Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiëren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

Blogs over Vlaamse taal

Ga naar den blog van
stijfvreter

Stokhof (2000) over regulatieve vs. constitutieve regels

Blogbericht van stijfvreter | Maandag 8 maart 2010

De Nederlandse taalfilosoof Martin Stokhof legt in zijn boekje Taal en betekenis. Een inleiding in de taalfilosofie uit 2000 het onderscheid tussen regulatieve en constitutieve regels uit in contrast met een derde soort regels, descriptieve regels:

 

"Descriptieve regels zijn beschrijvingen van feitelijke regelmatigheden, die al dan niet uitzonderingen toelaten. Dergelijke regels hebben de status van empirische generalisaties en zijn dus feitelijk en contingent. Onder deze noemer vallen regels van vrij uiteenlopende aard: van strikte natuurkundige wetten, zoals de regel voor het berekenen van de valsnelheid van een voorwerp in de buurt van het oppervlak van de aarde, tot biologische generalisaties, zoals de beschrijving van het trekgedrag van boerenzwaluwen. Sommige regels kunnen uitzonderingen toestaan (één honkvaste zwaluw weerlegt de regel niet), terwijl andere echt universeel zijn en dus in principe door een uitzondering worden weerlegd.

Regulatieve regels zijn nadere bepalingen van gedrag dat onafhankelijk van de regel als zodanig bestaat. Typische voorbeelden van dit soort regels vinden we bij sociale regels, zoals etiquetteregels ('Een mes wordt niet gebruikt om aardappelen te snijden'), of regels die een bepaalde vorm van ritueel of ceremonieel gedrag (zoals een begrafenis) bepalen. Regulatieve regels zijn geen beschrijvingen en dus niet feitelijk en contingent. Ook als niemand zich er aan houdt, kunnen ze nog van kracht zijn. Ze kunnen hun oorsprong hebben in bepaalde feitelijke aspecten van de werkelijkheid (zoals bepaalde aspecten van rituelen ooit functioneel geweest kunnen zijn), maar die oorsprong speelt in hun functioneren meestal geen rol meer.

Constitutieve regels, ten slotte, zijn bepalingen die definiërend zijn voor een bepaalde vorm van gedrag of voor een institutie. Een constitutieve regel roept iets in het leven dat onafhankelijk van die regel niet bestaat. Spelregels zijn een goed voorbeeld van constitutieve regels. Schaken bijvoorbeeld is wat het is louter en alleen door de regels die ervoor zijn opgesteld. Ook bepaalde sociale en politieke instituties hebben dit karakter. Constitutieve regels zijn net als regulatieve regels geen descripties en dus niet feitelijk en contingent. Het verschil tussen een constitutieve en een regulatieve regel is dat de laatste iets beregelt dat er al is, terwijl de eerste juist iets creëert."

(Stokhof 2000, 226-227)

 
Grytolle

't Studentenambtenèrke

Blogbericht van Grytolle | Dinsdag 2 maart 2010

In de lespauze vond ik een boekske liggen met daarin een artikel med een beke Vlaams ingewerkt

 

"'t Studentenambtenèrke"

"al dat jong geweld"

"Gent ziet u graag"

"bij het huisvuil" - ongemarkeerd in VanDale maar we leerden in onze cursus taalzorg "vuil" te vervangen door "vuilnis"...

"(je ergert je toch dood aan) diene hoela die persé [...]"

 
Krommenaas

De moedertaal van Vlaamse kinderen

Blogbericht van Krommenaas | Dinsdag 23 februari 2010

Op de 6e januari ben ik voor den eerste keer vader geworden. Ik kan vanaf nu dus van op d'eerste rij observeren hoe een Vlaams kind heden ten dage zijn moedertaal verwerft.

 

Hoewel mijne kleine nog maar een boeleke van goe zes weken is heb ik al bij verschillende personen - o.a. twee kraamvrouwen, een dokteres en een tante - opgemerkt da ze der jij tegen zeggen, hoewel ze da woord nooit ofte nimmer tegen mij of tegen andere volwassenen zouden gebruiken. Ik zien de taalindoctrinatie van de Vlamingen, die hen dicteert da ze tegen kinderen Hollands/AN moeten spreken, zich dus voor mijn ogen manifesteren.

 

Als ouder hebde vier mogelijkheden:

  1. meh uw kind spreken gelijk ge tegen d'ander mensen in uw directe omgeving spreekt. Voor de meeste Vlamingen betekend da verwaterd dialect spreken.
  2. tegen uw kind bewust Hollands/AN proberen spreken.
  3. tegen uw kind bewust algemeen Vlaams proberen spreken.
  4. tegen uw kind bewust zuivere streektaal spreken.

