Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiŽren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

Blogs over Vlaamse taal

Ga naar den blog van

Een herkenbaar situatie

Blogbericht van Grytolle | Maandag 7 september 2009

Stroops eigen anekdote wijst in deze richting. Hij vertelt dat het met school-Frans heel moeilijk is om een gewone Fransman te verstaan. Welnu, het Frans is bij uitstek een cultuurtaal waarvoor al eeuwenlang een vrij nauwkeurige standaarduitspraak wordt gepropageerd. Buitenlanders ťn moedertaalsprekers weten dus uitstekend op wie ze zich moeten richten, en ze hebben daar kennelijk niets aan. Ze zouden beter af zijn als ze op school wat meer leerden over de werkelijke variatie in de taal, en wat minder over het prachtige ideaal dat feitelijk niemand hanteert.

Bron: http://www.vanoostendorp.nl/linguist/meedogendeoor.html

Trouwens een interessant artikel als ge wa' vrijen tijd hed.

 

Vandaag zijn ek trouwens naar 't ziekenhuis geweest en 'k heb er genen enkele zin in 't AN gehoord :) Schandalig, hŤ!!!

 

Taalachterstand

Blogbericht van Grytolle | Woensdag 2 september 2009
Uit De Morgen den 2e september 2009, p. 16:

 

Het is zorgwekkend dat er zoveel kleuters met taalachterstand naar de eerste kleuterklas gaan (DM 1/9). Er is echter nog iets zorgwekkenders aan de hand. Mijn dochter had helemaal geen taalachterstand op haar derde en sprak vlot algemeen Nederlands: "Ik heet Erin en wat is jouw naam?". Zes jaar later is ze een volleerd spreekster van een tussentaaltje geworden en denkt ze dat dat de norm is: "Oe noemde gij?" Er wordt in ons onderwijs veelal les gegeven in het Verkavelingsvlaams. Deze ramp komt de taalachterstand van inwijkelingen alleen nog maar versterken.

Dirk De Haes, Holsbeek

 

Besten Dirk,

 

Zij blij dad uw dochter gelukkig den taligen achterstand da' gij haar blijkbaar vůůr hare schoolgang meegaf, heefd kunnen wegwerken! Het Algemeen Nederlands is in d'eerste plaats een schrijftaal en geen spreektaal; zeker geen taal die gepast is voor in den omgang meh' vrienden op school of in uwe vrijen tijd. Laat uw kinderen da maar leren op school, in boeken of door tv te kijken. Thuis Verkavelingsvlaams of dialect spreken kan alleen maar een sterker taalgevoel en een beter vermogen om verschillende accenten te verstaan, meh' zich meebrengen. Feliciteerd haar ook mijnentwege med haar uitstekend normbesef da perfect klopt meh recent onderzoek (zied et nieuwsbericht hieronder)!

 

Wa' de "inwijkelingen" betreft, kan ek alleen maar vaststellen da' der wel sprake is van nen taligen achterstand, maar ni doorda' Vlamingen geen AN spreken, maar omda' "d'inwijkelingen" geen kansen worden geboden om de spreektaal te leren. Toen ikzelf twee jaar geleden Nederlands begon te leren kon ek helemaal geen online studiemateriaal vinden voor Vlaamse spreektaal mee te leren. Meh wa minder doorzetvermogen en zonder veel privť hulp van moedertaalsprekers was der dus waarschijnlijk nooit iets van gekomen.

 

Toekomstige studenten Vlaams/Nederlands die problemen te helpen te voorkomen, beschouw ek dus als eÍn van m'n belangrijkste doelstellingen voor dees project.

 

Vriendelijke groeten,

Grytolle

 

De Blogs sectie

Blogbericht van Krommenaas | Vrijdag 10 juli 2009

Deze site is nog altijd in vollen opbouw, en vandaag is er weer nen bouwsteen bijgezet met deze blogsectie. Voor de moment is hier nog weinig te zien, maar op termijn komen hier meerdere mensen hun licht laten schijnen over de Vlaamse taal. Zowel voor- als tegenstanders mogen hunne zeg doen; alleen d'inhoudelijke kwaliteit teld en den inhoud van de blogs is zowiezo volledig onafhankelijk van de rest van de site.

