Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiëren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

Blogs over Vlaamse taal

Ga naar den blog van
Grytolle

Gijngs

Blogbericht van Grytolle | Maandag 14 juni 2010

mee maane vlieger? nieje mee den bus!

 

Reklammeke voor de bus te nemen tijdens de Gentse feesten!

 
stijfvreter

Brokstuk één en een half: socialisatie

Blogbericht van stijfvreter | Donderdag 3 juni 2010

Nauw verwant aan het onderscheid tussen constitutieve en regulatieve regels is dat tussen primaire en secundaire socialisatie, oftewel de twee - chronologisch - verschillende manieren waarop sociale regels door een individu geleerd worden. Primaire socialisatie is de verwerving van gebruikelijke gedragspatronen tijdens de eerste levensjaren van een kind. Het gebeurt in de context van het gezin (niet toevallig heet je eerste taal je moedertaal) en is verder typisch onbewust. Primaire socialisatie bestaat namelijk in wezen in conformatie: het kind neemt instinctief en 'automatisch' de gedragsgewoonten van andere individuen uit zijn naaste omgeving over. Nadat het kind vanaf een jaar of zes ongeveer een basisset van regels heeft verworven treedt de secundaire socialisatie in. Secundaire socialisatie bestaat erin dat het kind leert welke gedragingen gepast zijn in de ruimere sociale omgang en welke niet. Deze regels hebben dan ook een evaluatief of prescriptief karakter, in tegenstelling tot de regels uit de primaire socialisatie die zoals gezegd veeleer descriptieve habituele generalisaties zijn. Verwerving van secundaire regels gebeurt niet meer via imitatie maar door middel van expliciete instructie, en is de typische context ervoor is dan ook de school.

Het verband tussen primaire en secundaire socialisatie enerzijds en constitutieve en regulatieve regels anderzijds zal duidelijk zijn: constitutieve regels worden grotendeels tijdens de primaire socialisatie verworven, regulatieve regels in essentie bij de secundaire socialisatie. In het prille begin van je leven conformeer je je vooral aan de regelmatigheden die je in je nabije omgeving opmerkt (sinds kort kan Krommenaas hier ongetwijfeld over uitweiden) om nadien eerder expliciet geïnstrueerd te worden over wat allemaal wel en niet mag als je met anderen interageert.

Ten slotte kan nog de link gelegd worden met een derde begrippenpaar: dat van dialect versus standaardtaal. Daarbij moeten we er evenwel voor oppassen om niet te kort door de bocht de verwerving van het dialect zonder meer gelijk te stellen met primaire socialisatie en constitutieve regels, tegenover de standaardtaal met secundaire socialisatie en regulatieve regels. Uiteindelijk is ook in Vlaanderen het proces van dialectverlies massaal (per slot van rekening houdt de post-industriële modernisering met haar toename van mobiliteit natuurlijk niet halt voor de Belgische en/of Vlaamse grens) en in se kadert de verbreiding van de tussentaal daar net in: de bekende uitspraak van de Brusselse linguïst José Cajot indachtig dat het "Verkavelingsvlaams de moedertaal [is] van veel dialectlozen en de doeltaal van veel dialectsprekenden" (zie vrijwel elke publicatie van zijn hand) leren steeds meer Vlamingen steeds minder nog een oorspronkelijk dialect aan. Voor de oudere generaties gold het dialect daarom misschien nog als een constitutieve taalvariëteit die tijdens de primaire socialisatie verworven wordt; voor de jongere (en mobielere) generaties gaat dat stellig niet meer op. De tweede pool van de associatie - standaardtaal, secundaire socialisatie, en regulatieve regels - klopt daarentegen wel, en daar gaat het nu natuurlijk juist om: de standaardtaal in Vlaanderen is een geheel van regulatieve (lees: prescriptieve en/of normatieve) regels die pas in secundaire fase expliciet en veelal door schoolse training geïnstrueerd worden.

 
Krommenaas

TV-programma's meh' Vlaamse namen

Blogbericht van Krommenaas | Zaterdag 15 mei 2010

Ik bedacht da' der recent nogal wa TV-programma's zijn meh' Vlaamse namen. Hier een lijsje, mankeer ek er nog?