 

Heel veel mensen proberen, onder invloed van de decennialange hetze tegen Vlaams taalgebruik, Hollands/AN tegen hun kinderen te spreken maar kunnen helemaal ni consistent AN spreken. Ze spreken dan eigenlijk ne verbasterde vorm van hun dialect waarin de klanken vervangen zijn door AN-klanken en d'opvallende dialectwoorden weggelaten worden. Het is juist op die manier dad et verkavelingsvlaams is ontstaan. De perceptie van het AN is ondertussen zodanig verzwakt da veel mensen 90% algemeen Vlaams tegen hun kinderen spreken en denken da da AN is.

 

Helaas slagen deze mensen der wel regelmatig in ne jij, ne jou of een verkleinwoord op -je in hun zinnen te gooien en contamineren ze zo toch het taalgebruik van het kind. De grote ironie is echter da ze, door tegen ander volwassenen gewoon algemeen Vlaams of streektaal te spreken, meh' deze Hollandse woorden een taaltsje vormen dad eigenlijk alleen maar kindertaal is. Aangezien kinderen vanaf nen bepaalde leeftijd alles wa kinderlijk is afwerpen ziede dad oudere kinderen veel minder jij en jou zeggen dan peuters en kleuters.

 

Ik wil mijne kleine ni dwingen op een bepaalde manier te spreken, en ik zal ook ni toelaten dad anderen da wel proberen doen. Als mensen er tegen beginnen jij-jouwen terwijl ze normaal zo ni spreken gaan ek me daar dus tegen verzetten. Zelf gaan ek proberen zo consistent mogelijk mijn streektaal - Antwerps - tegen hem te spreken, en andere mensen aanmoedigen hetzelfde te doen met hun streektaal - van mijn schoonfamilie zal 'em zo regelmatig Dendermonds en Kruishoutems opvangen. Van zijn moeder zal 'em typisch verkavelingsvlaams (AV meh een paar Hollandse elementen) horen, en op 't school zal 'em onvermijdelijk Hollands ingelepeld krijgen. Benieuwd hoe zijn eigen taalgebruik zal evolueren!

 
stijfvreter

Naar een verklaring voor het Verkavelingsvlaams, brokstuk één: deregulering

Blogbericht van stijfvreter | Dinsdag 26 januari 2010

Het cruciale punt achter het Verkavelingsvlaams - om maar meteen met de deur in huis te vallen - is om aannemelijk te maken hoe de stijging van de welvaart en levensstandaard er überhaupt toe kan leiden dat men zich los kon maken van normatieve voorschriften. Nuttig daartoe is om normen te onderscheiden van gewoontes of gebruiken. Die laatste zijn historisch gegroeide patronen van gedrag die nu eenmaal factueel gestabiliseerd zijn doordat wij er ons allemaal aan aangepast hebben. Normen zijn daarentegen bij wijze van spreken daaraan toegevoegd: zij stipuleren nog eens extra hoe bepaalde gedragingen zich zouden moeten voltrekken. In de taalwetenschap spreekt men ook wel van constitutieve versus regulatieve regels. Het begrippenpaar stamt van onder meer de taalfilosoof John Searle. Constitutieve regels specificeren de criteria die iets maken tot wat het is. Het typevoorbeeld zijn spelregels. De regel die zegt dat je schaak staat als één van de pionnen van de tegenpartij jouw koning kan slaan specificeert wat het betekent om schaak te staan (met name, zoals gezegd, als één van de pionnen van de tegenpartij jouw koning kan slaan). Een ander voorbeeld is de regel dat bisschoppen diagonaal moeten bewegen, terwijl een toren over rechte lijnen. Je zou een variant van het schaakspel kunnen bedenken waarbij het de bisschop is die over rechte lijnen beweegt en de torens diagonaal, maar in principe speel je dan een ander spel dan wat we traditioneel kennen als het schaakspel. Nu zou je die variant weliswaar ook "schaken" kunnen noemen (uiteindelijk is het maar een kleine wijziging die je doorgevoerd hebt), maar op de keper beschouwd heb je daarmee de definitie van het schaakspel veranderd. Die vergelijking met een definitie is niet zonder belang, want vaak worden constitutieve regels opgevat als definities: een constitutieve regel specificeert de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn opdat er überhaupt van een bepaalde kwestie sprake kan zijn.