 

 

Wrap-up

Blogbericht van stijfvreter | Donderdag 29 januari 2009

Het wordt tijd om samen te vatten.

 

Wie het ťťn en ander in deze blog naleest komt veel hortende en haperende formuleringen tegen. Zo wordt er gewag gemaakt van puntmutsen en in het eerste bericht (genaamd: "de Vlaming spreekt GEEN Nederlands") staat te lezen: "... uit het taalgebruik van deze geŽmancipeerde Vlamingen zou zich mechanisch een 'lokaal gekleurd' (Algemeen) Belgisch-Nederlands - ABN - ontwikkelen."

 

Dat is een wat weerbarstige zin. Er had beter automatisch in plaats van mechanisch gestaan.

 

Hoe dan ook wordt het tijd om het mechaniekje waarvan sprake, die automaton eens nader uit te klaren. Het wordt tijd om samen te vatten.

 

Wat we weten is dit:

Door de socio-economische veranderingen in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog - zoals: de stijging van de welvaart, de uitbouw van de materiŽle infrastructuur evenals het onderwijs, de opkomst van de massamedia, e.d. - werd het dagdagelijkse leven van de Vlamingen drastisch ontsloten: de leefwereld van de modale Vlaming breidde zich uit van de plaatselijke dorpskom of stadswijk (Gemeinschaft) naar de samenleving in haar geheel (Gesellschaft). Deze maatschappelijke verdichting en verburgerlijking verhoogde voor dialectkenmerken de kans op een ruimere, interlokale verspreiding: de emancipatie van Vlaanderen ging weliswaar aanvankelijk gepaard met de overname van de standaardtaal uit Nederland, maar de genoemde processen in de jaren '60 en '70 werkten in zulke mate democratiserend dat ze vooral leidden tot een massale toevloed van niet altijd even standaardtalig sprekende Vlamingen naar het openbare leven. Met hen kwamen dialectische elementen in publieke omloop. In deze toestand van linguÔstische turbulentie - een talige "bellum omnium contra omnes" ('oorlog van allen tegen allen'; de frase komt uit Leviathan van Thomas Hobbes) - zou zich vervolgens spontaan een (nieuwe) conventie ontwikkelen. Het onderlinge samenspel van invloed en overname tussen individuen stabiliseerde/consolideerde automatisch tot de omgangstaal, die we vandaag de dag het Verkavelingsvlaams noemen.

 

Rest ons nog uit de doeken te doen hoe dat komt: hoezo stabiliseert talige turbulentie zich automatisch in een nieuwe conventie? Oftewel, nogmaals: wat is die automaton, dat mechaniekje dat erachter schuilt?

 

Het antwoord luidt dat dit ligt in ons kudde-instinct, maar dat is dan weer het onderwerp voor een volgend bericht.

 

3e referentie: Van Haeringen (1924)

Blogbericht van stijfvreter | Zondag 14 december 2008

Het artikel van Van Haeringen, waar Van der Horst naar verwijst, heeft als titel "Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak" en is in 1924 verschenen in De Nieuwe Taalgids 18 (pp. 65-86). Het kan on-line gevonden worden op:

 

http://www.dbnl.org/tekst/haer001eenh01_01/haer001eenh01_01_0001.htm
 

2 referenties

Blogbericht van stijfvreter | Zaterdag 13 december 2008

Ongeveer tegelijkertijd met Tussen spreek- en standaardtaal (Ī april 2008) verschenen er twee boeken die in hoge mate dezelfde materie behandelen. Het gaat om:

 

  • Cas Wouters, Informalisering. Manieren en emoties sinds 1890. Bert Bakker
  • Joop van der Horst, Het einde van de standaardtaal. Een wisseling van Europese taalcultuur. Meulenhoff

 

Het eerst is een sociologische studie van etiquetteboeken verschenen tussen ca. 1890 en 2000 in Nederland, Duitsland, Groot-BrittanniŽ en Amerika, en de verander(en)de opvattingen daarin. Het tweede is meer een cultuurhistorisch essay met de focus specifiek op standaardtaal.