 

  • De jaren stillekes
  • Goesting
  • Komen eten (lijkt me ne Vlaamsen uitroep)
  • Mag ik u kussen? ('k neem aan da' de "u" hier ni als AN-beleefdheidsvorm bedoeld is maar als voorwerpsvorm van "gij")
  • Meneer doktoor

 

Van TV gesproken: 'k was vanmorgen meh m'n boeleke naar kinderprogramma's aan 't kijken en m'neigen aan 't doodergeren aan 't feit da' die op de Vlaamsen TV allemaal Hollands gesproken zijn - zelfs ni AN maar echt Hollands - maar in Kabouter Plop kon ik tot m'n tevredenheid toch wa' Vlaamse woordsjes horen, sevves bijvoorbeeld. Ge moet uit weinig hoop putten wa' da betreft.

 
Grytolle

Zalige verwarring

Blogbericht van Grytolle | Woensdag 12 mei 2010

Uit dezen draad op 9lives.be, "Sex op een vreemde plaats ...".

dieje 'kik vond door op "ne week" of "ne vrouw" te googelen, en ni door een of ander vieze bezigheid(!) - hier volgd in elk geval een discussie tussen e paar posters die duidelijk wel iet afweten van verbuiging

 

Jack Malibu:

De zee (af te raden), trein, kleedhok zwembad.

Nekeer ene gevingerd in de glijbaan (dezelfde als van in da kleedhok) en in den boiler op pkp.

 

a143290:

O_o' als in: van het mannelijk geslacht?

 

JackM:

Euhm, nee? ene is vrouwelijk, enen mannelijk

Als is, kheb er daar ene goe gepakt in de tent en toen der enen kwam gluren heb ek em toch wa lappen moeten geven.

 

a143290:

Maar neen

Ik heb er een gevingerd vrouwelijk

Ik heb er ene gevingerd mannelijk

 

JackM:

Ge zijt mis, ga nu maar zelfmoord plegen.

 

GregoryCO:

toch wel

 

in w-vl:

ke jin gevingerd () mannelijk

ke jinne gevingerd vrouwelijk

 

Sorryfreak (in antwoord op a143290):

Hier is dat ook zo. ^^

Maarja, sommige hebben een dommer dialect eh.

 

JackM:

Of sommige zijn vrouw en zijn bijgevolg dom

 

Sorryfreak:

a143290 is mannelijk en denkt er hetzelfde over als ik, dus uw theorie klopt niet.

 

[...]

 

Z'hebben allemaal wel gelijk vôr hun respectievelijk Vlaams, vergelijkt dees deêl van de grammatica in 't West-Vlaams meh den tegenhanger vôr 't AV (of tenminste vôr de rest van Vlaanderen).

 
stijfvreter

Stokhof (2000) over regulatieve vs. constitutieve regels

Blogbericht van stijfvreter | Maandag 8 maart 2010

De Nederlandse taalfilosoof Martin Stokhof legt in zijn boekje Taal en betekenis. Een inleiding in de taalfilosofie uit 2000 het onderscheid tussen regulatieve en constitutieve regels uit in contrast met een derde soort regels, descriptieve regels:

 

"Descriptieve regels zijn beschrijvingen van feitelijke regelmatigheden, die al dan niet uitzonderingen toelaten. Dergelijke regels hebben de status van empirische generalisaties en zijn dus feitelijk en contingent. Onder deze noemer vallen regels van vrij uiteenlopende aard: van strikte natuurkundige wetten, zoals de regel voor het berekenen van de valsnelheid van een voorwerp in de buurt van het oppervlak van de aarde, tot biologische generalisaties, zoals de beschrijving van het trekgedrag van boerenzwaluwen. Sommige regels kunnen uitzonderingen toestaan (één honkvaste zwaluw weerlegt de regel niet), terwijl andere echt universeel zijn en dus in principe door een uitzondering worden weerlegd.