Regulatieve regels beregelen daarentegen iets dat ook los van die regel bestaat. Een typisch voorbeeld zijn verkeersregels. In principe zou je zowel rechts als links van de weg kunnen rijden, maar het is de (regulatieve) regel dat het in België rechts moet (net zoals het in Groot-Brittannië de regulatieve regel is dat het daar links moet); in principe zou je bij een rood licht door kunnen rijden in plaats van te stoppen en integendeel juist bij een groen licht stoppen, maar het is de (regulatieve) regel dat het andersom hoort. Een ander voorbeeld van regulatieve regels zijn wetten: bijvoorbeeld, dat je niet zomaar iemand mag doden.

Toegepast op taal kunnen we het onderscheid tussen constitutieve en regulatieve regels verduidelijken aan de hand van het bepaald lidwoord de. Een constitutieve regel van het Nederlands zegt dat het bepaald lidwoord bij het woord boom het woord de is, en niet the zoals in het Engels of le zoals in het Frans: "le boom" of "the boom" zou gewoonweg geen Nederlands zijn. Een regulatieve regel zegt dan weer dat het de boom moet zijn en niet het tussentalige dem boom, bijvoorbeeld: in principe kunnen beide, maar de is "beter" dan dem. Dat laatste licht meteen de sluier op van wat de regels van de standaardtaal primair zijn: standaardtaalregels zijn regulatief. De regels van de standaardtaal beregelen namelijk taalgebruik dat zonder die regels ook zou bestaan; er is de conventionele manier waarop sprekers met elkaar communiceren, en standaardtaalregels specificeren daarvan additief welk taalgebruik toegestaan is en welk niet.

Daarmee is dan een eerste kentrek geschetst van het losser worden van normen zoals aan het begin van dit bericht vermeld. Doordat standaardtaalregels regulatieve, supplementaire voorschriften zijn, bestaat in se de mogelijkheid om ze niet na te komen en terug te vallen op een meer spontane, habituele manier van spreken - een proces dat dan ook heel toepasselijk de naam deregulering mag dragen. Doordat standaardtaalregels regulatief zijn, zijn ze facultatief en kan men ze altijd naast zich neerleggen. Het komt er dan op aan om de precieze voorwaarden te achterhalen die ertoe geleid hebben dat de deregulering zich ook daadwerkelijk ingezet heeft.

 
stijfvreter

Na de samenvatting, nogal wiedes, de voortzetting: Verkavelingsvlaams als 'conspicuous leisure'

Blogbericht van stijfvreter | Zaterdag 10 oktober 2009

Het wordt tijd om de draad weer op te nemen. In de vorige berichten werd er getracht om uit de doeken te doen hoe Verkavelingsvlaams samenhangt met de ontwikkelingen van welvaartstoename, economische groei, post-industrialisering, verburgerlijking, democratisering en emancipatie. Die berichten werden overgeheveld van mijn eigen blog - http://www.bloggen.be/stijfvreter/ - door Krommenaas, waarvoor ik hem uitdrukkelijk wil bedanken.

 

De oude blog zal zich voortaan toespitsen op de meer technische aspecten achter kuddegedrag evenals de filosofische bespiegelingen daaromtrent; hier zal het vooral gaan over de 'paradox', die in de vorige berichten al even aangehaald werd: met name, dat het proces van emancipatie en opwaartse mobiliteit niet geresulteerd heeft in een verdere verbreiding van het Standaardnederlands, maar juist in een met dialectelementen doorspekte tussentaal.

 

Tot op zekere hoogte is dat een gevolg, zoals in de vorige berichten betoogd, van de gestegen mobiliteit zelf: als het aantal interregionale contacten tussen sprekers uit verschillende gebieden aangroeit, dan geeft dat dialectkenmerken de kans op een ruimere verspreiding, waardoor zich 'van onderuit' een dialectisch gekleurde algemene omgangstaal kan ontwikkelen. Toch is hiermee niet alles a priori verklaard: in landen zoals Frankrijk, Engeland of Nederland - kortom: de 'klassiek' gestandaardiseerde taalgemeenschappen - bracht de toegenomen vervlechting van het sociale verkeer net een sterkere verankering van de standaardtaal met zich mee - dat was bij uitstek het geval tijdens de eerste industrialisatiegolf in de negentiende eeuw. Het verschil is echter dat in deze omstandigheden de standaardtaal (nog) fungeert als een middel om hogerop te klimmen in de samenleving, en precies daarin schuilt de verklaring van de opkomst van het Verkavelingsvlaams in de twintigste eeuw. Zonder meteen al de hele sluier op te lichten (de uiteenzetting van onze theorie vormt net het onderdeel van de komende berichten op deze blog), is die erin gelegen - samen met de massale informalisering die in het algemeen de sociale omgang in dit tijdvak gekarakteriseerd heeft - dat er na de Tweede Wereldoorlog een generatie opstaat die dermate welgesteld en bemiddeld is dat ze zich probleemloos kan onthouden van een strikte naleving van de regels, omdat ze nu eenmaal een voldoende gevrijwaard niveau van welstand heeft weten te vergaren. Deze sprekers hebben een zodanige levensstandaard opgebouwd dat ze niet langer genoodzaakt zijn om hun gedrag in de richting van de gestelde normen bij te schaven. Zij zijn, om in één woord hun (pas) verworven positie samen te vatten, ontheven van het leveren van inspanningen om sociaal vooruit te komen.