 

Wouters biedt het theoretische kader waartegen de resultaten ook in Tussen spreek- en standaardtaal geÔnterpreteerd worden. Hij stelt in concreto:

 

"Op een soortgelijke manier ging de sociale code van de gevestigde coterieŽn steeds meer maatschappelijke lagen representeren naarmate die lagen zich emancipeerden en in de samenleving geÔntegreerd raakten. Ter vermijding van sociale conflicten en omwille van het handhaven van hun hogere positie zagen de mensen die deel uitmaakten van de machtscentra en hun coterieŽn zich geroepen en gedwongen om sterker met de sociaal en politiek gestegen groepen rekening te houden. Daartoe behoorde ook het tonen van minder dedain en meer respect tegenover de idealen, de gevoelens, de moraal en de manieren van die groepen. Vandaar dat de dominante code van goede manieren, gemodelleerd naar het voorbeeld van de gevestigde coterieŽn, ernaar tendeert de vigerende machtsbalans tussen alle groepen en lagen die in een samenleving zijn geÔntegreerd, te reflecteren ťn te representeren." (Wouters 2008, 40)

 

Van der Horst komt met betrekking tot het Standaardnederlands tot vrijwel identieke conclusies als in Tussen spreek- en standaardtaal neergeschreven staan - wat toch des te opmerkelijker mag heten aangezien dat vanwege de gelijktijdige publicatiedatum onafhankelijk van elkaar gebeurde. Na zo'n 250 bladzijden beschrijvende geschiedenis formuleert hij uiteindelijk zijn verklarend principe. Hij deelt het 'ABN' daarbij op in 3 fasen. De eerste fase is die van het "chique" ABN, waarin het Standaardnederlands als distinctiemiddel fungeerde: een manier van leden uit de hogere regionen van de maatschappij om zich van de lagere klassen te onderscheiden. Vervolgens beweert Van der Horst:

 

"Dat chique ABN duurt tot ongeveer 1920. Er voltrokken zich in de twintigste eeuw namelijk grote sociale en demografische veranderingen, met verstrekkende gevolgen voor de taal, en in essentie in heel Europa gelijk. In enkele decennia verandert er in het leven van de meeste mensen meer dan in hele eeuwen daarvoor. Van het vele dat hier te noemen valt, vermeld ik slechts de toenemende welvaart, de leerplicht, het algemeen kiesrecht; meer mensen gaan meer onderwijs volgen; vanaf 1920 is er de radio, en eerder al de telefoon. De mensen worden mobieler. En ze zien al gauw dat de toegangspoort tot sociale vooruitgang gelegen is in: ...ABN spreken. De middenstander, de geschoolde arbeider, de ontwikkelde dialectspreker, kortom de sociale middenlaag gaat ABN spreken. Niet van de ene dag op de andere, maar stapje voor stapje. Dat gebeurt in de periode 1920-1970. Het aantal sprekers van het ABN, of toch mensen die het waar nodig kķnnen spreken, neemt daarmee sterk toe. Van de luttele procenten rond 1900 naar misschien wel 40 ŗ 50 procent in 1970. Het is niet perfect, het is niet vlekkeloos, maar het is een aanvaardbaar soort algemeen Nederlands." (Van der Horst 2008, 271)

 

Er wordt met andere woorden meer standaardtaal gesproken naarmate meer lagen uit de maatschappij zich emanciperen. Op het eerste gezicht lijkt dat net een /weerlegging/ te beduiden van de these als zou de erosie van het Standaardnederlands samenhangen met emancipatie, maar Van der Horst gaat verder. Verwijzend naar Van Haeringen die al in 1924 voorzag dat "democratisering uiteindelijk niet zal halt houden bij de circa 40 procent sociale middenlaag" stelt hij:

 

"En dat is inderdaad wat we zien gebeuren vanaf ongeveer 1970: een verder voortgaande democratisering van de samenleving in het algemeen, en van het onderwijs in het bijzonder. Ook een verder toegenomen welvaart, een grotere mobiliteit, en een grotere mondigheid.