Regulatieve regels zijn nadere bepalingen van gedrag dat onafhankelijk van de regel als zodanig bestaat. Typische voorbeelden van dit soort regels vinden we bij sociale regels, zoals etiquetteregels ('Een mes wordt niet gebruikt om aardappelen te snijden'), of regels die een bepaalde vorm van ritueel of ceremonieel gedrag (zoals een begrafenis) bepalen. Regulatieve regels zijn geen beschrijvingen en dus niet feitelijk en contingent. Ook als niemand zich er aan houdt, kunnen ze nog van kracht zijn. Ze kunnen hun oorsprong hebben in bepaalde feitelijke aspecten van de werkelijkheid (zoals bepaalde aspecten van rituelen ooit functioneel geweest kunnen zijn), maar die oorsprong speelt in hun functioneren meestal geen rol meer.

Constitutieve regels, ten slotte, zijn bepalingen die definiërend zijn voor een bepaalde vorm van gedrag of voor een institutie. Een constitutieve regel roept iets in het leven dat onafhankelijk van die regel niet bestaat. Spelregels zijn een goed voorbeeld van constitutieve regels. Schaken bijvoorbeeld is wat het is louter en alleen door de regels die ervoor zijn opgesteld. Ook bepaalde sociale en politieke instituties hebben dit karakter. Constitutieve regels zijn net als regulatieve regels geen descripties en dus niet feitelijk en contingent. Het verschil tussen een constitutieve en een regulatieve regel is dat de laatste iets beregelt dat er al is, terwijl de eerste juist iets creëert."

(Stokhof 2000, 226-227)

 
Grytolle

't Studentenambtenèrke

Blogbericht van Grytolle | Dinsdag 2 maart 2010

In de lespauze vond ik een boekske liggen met daarin een artikel med een beke Vlaams ingewerkt

 

"'t Studentenambtenèrke"

"al dat jong geweld"

"Gent ziet u graag"

"bij het huisvuil" - ongemarkeerd in VanDale maar we leerden in onze cursus taalzorg "vuil" te vervangen door "vuilnis"...

"(je ergert je toch dood aan) diene hoela die persé [...]"

 
Krommenaas

De moedertaal van Vlaamse kinderen

Blogbericht van Krommenaas | Dinsdag 23 februari 2010

Op de 6e januari ben ik voor den eerste keer vader geworden. Ik kan vanaf nu dus van op d'eerste rij observeren hoe een Vlaams kind heden ten dage zijn moedertaal verwerft.

 

Hoewel mijne kleine nog maar een boeleke van goe zes weken is heb ik al bij verschillende personen - o.a. twee kraamvrouwen, een dokteres en een tante - opgemerkt da ze der jij tegen zeggen, hoewel ze da woord nooit ofte nimmer tegen mij of tegen andere volwassenen zouden gebruiken. Ik zien de taalindoctrinatie van de Vlamingen, die hen dicteert da ze tegen kinderen Hollands/AN moeten spreken, zich dus voor mijn ogen manifesteren.

 

Als ouder hebde vier mogelijkheden:

  1. meh uw kind spreken gelijk ge tegen d'ander mensen in uw directe omgeving spreekt. Voor de meeste Vlamingen betekend da verwaterd dialect spreken.
  2. tegen uw kind bewust Hollands/AN proberen spreken.
  3. tegen uw kind bewust algemeen Vlaams proberen spreken.
  4. tegen uw kind bewust zuivere streektaal spreken.

 

Heel veel mensen proberen, onder invloed van de decennialange hetze tegen Vlaams taalgebruik, Hollands/AN tegen hun kinderen te spreken maar kunnen helemaal ni consistent AN spreken. Ze spreken dan eigenlijk ne verbasterde vorm van hun dialect waarin de klanken vervangen zijn door AN-klanken en d'opvallende dialectwoorden weggelaten worden. Het is juist op die manier dad et verkavelingsvlaams is ontstaan. De perceptie van het AN is ondertussen zodanig verzwakt da veel mensen 90% algemeen Vlaams tegen hun kinderen spreken en denken da da AN is.

 

Helaas slagen deze mensen der wel regelmatig in ne jij, ne jou of een verkleinwoord op -je in hun zinnen te gooien en contamineren ze zo toch het taalgebruik van het kind. De grote ironie is echter da ze, door tegen ander volwassenen gewoon algemeen Vlaams of streektaal te spreken, meh' deze Hollandse woorden een taaltsje vormen dad eigenlijk alleen maar kindertaal is. Aangezien kinderen vanaf nen bepaalde leeftijd alles wa kinderlijk is afwerpen ziede dad oudere kinderen veel minder jij en jou zeggen dan peuters en kleuters.