 

Hun informalisering is daarmee niets minder dan een statuskenmerk, een manier om zich van de lager geplaatsten in de maatschappij (en gelet op de socio-economische geschiedenis van Vlaanderen zijn dat dus in de regel sprekers uit de oudere generaties) te onderscheiden. Die laatsten moeten namelijk wel nog inspanningen leveren; zij verkeren niet in de mogelijkheid, het prinselijke privilege, om zich ten opzichte van regels zulke vrijblijvendheid te veroorloven: willen zij meedraaien in het spel, dan moeten zij zich eenvoudigweg schikken naar de bestaande voorschriften. Dat de 'nieuwe rijken' in Vlaanderen zich daaraan kunnen onttrekken is dan ook een teken van hun maatschappelijk welslagen. Informalisering is de ontegensprekelijke uiting van sociaal succes.

 
 
Grytolle

Een herkenbaar situatie

Blogbericht van Grytolle | Maandag 7 september 2009

Stroops eigen anekdote wijst in deze richting. Hij vertelt dat het met school-Frans heel moeilijk is om een gewone Fransman te verstaan. Welnu, het Frans is bij uitstek een cultuurtaal waarvoor al eeuwenlang een vrij nauwkeurige standaarduitspraak wordt gepropageerd. Buitenlanders én moedertaalsprekers weten dus uitstekend op wie ze zich moeten richten, en ze hebben daar kennelijk niets aan. Ze zouden beter af zijn als ze op school wat meer leerden over de werkelijke variatie in de taal, en wat minder over het prachtige ideaal dat feitelijk niemand hanteert.

Bron: http://www.vanoostendorp.nl/linguist/meedogendeoor.html

Trouwens een interessant artikel als ge wa' vrijen tijd hed.

 

Vandaag zijn ek trouwens naar 't ziekenhuis geweest en 'k heb er genen enkele zin in 't AN gehoord :) Schandalig, hè!!!

 
Grytolle

Taalachterstand

Blogbericht van Grytolle | Woensdag 2 september 2009
Uit De Morgen den 2e september 2009, p. 16:

 

Het is zorgwekkend dat er zoveel kleuters met taalachterstand naar de eerste kleuterklas gaan (DM 1/9). Er is echter nog iets zorgwekkenders aan de hand. Mijn dochter had helemaal geen taalachterstand op haar derde en sprak vlot algemeen Nederlands: "Ik heet Erin en wat is jouw naam?". Zes jaar later is ze een volleerd spreekster van een tussentaaltje geworden en denkt ze dat dat de norm is: "Oe noemde gij?" Er wordt in ons onderwijs veelal les gegeven in het Verkavelingsvlaams. Deze ramp komt de taalachterstand van inwijkelingen alleen nog maar versterken.

Dirk De Haes, Holsbeek

 

Besten Dirk,

 

Zij blij dad uw dochter gelukkig den taligen achterstand da' gij haar blijkbaar vóór hare schoolgang meegaf, heefd kunnen wegwerken! Het Algemeen Nederlands is in d'eerste plaats een schrijftaal en geen spreektaal; zeker geen taal die gepast is voor in den omgang meh' vrienden op school of in uwe vrijen tijd. Laat uw kinderen da maar leren op school, in boeken of door tv te kijken. Thuis Verkavelingsvlaams of dialect spreken kan alleen maar een sterker taalgevoel en een beter vermogen om verschillende accenten te verstaan, meh' zich meebrengen. Feliciteerd haar ook mijnentwege med haar uitstekend normbesef da perfect klopt meh recent onderzoek (zied et nieuwsbericht hieronder)!