Maar de verdere opmars van het ABN en de standaardtaal hapert. Zo succesvol als het ABN tot 1970 was geweest, steeds meer sprekers, steeds eenduidiger norm, zo miserabel gaat het ermee na 1970. De eenduidige norm is weg. Of eigenlijk, er zijn nu verschillende normen naast elkaar. Misschien is het aantal sprekers van het traditionele ABN vergeleken bij 1950 niet eens erg afgenomen. Alleen, die andere 60 procent van de bevolking, die vroeger zweeg in het openbare leven, zwijgt niet langer. Die kun je nu ook dagelijks op de tv horen, in de scholen en in de universiteiten." (Van der Horst 2008, 272)

 

Oftewel: zolang er een maatschappelijke onderklasse is om zich tegen af te zetten, zal er een voorkeur bestaan om de standaardtaal te spreken; is dat niet langer het geval en zijn de leden uit de laagste regionen van de maatschappij voldoende geÔntegreerd om zich in het openbare leven te roeren, dan zal de linguÔstische markt ernaar tenderen om, in de woorden van Wouters, de 'vigerende machtsbalans te reflecteren en te representeren'.

 

VRT-Taalcharter

Blogbericht van stijfvreter | Donderdag 23 oktober 2008

Het Taalcharter van de VRT kan on-line teruggevonden worden op de volgende webpagina:

 

http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/taalbeleid/taalcharter.shtml

 

Een PDF-formaat ervan kan gedownload worden via deze URL:

 

http://taal.vrt.be/extra/taalcharter.pdf

 

De paradox: verburgerlijking en informalisering

Blogbericht van stijfvreter | Zaterdag 18 oktober 2008

De participatie van voorheen 'proletarische' bevolkingsgeledingen aan het maatschappelijke leven heeft natuurlijk geleid tot een massale influx van omgangvormen die oorspronkelijk beperkt waren tot de 'onderkant' van het sociale verkeer: in intieme contacten, onder leden van de lagere klassen, enz. Als gevolg daarvan werd uiteindelijk de hele cultuur geÔnformaliseerd. Dat is dan gebeurd in alle landen waar het naoorlogse proces van verburgerlijking is ingezet (te weten: de Westerse): de postmoderne revolutie met haar onthiŽrarchisering van de hogere versus lagere cultuur, die zich in de jaren '60 en '70 in elk van deze samenlevingen heeft voltrokken, valt precies op deze manier te verklaren.

 

Eťn en ander leidt evenwel tot een paradox. Tegen de bovenstaande redenering kan namelijk opgeworpen worden dat informalisering net het tegendeel van verburgerlijking beduidt: verburgerlijking zou in die optiek betekenen dat de proletarische bevolking - samen met hun hogere socio-economische status - ook de burgerlijke levensstijl overneemt. Het feit dat zulks niet gebeurt, maar dat integendeel de hele sociale omgang versoepelt in de richting van het lagere niveau, wordt dan ook geÔnterpreteerd als eerder een 'verarbeiderlijking van de burgerij' (in plaats van 'verburgerlijking van de arbeidersklasse').

 

Voor het Nederlands in Vlaanderen houdt dit in dat de opmars van het Verkavelingsvlaams de these als zou Vlaanderen verburgerlijkt zijn ronduit weerlegt. Verburgerlijking zou namelijk hebben neergekomen op een verdere verspreiding van het VRT-Nederlands (dat inderdaad ooit door een kleinschalige Vlaamse maatschappelijke elite als voertaal gekozen is).