 

Ik wil mijne kleine ni dwingen op een bepaalde manier te spreken, en ik zal ook ni toelaten dad anderen da wel proberen doen. Als mensen er tegen beginnen jij-jouwen terwijl ze normaal zo ni spreken gaan ek me daar dus tegen verzetten. Zelf gaan ek proberen zo consistent mogelijk mijn streektaal - Antwerps - tegen hem te spreken, en andere mensen aanmoedigen hetzelfde te doen met hun streektaal - van mijn schoonfamilie zal 'em zo regelmatig Dendermonds en Kruishoutems opvangen. Van zijn moeder zal 'em typisch verkavelingsvlaams (AV meh een paar Hollandse elementen) horen, en op 't school zal 'em onvermijdelijk Hollands ingelepeld krijgen. Benieuwd hoe zijn eigen taalgebruik zal evolueren!

 
stijfvreter

Naar een verklaring voor het Verkavelingsvlaams, brokstuk één: deregulering

Blogbericht van stijfvreter | Dinsdag 26 januari 2010

Het cruciale punt achter het Verkavelingsvlaams - om maar meteen met de deur in huis te vallen - is om aannemelijk te maken hoe de stijging van de welvaart en levensstandaard er überhaupt toe kan leiden dat men zich los kon maken van normatieve voorschriften. Nuttig daartoe is om normen te onderscheiden van gewoontes of gebruiken. Die laatste zijn historisch gegroeide patronen van gedrag die nu eenmaal factueel gestabiliseerd zijn doordat wij er ons allemaal aan aangepast hebben. Normen zijn daarentegen bij wijze van spreken daaraan toegevoegd: zij stipuleren nog eens extra hoe bepaalde gedragingen zich zouden moeten voltrekken. In de taalwetenschap spreekt men ook wel van constitutieve versus regulatieve regels. Het begrippenpaar stamt van onder meer de taalfilosoof John Searle. Constitutieve regels specificeren de criteria die iets maken tot wat het is. Het typevoorbeeld zijn spelregels. De regel die zegt dat je schaak staat als één van de pionnen van de tegenpartij jouw koning kan slaan specificeert wat het betekent om schaak te staan (met name, zoals gezegd, als één van de pionnen van de tegenpartij jouw koning kan slaan). Een ander voorbeeld is de regel dat bisschoppen diagonaal moeten bewegen, terwijl een toren over rechte lijnen. Je zou een variant van het schaakspel kunnen bedenken waarbij het de bisschop is die over rechte lijnen beweegt en de torens diagonaal, maar in principe speel je dan een ander spel dan wat we traditioneel kennen als het schaakspel. Nu zou je die variant weliswaar ook "schaken" kunnen noemen (uiteindelijk is het maar een kleine wijziging die je doorgevoerd hebt), maar op de keper beschouwd heb je daarmee de definitie van het schaakspel veranderd. Die vergelijking met een definitie is niet zonder belang, want vaak worden constitutieve regels opgevat als definities: een constitutieve regel specificeert de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn opdat er überhaupt van een bepaalde kwestie sprake kan zijn.

Regulatieve regels beregelen daarentegen iets dat ook los van die regel bestaat. Een typisch voorbeeld zijn verkeersregels. In principe zou je zowel rechts als links van de weg kunnen rijden, maar het is de (regulatieve) regel dat het in België rechts moet (net zoals het in Groot-Brittannië de regulatieve regel is dat het daar links moet); in principe zou je bij een rood licht door kunnen rijden in plaats van te stoppen en integendeel juist bij een groen licht stoppen, maar het is de (regulatieve) regel dat het andersom hoort. Een ander voorbeeld van regulatieve regels zijn wetten: bijvoorbeeld, dat je niet zomaar iemand mag doden.