 

Wa' de "inwijkelingen" betreft, kan ek alleen maar vaststellen da' der wel sprake is van nen taligen achterstand, maar ni doorda' Vlamingen geen AN spreken, maar omda' "d'inwijkelingen" geen kansen worden geboden om de spreektaal te leren. Toen ikzelf twee jaar geleden Nederlands begon te leren kon ek helemaal geen online studiemateriaal vinden voor Vlaamse spreektaal mee te leren. Meh wa minder doorzetvermogen en zonder veel privé hulp van moedertaalsprekers was der dus waarschijnlijk nooit iets van gekomen.

 

Toekomstige studenten Vlaams/Nederlands die problemen te helpen te voorkomen, beschouw ek dus als eên van m'n belangrijkste doelstellingen voor dees project.

 

Vriendelijke groeten,

Grytolle

 
Krommenaas

De Blogs sectie

Blogbericht van Krommenaas | Vrijdag 10 juli 2009

Deze site is nog altijd in vollen opbouw, en vandaag is er weer nen bouwsteen bijgezet met deze blogsectie. Voor de moment is hier nog weinig te zien, maar op termijn komen hier meerdere mensen hun licht laten schijnen over de Vlaamse taal. Zowel voor- als tegenstanders mogen hunne zeg doen; alleen d'inhoudelijke kwaliteit teld en den inhoud van de blogs is zowiezo volledig onafhankelijk van de rest van de site.

 

 
stijfvreter

Wrap-up

Blogbericht van stijfvreter | Donderdag 29 januari 2009

Het wordt tijd om samen te vatten.

 

Wie het één en ander in deze blog naleest komt veel hortende en haperende formuleringen tegen. Zo wordt er gewag gemaakt van puntmutsen en in het eerste bericht (genaamd: "de Vlaming spreekt GEEN Nederlands") staat te lezen: "... uit het taalgebruik van deze geëmancipeerde Vlamingen zou zich mechanisch een 'lokaal gekleurd' (Algemeen) Belgisch-Nederlands - ABN - ontwikkelen."

 

Dat is een wat weerbarstige zin. Er had beter automatisch in plaats van mechanisch gestaan.

 

Hoe dan ook wordt het tijd om het mechaniekje waarvan sprake, die automaton eens nader uit te klaren. Het wordt tijd om samen te vatten.

 

Wat we weten is dit:

Door de socio-economische veranderingen in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog - zoals: de stijging van de welvaart, de uitbouw van de materiële infrastructuur evenals het onderwijs, de opkomst van de massamedia, e.d. - werd het dagdagelijkse leven van de Vlamingen drastisch ontsloten: de leefwereld van de modale Vlaming breidde zich uit van de plaatselijke dorpskom of stadswijk (Gemeinschaft) naar de samenleving in haar geheel (Gesellschaft). Deze maatschappelijke verdichting en verburgerlijking verhoogde voor dialectkenmerken de kans op een ruimere, interlokale verspreiding: de emancipatie van Vlaanderen ging weliswaar aanvankelijk gepaard met de overname van de standaardtaal uit Nederland, maar de genoemde processen in de jaren '60 en '70 werkten in zulke mate democratiserend dat ze vooral leidden tot een massale toevloed van niet altijd even standaardtalig sprekende Vlamingen naar het openbare leven. Met hen kwamen dialectische elementen in publieke omloop. In deze toestand van linguïstische turbulentie - een talige "bellum omnium contra omnes" ('oorlog van allen tegen allen'; de frase komt uit Leviathan van Thomas Hobbes) - zou zich vervolgens spontaan een (nieuwe) conventie ontwikkelen. Het onderlinge samenspel van invloed en overname tussen individuen stabiliseerde/consolideerde automatisch tot de omgangstaal, die we vandaag de dag het Verkavelingsvlaams noemen.

 

Rest ons nog uit de doeken te doen hoe dat komt: hoezo stabiliseert talige turbulentie zich automatisch in een nieuwe conventie? Oftewel, nogmaals: wat is die automaton, dat mechaniekje dat erachter schuilt?