 

Met name wordt hierbij steevast ingehaakt op het gebrek aan een zogenaamde spraakmakende gemeente - dat is dat deel van de bevolking dat door haar invloed en uitstraling het taalgebruik binnen een taalgemeenschap constitueert; sociaal gezien valt de spraakmakende gemeente normaliter natuurlijk samen met de maatschappelijke elite (d.i. de geŽmancipeerde toplaag in de samenleving). In zekere zin mag zelfs gesteld worden dat dit standpunt in de Vlaamse taalpolitiek het orthodoxe is. In het Taalcharter van de VRT - hťt officiŽle document van wat voor vele Vlamingen hťt referentiepunt bij uitstek inzake taalzaken is - staat bijvoorbeeld:

 

"In Vlaanderen wordt de standaardtaal immers niet of nauwelijks gedragen door een 'spraakmakende gemeente'. In onze buurlanden wordt die mede gevormd door politici, bedrijfsleiders en academici, maar in Vlaanderen kan hun taal bezwaarlijk een voorbeeld worden genoemd." (Hendrickx 1998)

 

Oftewel, enigszins lapidair samengevat: in Vlaanderen vandaag de dag is er geen spraakmakende gemeente, omdat degenen die het kunnen zijn - de maatschappelijke elite - geen correct (VRT-)Nederlands spreken.

 

De redenering loopt evenwel mank. Het probleem is dat de burgerij (oftewel, de maatschappelijke elite) als socio-economische entiteit - met name: de bezitters van kapitaal, en dan niet alleen in economische zin, maar ook 'cultureel kapitaal' (kennis) en 'sociaal kapitaal' (connecties) - wordt vereenzelvigd met een bepaalde levenswijze, te weten: de "burgerlijkheid", die er dan typisch voor wordt geacht (met soms de welbekende associaties - stijve gemaniŽreerdheid of zelfs bekakte formaliteit, etiketten die inderdaad nogal eens op het Algemeen Nederlands worden geplakt). Dat is echter geenszins zo; de burgerlijke levensstijl is niet meer dan een historische toevalligheid. Ter illustratie: als de negentiende-eeuwse bourgeoisie toevallig puntmutsen was beginnen dragen in plaats van hoge hoeden of de Engelse bolhoeden, dan hadden wij vandaag de dag dŠt wellicht stijf en bekakt gevonden. De gelijkschakeling van burgerij met burgerlijkheid is dan ook wat de marxistische denker Georg LukŠcs reÔficatie noemt: de (foutieve) beoordeling van sommige toevallige en accidentele elementen als integendeel wezenlijk en onveranderlijk (overigens zijn er interessante verbanden tussen LukŠcs' reÔficatie-begrip en de nominalistische zienswijze omtrent 'universalia' uit de Middeleeuwse Scholastiek; daar komen we later nog op terug). Dat kapitaalsverhoging (nogmaals: niet louter in economische zin) zou samenhangen met een toename in vormelijkheid of plechtstatigheid is dus hoegenaamd niet noodzakelijk. In de twintigste eeuw is de naoorlogse informalisering daar wel een mooi voorbeeld van.

 

Verkavelingsvlaams en verburgerlijking

Blogbericht van stijfvreter | Vrijdag 10 oktober 2008

De karakterisering van de maatschappelijke veranderingen in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog (zie: 'de modernisering van Vlaanderen') als een overgang van een Gemeinschaft naar een Gesellschaft is op de keper beschouwd enigszins vertekend. TŲnnies doelde met de term Gemeinschaft namelijk in de eerste plaats op het soort maatschappelijk leven zoals zich dat afspeelt in bijvoorbeeld een feodale structuur - een Gesellschaft is dan meer een geÔndustrialiseerde samenleving. Op het moment van de besproken verandering was Vlaanderen dan ook al een Gesellschaft: BelgiŽ - in casu: WalloniŽ - was in de negentiende eeuw het eerste continentaal-Europese land dat zich industrialiseerde; daarmee werden de Vlamingen overigens overwegend tot een proletariaat onder een hoofdzakelijk Franstalige bourgeoisie.