Toegepast op taal kunnen we het onderscheid tussen constitutieve en regulatieve regels verduidelijken aan de hand van het bepaald lidwoord de. Een constitutieve regel van het Nederlands zegt dat het bepaald lidwoord bij het woord boom het woord de is, en niet the zoals in het Engels of le zoals in het Frans: "le boom" of "the boom" zou gewoonweg geen Nederlands zijn. Een regulatieve regel zegt dan weer dat het de boom moet zijn en niet het tussentalige dem boom, bijvoorbeeld: in principe kunnen beide, maar de is "beter" dan dem. Dat laatste licht meteen de sluier op van wat de regels van de standaardtaal primair zijn: standaardtaalregels zijn regulatief. De regels van de standaardtaal beregelen namelijk taalgebruik dat zonder die regels ook zou bestaan; er is de conventionele manier waarop sprekers met elkaar communiceren, en standaardtaalregels specificeren daarvan additief welk taalgebruik toegestaan is en welk niet.

Daarmee is dan een eerste kentrek geschetst van het losser worden van normen zoals aan het begin van dit bericht vermeld. Doordat standaardtaalregels regulatieve, supplementaire voorschriften zijn, bestaat in se de mogelijkheid om ze niet na te komen en terug te vallen op een meer spontane, habituele manier van spreken - een proces dat dan ook heel toepasselijk de naam deregulering mag dragen. Doordat standaardtaalregels regulatief zijn, zijn ze facultatief en kan men ze altijd naast zich neerleggen. Het komt er dan op aan om de precieze voorwaarden te achterhalen die ertoe geleid hebben dat de deregulering zich ook daadwerkelijk ingezet heeft.

 
stijfvreter

Na de samenvatting, nogal wiedes, de voortzetting: Verkavelingsvlaams als 'conspicuous leisure'

Blogbericht van stijfvreter | Zaterdag 10 oktober 2009

Het wordt tijd om de draad weer op te nemen. In de vorige berichten werd er getracht om uit de doeken te doen hoe Verkavelingsvlaams samenhangt met de ontwikkelingen van welvaartstoename, economische groei, post-industrialisering, verburgerlijking, democratisering en emancipatie. Die berichten werden overgeheveld van mijn eigen blog - http://www.bloggen.be/stijfvreter/ - door Krommenaas, waarvoor ik hem uitdrukkelijk wil bedanken.

 

De oude blog zal zich voortaan toespitsen op de meer technische aspecten achter kuddegedrag evenals de filosofische bespiegelingen daaromtrent; hier zal het vooral gaan over de 'paradox', die in de vorige berichten al even aangehaald werd: met name, dat het proces van emancipatie en opwaartse mobiliteit niet geresulteerd heeft in een verdere verbreiding van het Standaardnederlands, maar juist in een met dialectelementen doorspekte tussentaal.

 

Tot op zekere hoogte is dat een gevolg, zoals in de vorige berichten betoogd, van de gestegen mobiliteit zelf: als het aantal interregionale contacten tussen sprekers uit verschillende gebieden aangroeit, dan geeft dat dialectkenmerken de kans op een ruimere verspreiding, waardoor zich 'van onderuit' een dialectisch gekleurde algemene omgangstaal kan ontwikkelen. Toch is hiermee niet alles a priori verklaard: in landen zoals Frankrijk, Engeland of Nederland - kortom: de 'klassiek' gestandaardiseerde taalgemeenschappen - bracht de toegenomen vervlechting van het sociale verkeer net een sterkere verankering van de standaardtaal met zich mee - dat was bij uitstek het geval tijdens de eerste industrialisatiegolf in de negentiende eeuw. Het verschil is echter dat in deze omstandigheden de standaardtaal (nog) fungeert als een middel om hogerop te klimmen in de samenleving, en precies daarin schuilt de verklaring van de opkomst van het Verkavelingsvlaams in de twintigste eeuw. Zonder meteen al de hele sluier op te lichten (de uiteenzetting van onze theorie vormt net het onderdeel van de komende berichten op deze blog), is die erin gelegen - samen met de massale informalisering die in het algemeen de sociale omgang in dit tijdvak gekarakteriseerd heeft - dat er na de Tweede Wereldoorlog een generatie opstaat die dermate welgesteld en bemiddeld is dat ze zich probleemloos kan onthouden van een strikte naleving van de regels, omdat ze nu eenmaal een voldoende gevrijwaard niveau van welstand heeft weten te vergaren. Deze sprekers hebben een zodanige levensstandaard opgebouwd dat ze niet langer genoodzaakt zijn om hun gedrag in de richting van de gestelde normen bij te schaven. Zij zijn, om in één woord hun (pas) verworven positie samen te vatten, ontheven van het leveren van inspanningen om sociaal vooruit te komen.