 

Het antwoord luidt dat dit ligt in ons kudde-instinct, maar dat is dan weer het onderwerp voor een volgend bericht.

 
stijfvreter

3e referentie: Van Haeringen (1924)

Blogbericht van stijfvreter | Zondag 14 december 2008

Het artikel van Van Haeringen, waar Van der Horst naar verwijst, heeft als titel "Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak" en is in 1924 verschenen in De Nieuwe Taalgids 18 (pp. 65-86). Het kan on-line gevonden worden op:

 

http://www.dbnl.org/tekst/haer001eenh01_01/haer001eenh01_01_0001.htm
 
stijfvreter

2 referenties

Blogbericht van stijfvreter | Zaterdag 13 december 2008

Ongeveer tegelijkertijd met /Tussen spreek- en standaardtaal/ (± april 2008) verschenen er twee boeken die in hoge mate dezelfde materie behandelen. Het gaat om:

 

  • Cas Wouters, /Informalisering. Manieren en emoties sinds 1890/. Bert Bakker
  • Joop van der Horst, /Het einde van de standaardtaal. Een wisseling van Europese taalcultuur/. Meulenhoff

 

Het eerst is een sociologische studie van etiquetteboeken verschenen tussen ca. 1890 en 2000 in Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië en Amerika, en de verander(en)de opvattingen daarin. Het tweede is meer een cultuurhistorisch essay met de focus specifiek op standaardtaal.

 

Wouters biedt het theoretische kader waartegen de resultaten ook in /Tussen spreek- en standaardtaal/ geïnterpreteerd worden. Hij stelt in concreto:

 

"Op een soortgelijke manier ging de sociale code van de gevestigde coterieën steeds meer maatschappelijke lagen representeren naarmate die lagen zich emancipeerden en in de samenleving geïntegreerd raakten. Ter vermijding van sociale conflicten en omwille van het handhaven van hun hogere positie zagen de mensen die deel uitmaakten van de machtscentra en hun coterieën zich geroepen en gedwongen om sterker met de sociaal en politiek gestegen groepen rekening te houden. Daartoe behoorde ook het tonen van minder dedain en meer respect tegenover de idealen, de gevoelens, de moraal en de manieren van die groepen. Vandaar dat de dominante code van goede manieren, gemodelleerd naar het voorbeeld van de gevestigde coterieën, ernaar tendeert de vigerende machtsbalans tussen alle groepen en lagen die in een samenleving zijn geïntegreerd, te reflecteren én te representeren." (Wouters 2008, 40)

 

Van der Horst komt met betrekking tot het Standaardnederlands tot vrijwel identieke conclusies als in /Tussen spreek- en standaardtaal/ neergeschreven staan - wat toch des te opmerkelijker mag heten aangezien dat vanwege de gelijktijdige publicatiedatum /onafhankelijk/ van elkaar gebeurde. Na zo'n 250 bladzijden beschrijvende geschiedenis formuleert hij uiteindelijk zijn verklarend principe. Hij deelt het 'ABN' daarbij op in 3 fasen. De eerste fase is die van het "chique" ABN, waarin het Standaardnederlands als distinctiemiddel fungeerde: een manier van leden uit de hogere regionen van de maatschappij om zich van de lagere klassen te onderscheiden. Vervolgens beweert Van der Horst:

 

"Dat chique ABN duurt tot ongeveer 1920. Er voltrokken zich in de twintigste eeuw namelijk grote sociale en demografische veranderingen, met verstrekkende gevolgen voor de taal, en in essentie in heel Europa gelijk. In enkele decennia verandert er in het leven van de meeste mensen meer dan in hele eeuwen daarvoor. Van het vele dat hier te noemen valt, vermeld ik slechts de toenemende welvaart, de leerplicht, het algemeen kiesrecht; meer mensen gaan meer onderwijs volgen; vanaf 1920 is er de radio, en eerder al de telefoon. De mensen worden mobieler. En ze zien al gauw dat de toegangspoort tot sociale vooruitgang gelegen is in: ...ABN spreken. De middenstander, de geschoolde arbeider, de ontwikkelde dialectspreker, kortom de sociale middenlaag gaat ABN spreken. Niet van de ene dag op de andere, maar stapje voor stapje. Dat gebeurt in de periode 1920-1970. Het aantal sprekers van het ABN, of toch mensen die het waar nodig kúnnen spreken, neemt daarmee sterk toe. Van de luttele procenten rond 1900 naar misschien wel 40 à 50 procent in 1970. Het is niet perfect, het is niet vlekkeloos, maar het is een aanvaardbaar soort algemeen Nederlands." (Van der Horst 2008, 271)

 

Er wordt met andere woorden meer standaardtaal gesproken naarmate meer lagen uit de maatschappij zich emanciperen. Op het eerste gezicht lijkt dat net een /weerlegging/ te beduiden van de these als zou de erosie van het Standaardnederlands samenhangen met emancipatie, maar Van der Horst gaat verder. Verwijzend naar Van Haeringen die al in 1924 voorzag dat "democratisering uiteindelijk niet zal halt houden bij de circa 40 procent sociale middenlaag" stelt hij:

 

"En dat is inderdaad wat we zien gebeuren vanaf ongeveer 1970: een verder voortgaande democratisering van de samenleving in het algemeen, en van het onderwijs in het bijzonder. Ook een verder toegenomen welvaart, een grotere mobiliteit, en een grotere mondigheid.