 

Het is dan ook juister te stellen dat de veranderingen uit de jaren '60 en '70 eerder neerkwamen op een proces van verburgerlijking: het feit dat het merendeel van de bevolking 'ingekapseld' werd in een burgelijke levensstijl - lees: martktparticipatie en massaconsumptie (dat heet dan emancipatie). Een belangrijk aandeel daarin vormde de uitbouw van de verzorgingsstaat: de overheid die instaat voor tal van sociale voorzieningen op het vlak van gezondheidszorg, werkloosheidssteun, onderwijs, enz. Als gevolg daarvan steeg zoals overal in Europa het gemiddelde peil van de welvaart ('verzorgingsstaat' is dan ook synoniem met 'welvaartstaat'), zodat verburgerlijking natuurlijk nagenoeg tot een evidentie werd.

 

Zoals gezegd betekende deze verburgerlijking, en de toegenomen interregionale en intersituationele contacten die daarmee gepaard gaan, de intrusie van vanouds dialectische elementen in de algemene omgang - wat dan leidde tot "erosie" van het officieel standaardtalige VRT-Nederlands: deze werd als het ware 'gebeitst' met dialectische couleur locale. Het Verkavelingsvlaams is dan ook de taal van de verburgerlijking van Vlaanderen.

 

Geert van Istendael over Verkavelingsvlaams

Blogbericht van stijfvreter | Zondag 28 september 2008

Voor de citaten over het 'Verkavelings-Vlaams' heb ik gebruik gemaakt van de herdruk uit 2005, hoewel het boek al van 1989 dateert. De volledige passage luidt als volgt:

 

"Er is trouwens iets nieuws, iets vuils de taal in de Zuidelijke Nederlanden aan het aantasten, aan het doodknijpen. Het is een manke usurpator in kale kleren, maar hij heeft de verwaandheid en de lompheid van de parvenu. Hij heet verkavelings-Vlaams.

Verkavelings-Vlaams, dat is de taal die gesproken wordt in de betere villa's op de verkavelde grond van onze verminkte dorpen. Het is de taal van de jongens en de meisjes die naar een deftige school gaan en andere kinderen uitlachen omdat die zo onbeschaafd praten.

De woordenschat van die jongens en meisjes is niet plat, o nee, maar ze is arm. Hun zinsbouw is niet dorps, maar krom. Hun uitspraak is niet echt lelijk, maar karakterloos.

Geef mij Hoog-hollands of Boerenmeetjeslands, geef mij arbeiders-Gents van de Muide of de Statenvertaling, geef me alles maar dat niet. Van het verkavelings-Vlaams verlos ons Heer!

Bovendien denken die lammelingen dat ze fatsoenlijk Nederlands spreken!

Ze vinden zichzelf te goed voor dialect en Hollands haten ze. Ze halen hun neus op voor het goeie, door en door Nederlandse oe-sj-itte-gaŽ (hoe heet-e gij) van het dialect en vragen oe noemde gij en antwoorden: ik noem Jan. Wie beweert dat er een verschil is tussen heten en noemen is een spelbreker en wil Vlaanderen overleveren aan de Hollanders. Het zijn de mensen die vragen wadduur iest (wat uur is het, letterlijk quelle heure est-il) om te weten hoe laat ze naar een Vlaams-nationale vergadering moeten gaan.