 

Hun informalisering is daarmee niets minder dan een statuskenmerk, een manier om zich van de lager geplaatsten in de maatschappij (en gelet op de socio-economische geschiedenis van Vlaanderen zijn dat dus in de regel sprekers uit de oudere generaties) te onderscheiden. Die laatsten moeten namelijk wel nog inspanningen leveren; zij verkeren niet in de mogelijkheid, het prinselijke privilege, om zich ten opzichte van regels zulke vrijblijvendheid te veroorloven: willen zij meedraaien in het spel, dan moeten zij zich eenvoudigweg schikken naar de bestaande voorschriften. Dat de 'nieuwe rijken' in Vlaanderen zich daaraan kunnen onttrekken is dan ook een teken van hun maatschappelijk welslagen. Informalisering is de ontegensprekelijke uiting van sociaal succes.

 
 
Grytolle

Een herkenbaar situatie

Blogbericht van Grytolle | Maandag 7 september 2009

Stroops eigen anekdote wijst in deze richting. Hij vertelt dat het met school-Frans heel moeilijk is om een gewone Fransman te verstaan. Welnu, het Frans is bij uitstek een cultuurtaal waarvoor al eeuwenlang een vrij nauwkeurige standaarduitspraak wordt gepropageerd. Buitenlanders én moedertaalsprekers weten dus uitstekend op wie ze zich moeten richten, en ze hebben daar kennelijk niets aan. Ze zouden beter af zijn als ze op school wat meer leerden over de werkelijke variatie in de taal, en wat minder over het prachtige ideaal dat feitelijk niemand hanteert.

Bron: http://www.vanoostendorp.nl/linguist/meedogendeoor.html

Trouwens een interessant artikel als ge wa' vrijen tijd hed.

 

Vandaag zijn ek trouwens naar 't ziekenhuis geweest en 'k heb er genen enkele zin in 't AN gehoord :) Schandalig, hè!!!

 
Grytolle

Taalachterstand

Blogbericht van Grytolle | Woensdag 2 september 2009
Uit De Morgen den 2e september 2009, p. 16:

 

Het is zorgwekkend dat er zoveel kleuters met taalachterstand naar de eerste kleuterklas gaan (DM 1/9). Er is echter nog iets zorgwekkenders aan de hand. Mijn dochter had helemaal geen taalachterstand op haar derde en sprak vlot algemeen Nederlands: "Ik heet Erin en wat is jouw naam?". Zes jaar later is ze een volleerd spreekster van een tussentaaltje geworden en denkt ze dat dat de norm is: "Oe noemde gij?" Er wordt in ons onderwijs veelal les gegeven in het Verkavelingsvlaams. Deze ramp komt de taalachterstand van inwijkelingen alleen nog maar versterken.

Dirk De Haes, Holsbeek

 

Besten Dirk,

 

Zij blij dad uw dochter gelukkig den taligen achterstand da' gij haar blijkbaar vóór hare schoolgang meegaf, heefd kunnen wegwerken! Het Algemeen Nederlands is in d'eerste plaats een schrijftaal en geen spreektaal; zeker geen taal die gepast is voor in den omgang meh' vrienden op school of in uwe vrijen tijd. Laat uw kinderen da maar leren op school, in boeken of door tv te kijken. Thuis Verkavelingsvlaams of dialect spreken kan alleen maar een sterker taalgevoel en een beter vermogen om verschillende accenten te verstaan, meh' zich meebrengen. Feliciteerd haar ook mijnentwege med haar uitstekend normbesef da perfect klopt meh recent onderzoek (zied et nieuwsbericht hieronder)!

 

Wa' de "inwijkelingen" betreft, kan ek alleen maar vaststellen da' der wel sprake is van nen taligen achterstand, maar ni doorda' Vlamingen geen AN spreken, maar omda' "d'inwijkelingen" geen kansen worden geboden om de spreektaal te leren. Toen ikzelf twee jaar geleden Nederlands begon te leren kon ek helemaal geen online studiemateriaal vinden voor Vlaamse spreektaal mee te leren. Meh wa minder doorzetvermogen en zonder veel privé hulp van moedertaalsprekers was der dus waarschijnlijk nooit iets van gekomen.