Maar de verdere opmars van het ABN en de standaardtaal hapert. Zo succesvol als het ABN tot 1970 was geweest, steeds meer sprekers, steeds eenduidiger norm, zo miserabel gaat het ermee na 1970. De eenduidige norm is weg. Of eigenlijk, er zijn nu verschillende normen naast elkaar. Misschien is het aantal sprekers van het traditionele ABN vergeleken bij 1950 niet eens erg afgenomen. Alleen, die andere 60 procent van de bevolking, die vroeger zweeg in het openbare leven, zwijgt niet langer. Die kun je nu ook dagelijks op de tv horen, in de scholen en in de universiteiten." (Van der Horst 2008, 272)

 

Oftewel: zolang er een maatschappelijke onderklasse is om zich tegen af te zetten, zal er een voorkeur bestaan om de standaardtaal te spreken; is dat niet langer het geval en zijn de leden uit de laagste regionen van de maatschappij voldoende geïntegreerd om zich in het openbare leven te roeren, dan zal de linguïstische markt ernaar tenderen om, in de woorden van Wouters, de 'vigerende machtsbalans te reflecteren en te representeren'.

 
stijfvreter

VRT-Taalcharter

Blogbericht van stijfvreter | Donderdag 23 oktober 2008

Het Taalcharter van de VRT kan on-line teruggevonden worden op de volgende webpagina:

 

http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/taalbeleid/taalcharter.shtml

 

Een PDF-formaat ervan kan gedownload worden via deze URL:

 

http://taal.vrt.be/extra/taalcharter.pdf

 
stijfvreter

De paradox: verburgerlijking en informalisering

Blogbericht van stijfvreter | Zaterdag 18 oktober 2008

De participatie van voorheen 'proletarische' bevolkingsgeledingen aan het maatschappelijke leven heeft natuurlijk geleid tot een massale influx van omgangvormen die oorspronkelijk beperkt waren tot de 'onderkant' van het sociale verkeer: in intieme contacten, onder leden van de lagere klassen, enz. Als gevolg daarvan werd uiteindelijk de hele cultuur geïnformaliseerd. Dat is dan gebeurd in alle landen waar het naoorlogse proces van verburgerlijking is ingezet (te weten: de Westerse): de postmoderne revolutie met haar onthiërarchisering van de hogere versus lagere cultuur, die zich in de jaren '60 en '70 in elk van deze samenlevingen heeft voltrokken, valt precies op deze manier te verklaren.

 

Eén en ander leidt evenwel tot een paradox. Tegen de bovenstaande redenering kan namelijk opgeworpen worden dat informalisering net het tegendeel van verburgerlijking beduidt: verburgerlijking zou in die optiek betekenen dat de proletarische bevolking - samen met hun hogere socio-economische status - ook de burgerlijke levensstijl overneemt. Het feit dat zulks niet gebeurt, maar dat integendeel de hele sociale omgang versoepelt in de richting van het lagere niveau, wordt dan ook geïnterpreteerd als eerder een 'verarbeiderlijking van de burgerij' (in plaats van 'verburgerlijking van de arbeidersklasse').

 

Voor het Nederlands in Vlaanderen houdt dit in dat de opmars van het Verkavelingsvlaams de these als zou Vlaanderen verburgerlijkt zijn ronduit weerlegt. Verburgerlijking zou namelijk hebben neergekomen op een verdere verspreiding van het VRT-Nederlands (dat inderdaad ooit door een kleinschalige Vlaamse maatschappelijke elite als voertaal gekozen is).

 

Met name wordt hierbij steevast ingehaakt op het gebrek aan een zogenaamde spraakmakende gemeente - dat is dat deel van de bevolking dat door haar invloed en uitstraling het taalgebruik binnen een taalgemeenschap constitueert; sociaal gezien valt de spraakmakende gemeente normaliter natuurlijk samen met de maatschappelijke elite (d.i. de geëmancipeerde toplaag in de samenleving). In zekere zin mag zelfs gesteld worden dat dit standpunt in de Vlaamse taalpolitiek het orthodoxe is. In het Taalcharter van de VRT - hét officiële document van wat voor vele Vlamingen hét referentiepunt bij uitstek inzake taalzaken is - staat bijvoorbeeld:

 

"In Vlaanderen wordt de standaardtaal immers niet of nauwelijks gedragen door een 'spraakmakende gemeente'. In onze buurlanden wordt die mede gevormd door politici, bedrijfsleiders en academici, maar in Vlaanderen kan hun taal bezwaarlijk een voorbeeld worden genoemd." (Hendrickx 1998)

 

Oftewel, enigszins lapidair samengevat: in Vlaanderen vandaag de dag is er geen spraakmakende gemeente, omdat degenen die het kunnen zijn - de maatschappelijke elite - geen correct (VRT-)Nederlands spreken.