Verkavelings-Vlaams, het is de taal van een nieuwsoorting, door en door vals Vlaams zelfvertrouwen, het is de taal die uit minachting voor de spraak van gewone mensen en uit angst voor Nederlands geboren is, een wangedrocht is het, die taal van het nieuwe Vlaanderen, dat blaakt van intellectuele luiheid. Het allerergste is dat het waardeloze Verkavelings-Vlaams steeds vaker door gewone mensen wordt overgenomen. Hoorde ik laatst de slager niet zeggen: Ik heb e goe contact naar mijne zoon toe?" (Van Istendael 2005, 123-124)

 

De modernisering van Vlaanderen

Blogbericht van stijfvreter | Zondag 28 september 2008

De veranderingen in Vlaanderen van na de Tweede Wereldoorlog (zie het vorige bericht) komen in wezen neer op dan een (verlaat) proces van modernisering zoals bestudeerd door de allereerste sociologen. Het is, in het bekende begrippenpaar van Ferdinand TŲnnies, de overgang van een Gemeinschaft naar een Gesellschaft. Een Gemeinschaft (gemeenschap) is een landelijke en agrarische samenleving zoals zich dat nog typisch in dorpen afspeelt onder de kerktoren. Een Gesellschaft (maatschappij) daarentegen is de hoog technologische en sterk verstedelijkte samenleving uit de huidige industrielanden.

 

LinguÔstisch gezien is de taal van de Gemeinschaft het dialect; die van de Gesellschaft een meer algemene en gestandaardiseerde taal. Die associatie is niet nieuw; ze is al door vele auteurs aangestipt. In zijn boek over Het regiolect uit 1993 schrijft de taalkundige Cor Hoppenbrouwers bijvoorbeeld:

 

"In sociaal opzicht is de wereld van het dialect nogal doorzichtig. Veranderingen gaan er langzaam en de omgeving waarin de kinderen opgroeien lijkt in hoge mate op die van hun ouders. Het dagelijkse leven wordt er voornamelijk bepaald door de gang van de seizoenen en kent weinig verandering. Het is een stabiele samenleving, zonder de duidelijke stratificatie die onze maatschappij kenmerkt. De negentiende eeuwse Duitse socioloog TŲnnies typeert deze samenleving met de term Gemeinschaft. Deze Gemeinschaft zet hij af tegen de huidige samenleving die als Gesellschaft wordt aangeduid. Er zijn wel bezwaren gemaakt tegen zijn romantische opvattingen waar zelfs iets van een verloren paradijs in doorklinkt. Zijn Gemeinschaft is een idyllische samenleving waarin het individu gebakerd heette te zijn in een beschermende cocon van de sociale verhoudingen (...)." (Hoppenbrouwers 1993, 15)

 

Met de 'Vergesellschaftung' van Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog kwam dus het Verkavelingsvlaams in de plaats van het dialect. Dat heeft dan nog een andere socio-economische implicatie. De modernisering van Vlaanderen betekende namelijk dat een voorheen 'proletarische' bevolking van dialectsprekende boeren en arbeiders geleidelijk aan werd verburgerlijkt: de geŽmancipeerde, 'nieuwe' Vlamingen van na de Tweede Wereldoorlog vormen typisch een burgerij. Daarmee staat het dialect tot het Verkavelingsvlaams zoals de arbeidersklasse staat tot de bourgeoisie. Ook die associatie is niet nieuw. Geert van Istendael definieert het Verkavelingsvlaams zelfs in termen van de socio-economische afkomst van haar sprekers:

 

"Verkavelings-Vlaams, dat is de taal die gesproken wordt in de betere villa's op de verkavelde grond van onze verminkte dorpen. Het is de taal van de jongens en de meisjes die naar een deftige school gaan en andere kinderen uitlachen omdat die zo onbeschaafd praten." (Van Istendael 2005, 123)

 

START: de Vlaming spreekt GEEN Nederlands

Blogbericht van stijfvreter | Zaterdag 20 september 2008

Ondanks de officiŽle naamgeving - zeker met de huidige communautaire spanningen in de Belgische politiek - is de taal die vandaag de dag in Vlaanderen gesproken wordt NIET het Nederlands. Dat is al zo'n dertig jaar niet meer zo. Al sinds de jaren tachtig hanteren Vlamingen het zogenaamde "Verkavelingsvlaams", oftewel een 'tussentaal'.