 

Toekomstige studenten Vlaams/Nederlands die problemen te helpen te voorkomen, beschouw ek dus als eên van m'n belangrijkste doelstellingen voor dees project.

 

Vriendelijke groeten,

Grytolle

 
Krommenaas

De Blogs sectie

Blogbericht van Krommenaas | Vrijdag 10 juli 2009

Deze site is nog altijd in vollen opbouw, en vandaag is er weer nen bouwsteen bijgezet met deze blogsectie. Voor de moment is hier nog weinig te zien, maar op termijn komen hier meerdere mensen hun licht laten schijnen over de Vlaamse taal. Zowel voor- als tegenstanders mogen hunne zeg doen; alleen d'inhoudelijke kwaliteit teld en den inhoud van de blogs is zowiezo volledig onafhankelijk van de rest van de site.

 

 
stijfvreter

Wrap-up

Blogbericht van stijfvreter | Donderdag 29 januari 2009

Het wordt tijd om samen te vatten.

 

Wie het één en ander in deze blog naleest komt veel hortende en haperende formuleringen tegen. Zo wordt er gewag gemaakt van puntmutsen en in het eerste bericht (genaamd: "de Vlaming spreekt GEEN Nederlands") staat te lezen: "... uit het taalgebruik van deze geëmancipeerde Vlamingen zou zich mechanisch een 'lokaal gekleurd' (Algemeen) Belgisch-Nederlands - ABN - ontwikkelen."

 

Dat is een wat weerbarstige zin. Er had beter automatisch in plaats van mechanisch gestaan.

 

Hoe dan ook wordt het tijd om het mechaniekje waarvan sprake, die automaton eens nader uit te klaren. Het wordt tijd om samen te vatten.

 

Wat we weten is dit:

Door de socio-economische veranderingen in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog - zoals: de stijging van de welvaart, de uitbouw van de materiële infrastructuur evenals het onderwijs, de opkomst van de massamedia, e.d. - werd het dagdagelijkse leven van de Vlamingen drastisch ontsloten: de leefwereld van de modale Vlaming breidde zich uit van de plaatselijke dorpskom of stadswijk (Gemeinschaft) naar de samenleving in haar geheel (Gesellschaft). Deze maatschappelijke verdichting en verburgerlijking verhoogde voor dialectkenmerken de kans op een ruimere, interlokale verspreiding: de emancipatie van Vlaanderen ging weliswaar aanvankelijk gepaard met de overname van de standaardtaal uit Nederland, maar de genoemde processen in de jaren '60 en '70 werkten in zulke mate democratiserend dat ze vooral leidden tot een massale toevloed van niet altijd even standaardtalig sprekende Vlamingen naar het openbare leven. Met hen kwamen dialectische elementen in publieke omloop. In deze toestand van linguïstische turbulentie - een talige "bellum omnium contra omnes" ('oorlog van allen tegen allen'; de frase komt uit Leviathan van Thomas Hobbes) - zou zich vervolgens spontaan een (nieuwe) conventie ontwikkelen. Het onderlinge samenspel van invloed en overname tussen individuen stabiliseerde/consolideerde automatisch tot de omgangstaal, die we vandaag de dag het Verkavelingsvlaams noemen.

 

Rest ons nog uit de doeken te doen hoe dat komt: hoezo stabiliseert talige turbulentie zich automatisch in een nieuwe conventie? Oftewel, nogmaals: wat is die automaton, dat mechaniekje dat erachter schuilt?

 

Het antwoord luidt dat dit ligt in ons kudde-instinct, maar dat is dan weer het onderwerp voor een volgend bericht.

 
stijfvreter

3e referentie: Van Haeringen (1924)

Blogbericht van stijfvreter | Zondag 14 december 2008

Het artikel van Van Haeringen, waar Van der Horst naar verwijst, heeft als titel "Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak" en is in 1924 verschenen in De Nieuwe Taalgids 18 (pp. 65-86). Het kan on-line gevonden worden op:

 

http://www.dbnl.org/tekst/haer001eenh01_01/haer001eenh01_01_0001.htm
Pagina's: 1 | 2