 

De redenering loopt evenwel mank. Het probleem is dat de burgerij (oftewel, de maatschappelijke elite) als socio-economische entiteit - met name: de bezitters van kapitaal, en dan niet alleen in economische zin, maar ook 'cultureel kapitaal' (kennis) en 'sociaal kapitaal' (connecties) - wordt vereenzelvigd met een bepaalde levenswijze, te weten: de "burgerlijkheid", die er dan typisch voor wordt geacht (met soms de welbekende associaties - stijve gemaniëreerdheid of zelfs bekakte formaliteit, etiketten die inderdaad nogal eens op het Algemeen Nederlands worden geplakt). Dat is echter geenszins zo; de burgerlijke levensstijl is niet meer dan een historische toevalligheid. Ter illustratie: als de negentiende-eeuwse bourgeoisie toevallig puntmutsen was beginnen dragen in plaats van hoge hoeden of de Engelse bolhoeden, dan hadden wij vandaag de dag dát wellicht stijf en bekakt gevonden. De gelijkschakeling van burgerij met burgerlijkheid is dan ook wat de marxistische denker Georg Lukács reïficatie noemt: de (foutieve) beoordeling van sommige toevallige en accidentele elementen als integendeel wezenlijk en onveranderlijk (overigens zijn er interessante verbanden tussen Lukács' reïficatie-begrip en de nominalistische zienswijze omtrent 'universalia' uit de Middeleeuwse Scholastiek; daar komen we later nog op terug). Dat kapitaalsverhoging (nogmaals: niet louter in economische zin) zou samenhangen met een toename in vormelijkheid of plechtstatigheid is dus hoegenaamd niet noodzakelijk. In de twintigste eeuw is de naoorlogse informalisering daar wel een mooi voorbeeld van.

 
stijfvreter

Verkavelingsvlaams en verburgerlijking

Blogbericht van stijfvreter | Vrijdag 10 oktober 2008

De karakterisering van de maatschappelijke veranderingen in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog (zie: 'de modernisering van Vlaanderen') als een overgang van een Gemeinschaft naar een Gesellschaft is op de keper beschouwd enigszins vertekend. Tönnies doelde met de term Gemeinschaft namelijk in de eerste plaats op het soort maatschappelijk leven zoals zich dat afspeelt in bijvoorbeeld een feodale structuur - een Gesellschaft is dan meer een geïndustrialiseerde samenleving. Op het moment van de besproken verandering was Vlaanderen dan ook al een Gesellschaft: België - in casu: Wallonië - was in de negentiende eeuw het eerste continentaal-Europese land dat zich industrialiseerde; daarmee werden de Vlamingen overigens overwegend tot een proletariaat onder een hoofdzakelijk Franstalige bourgeoisie.

 

Het is dan ook juister te stellen dat de veranderingen uit de jaren '60 en '70 eerder neerkwamen op een proces van verburgerlijking: het feit dat het merendeel van de bevolking 'ingekapseld' werd in een burgelijke levensstijl - lees: martktparticipatie en massaconsumptie (dat heet dan emancipatie). Een belangrijk aandeel daarin vormde de uitbouw van de verzorgingsstaat: de overheid die instaat voor tal van sociale voorzieningen op het vlak van gezondheidszorg, werkloosheidssteun, onderwijs, enz. Als gevolg daarvan steeg zoals overal in Europa het gemiddelde peil van de welvaart ('verzorgingsstaat' is dan ook synoniem met 'welvaartstaat'), zodat verburgerlijking natuurlijk nagenoeg tot een evidentie werd.

 

Zoals gezegd betekende deze verburgerlijking, en de toegenomen interregionale en intersituationele contacten die daarmee gepaard gaan, de intrusie van vanouds dialectische elementen in de algemene omgang - wat dan leidde tot "erosie" van het officieel standaardtalige VRT-Nederlands: deze werd als het ware 'gebeitst' met dialectische couleur locale. Het Verkavelingsvlaams is dan ook de taal van de verburgerlijking van Vlaanderen.

Pagina's: 1 | 2