 

De term 'Verkavelingsvlaams' is afkomstig van Geert van Istendael, die in zijn boek Het Belgisch labyrinth uit 1989 als eerste de aandacht vestigde op het jonge talige fenomeen:

 

"Verkavelings-Vlaams, het is de taal van een nieuwsoortig, door en door vals Vlaams zelfvertrouwen, het is de taal die uit minachting voor de spraak van gewone mensen en uit angst voor Nederlands geboren is, een wangedrocht is het, die taal van het nieuwe Vlaanderen, dat blaakt van intellectuele luiheid. Het allerergste is dat het waardeloze verkavelings-Vlaams steeds vaker door gewone mensen wordt overgenomen. Hoorde ik laatst de slager niet zeggen: Ik heb e goe contact naar mijne zoon toe?" (Van Istendael 2005, 124)

 

Schetst dat laatste zinnetje al enig beeld van het verschijnsel Verkavelingsvlaams, op de taaldatabanken van de VRT somt taalraadsman Ruud Hendrickx enkele van de meest typische kenmerken op (http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/taalbeleid/tussentaalcampagne.shtml). De lijst heeft als motto's "Laat ons ne keer te goei naar onszelf luisteren" en "Dag Karl, gij ept voor ons dienen dikken boek elemaal uitgelezen. Vertelt ne keer.".

 

Op 5 juni 2008 is er aan de KULeuven een doctoraat verdedigd over deze en andere in het oog springende elementen uit het Verkavelingsvlaams. Het proefschrift draagt de naam Tussen spreek- en standaardtaal en is vrij te raadplegen via de filehandle http://hdl.handle.net/1979/1760 - hoewel de ondertitel (nog) fout gecatalogiseerd staat. Het is een statistische studie naar het feitelijke taalgedrag in verschillende spreeksituaties, waarbij elke taaluiting gespecificeerd is voor sprekerkenmerken zoals sekse, regio, leeftijd, opleidingsgraad en beroepsgroep.

 

De centrale conclusie van het proefschrift luidt: de verbreiding van het Verkavelingsvlaams is te wijten aan het feit dat Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog een gemoderniseerde en geŽmancipeerde, post-industriŽle samenleving is geworden. Voorheen kende Vlaanderen nog een voornamelijk agrarisch maatschappelijk bestel met op taalkundig vlak een lappendeken aan dialecten. Vanaf de jaren vijftig kwam er evenwel een stijging van de welvaart, uitbouw van de materiŽle infrastructuur en vooral democratisering van het onderwijs, waardoor er vanaf de jaren zestig en zeventig een generatie kapitaalkrachtige, hoog opgeleide en (zowel geografisch als sociaal) mobiele Vlamingen zou opstaan. De voorwaarden voor het Verkavelingsvlaams waren daarmee geschapen. De wederzijdse beÔnvloeding van sprekers op elkaar doet immers de rest: uit het taalgebruik van deze geŽmancipeerde Vlamingen zou zich mechanisch een 'lokaal gekleurd' (Algemeen) Belgisch-Nederlands - ABN - ontwikkelen.

 

Dat laatste is natuurlijk een woordspeling. Aanvankelijk was de rol van bovenregionale standaardtaal namelijk weggelegd voor het bekende 'VRT-Nederlands' (Ī de taal van Martine Tanghe). Het kaderde zelfs als expliciete doelstelling in de vernoemde democratisering van het onderwijs om zo veel mogelijk Vlamingen snel en efficiŽnt deze taalvariŽteit aan te leren. Eťn van de aangevoerde argumenten daarbij was dat het de emancipatie van Vlaanderen zou bevorderen: de beheersing van een algemeen inzetbare omgangstaal zou leiden tot meer participatie aan het publieke leven. Dat toont maar aan hoe het VRT-Nederlandse standaardiseringsproject zijn eigen graf heeft gedolven: het Vlaamse emancipatieproces was van die aard dat het beoogde resultaat ook zonder het VRT-Nederlands tot stand is kunnen komen. Het VRT-Nederlands heeft zichzelf ondermijnd.

Pagina's: 1 | 2 | 3