in den andern dialecten zu gi- ge, i-, e-, in éiner ahd. quelle (MÜLLENHOF sprachproben 2. aufl. s. 16b) zu ie- (nach SCHERER gesch. d. deutschen sprache s. 250 vielmehr zu je-) zurückgegangen; der rest des ursprünglichen bildungssuffixes ist im goth. noch als -s, im nord. und hochdeutschen als -r erhalten, in den andern dialecten abgefallen. über die obliquen casus zu ihr, euer und euch vgl. th. 3, 1190 fg. |
| 7 juli 2009, 00:07
|
| voor dees eên woord zijn we kunstmatig een gat in 't AV aan 't vullen, vald ni t'ontkennen. gijle is ook meh kort uitgesproken ij dacht ik? (toch nooit uitgesproken gelijk geile in "ne geilen bok") gijle oogd beter dan gelle omda 't verband meh gij direct duidelijk is, maar als 't meh lange ij uitgesproken word is 't nogal lachwekkend imo. als het persé twee vormen moeten zijn die perfect bij mekaar passen (* en g*) dan vind ik gelle/elle en gulder/ulder de beste kandidaten. we kunnen trouwens zowiezo meer dan êne vorm suggereren, was in 't Noors ook zo als ik me goe herinner Dodo? (oem is ne nieve naam t'introducere :p) |
| 7 juli 2009, 00:08
|
| Mijn Döts is nou ok ni' zoe goe da 'k dad ammòl gon leze hehe. Mijn huidig standpunt hierover: De kanshemmers: Gulder - ulder Gijle - ijle Gelle - elle Gulle - ulle Elk hee' veurdiële, en nadiële, gulder/ulder hee naturelijk wel et veurdiël dad ok e nadiël is dad et Oëstvlòms is dus misschin een schoën toegeving veur die van over 't water om de Brabantse overhiërsing ni totaal te make. En gulder/ulder wörd dan misschin ok wel miër gedrage deur de Westvlaming mè' z'n gider/julder/junder. (tenzij de strijd tusse West- en Oëstvlöndere nog altijd zoe bitter is:P) |
| 7 juli 2009, 00:11
|
| gijle en eile worde wel me lange ij uitgesproke, toch in et donkergroen stuk op die kaart. et geel hee ö/u (gölle/gulle), et lichtgrung korte e. En ja, in brussel zegge ze wel "gaaile" en "waaile" of "gaale" en "waale" en "aale":P voor ons belachelijk maar et komt in emer dialecte voor dan ge denkt. Ook in mechele is et goale ofzoiet. Gelle/gulder + elle/ulder es mijn favoriet oplössung |
| 7 juli 2009, 00:14
|
Krommenaas (7 juli 2009, 00:07)
gijle oogd beter dan gelle omda 't verband meh gij direct duidelijk is, maar als 't meh lange ij uitgesproken word is 't nogal lachwekkend imo.
"gelle" vind ik ook duidelijk... bij 't lezen doe-g-et aan "ge" denken, en bij 't hôren aan "gij"als het persé twee vormen moeten zijn die perfect bij mekaar passen (* en g*) dan vind ik gelle/elle en gulder/ulder de beste kandidaten.
Moet ni persé, der was immers overlapping gijder/ulder volgens diederik. Ik vind gijle/ulle een goei kunstmatige combinatie :Pwe kunnen trouwens zowiezo meer dan êne vorm suggereren, was in 't Noors ook zo als ik me goe herinner Dodo? (oem is ne nieve naam t'introducere :p)
idd |
| 7 juli 2009, 00:33
|
| Brabants/Limburgs 1) gijle/ijle waaronder: gelle/elle + dzjille/dzjijle 2) gulle/ulle waaronder: gölle/ölle Limburgs gij/uw Vlaams -gulder/ulder -gider/ulder <- gider ipv gijder als ’t beperkt is tot plaatsen met /i/-uitspraak buiten beschouwing gelaten -julder <- wegens j -Limburgs uur wegens Duitsheid -Limburgs dzj- wegens gek ôgend -gunder, (j)under, giender (te beperkt gebied?) -vormen op –lie (te beperkt gebied + Hollands-achtig) Edit: onder vlaams dan mss nog gunder/under en gijnder/under als we die vormen willen vertegenwoordigen Edit2: Ik denk da limburgers toch alleen maar gij en jullie of mss ene van de brabantse vormen gebruiken in hun beovengewestelijke taal |
