Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

Den blog van Grytolle

Wonkruid onder de tarwe (1)

Blogbericht van Grytolle | Zaterdag 6 oktober 2012

Deze keer gaad et mij om den derde zin uit Van Istendael zijn betoog:

 

Ze zeggen et nu wook al aan dunief, in d'afdeling taalkunde, en asse taar nie wete, waar dan wel?

 

Ne rappen blik op de zin zegd mij da Van Istendael ons aandacht op de volgende afwijkingen wild vestigen:

 

1) De h in het word nie uitgesproken

2) Der word nen overgangsklank ingeschoven tussen /y:/ en /o:/ in u ook

3) De sjwa van het vrouwelijk of meervoudig lidwoord de vald weg als der ne klinker op volgd

4) As ze of als ze - de l zal der weinig mee te maken hebben - word uitgesproken als a(l)s se

5) t daar word uitgesproken als t taar

6) De t van niet word nie uitgesproken

 

Gelijk da ge zie zijn dad heel wa dingen om na te gaan, dus ik gaan wel meer dan en lang bericht nodig hebben voor dad allemaal te behandelen:

 

1) Den overgangsklank [w]

2) De gereduceerde uitspraak van de lidwoorden de en het, en van niet

3) De correcte assimilatie in als ze en t daar

 

Deerste kwestie sluit goed aan bij mijn vorig bericht over den tussenklank [j], dus daarom wil ek die eerst bespreken. Er is pertang een ander mogelijke reden voor die schrijfwijze: Misschien wou Van Istendael duitspraak van de scherplange /o/ in ok weergeven, maar dad is nie zo waarschinlijk, want dieje klank word op ander plaatsen in den tekst nooit onderscheiden. Maar ook als dad de bedoeling was geweest zou het geen goei notatie zijn, vermits da die uitspraak nergens voorkomd, bij mijn weten. Grosso modo zijn er drie wijdverspreide uitspraken in Vlaanderen: /o:ə/, /y:ə/ en /u:ə/. In West-Vlaanderen hoorde echter soms, gelijk in de liekes van Flip Kowlier, duitspraak /wɔ/, of misschien /wo/ - maar hoe dan ook meh ne korte klinker. t Ligd gewoon nie voor dhand dad den Brusselaar Geert Van Istendael die uitspraak zou bezigen, en de schrijfwijze <wook> wijsd sowieso nie echt op een uitspraak <wok>.

 

Van Istendael zal dus weer van mening zijn da ge genen overgangsklank moogd laten horen tussen twee klinkers, en hij loopt evenzeer de mist in als in het vorig geval, en wel om de redenen die ik daar beschreef.

 

Noggiz wadaandagt aang Geert besteje

Blogbericht van Grytolle | Vrijdag 28 september 2012

Na twee blogberichten zijn we al tot den tweede zin in Van Istendael zijnen tekst geraakt:

 

Da stom Abeejen

 

Wat heefd 'em daar allemaal gedaan? In het eerste woord heefd 'em de t van weggelaten, wat in dit geval volgens Paardekoper aanvaardbaar is in het ABN1, maar verzorgder is het volgens al mijn naslagwerken van de in alle klankomgevingen uit te spreken. In het tweede woord heefd 'em het bijvoeglijk naamwoord stom op zijn Vlaams verbogen, namelijk zonder uitgang in het onbepaald onzijdig. Tot nu toe niks dad ons overrast als we de grammatica die op deze site beschreven staad in ons achterhoofd houden.

 

Het derde woord daarentegen heefd 'em op een curieuze manier gespeld. Ongetwijfeld geefd zijn schrijfwijze meh wa goeie wil d'uitspraak in het Vlaams tegoei weer, maar voor zover da 'kik weet verschild die uitspraak nie van de uitspraak van ABN in het Abeejen zelf. Eer da we die stelling van mij toetsen aan d'uitspraakgidsen, wil 'kik echter efkes stilstaan bij de schrijfwijze zelf, haar adequaatheid. Ik zien der namelijk direct een paar gebreken aan, ook al besef 'kik wel welke uitspraak da Van Istendael daarmee probeerd in geschrifte weer te geven: [a:be:j'ɛn], of mogelijks [ɑbe:j'ən].

 

1) Hij volgd de spellingregels nie. Normaal gezien schrijfde de [j] achter ne lange klinker als <i>: aaien, nie ajen.

2) Moesten we de j achter lange klinkers spellen als , dan zou het woord moeten geschreven worden volgens de regels voor een open lettergreep, want j is immers een medeklinker: Abejen. We schrijven tenslotte zagen, en nie zaagen.

 

't Was pertang duidelijk nie het plan van Van Istendael van te gaan spellen volgens alle regels van de kunst, dus spelfouten die geen effect hebben op d'uitspraak van 't woord kunnen we hem wel vergeven. We gingen der immers van uit dat 'em nooit nie op 't idee zou komen van 't Vlaams extra achterlijk voor te stellen door het verkeerd te gaan spellen. Het lijkt mij logisch om der ook van uit te gaan, dad als 'em nie fonetisch wou ridiculiseren, dan zal 'em ook nie hebben willen grafemisch ridiculiseren, door de grafemen van de taal anders te gaan spellen. De volgende mankementen aan zijn manier van schrijven zijn nochtans van nen andere, velen ernstigeren aard:

 

3) Zijn schrijfwijze, doorda ze 't feit da 't om e letterwoord ga verdoezeld, suggereerd eigenlijk d'uitspraak [abeejən], t.t.z. med een doffe e in de laatste lettergreep, med de klemtoon ofwel op de <ee>, ofwel op de <a>. Den uitgang en doed immers aan het suffix en denken da we kennen uit o.a. werkwoorden (gelijk leven) en bijvoeglijke naamwoorden die van stofnamen afgeleid zijn (gelijk katoenen).

4) Dad is dan ook het tweede ernstig mankement: Zijn spelling verbergd de status als afkorting, waardoor da 't nie meer duidelijk is waar in 't woord dad de klemtoon moe liggen. Afkortingen volgen immers nen duidelijke regel voor de klemtoon: Als ze twee lettergrepen bevatten, vald 'em op d'eerste lettergreep, gelijk in wc, en als ze der drie of meer hebben, op de laatste, gelijk in adhd, www, of zelfs ABN.

 

Nu kunnen we dus e paar dingen identificeren da Van Istendael eventueel voor fout Nederlands houd:

1) Vlamingen leggen de klemtoon verkeerd in d'afkorting en zeggen dus ABN of ABN

2) Vlamingen spreken d'afkorting daarbij misschien ook nog med een sjwa uit

3) Vlamingen bedienen huneigen in d'uitspraak van d'afkorting van nen tussenklank [j], diejen volgens Van Istendael nie toegestaan zou zijn in de standaardtaal.

 

Punt een en twee kunnen w'al uitsluiten op basis van 't feit dad der geen kat die fouten maakt. Het moet dus de tussenklank zijn geweest waarda 't de waarde schrijver om ging.

 

We kunnen der eigenlijk al op voorhand van uitgaan da Van Istendael der in dezen serieus neffest zit, vermits da' ge in 't ABN het foneem /e:/ als ne lichten diftong moogd uitspreken: [e:i]. Da kunde voortdurend horen als ge ne keer tegoei naar de Vlaamse nieuwslezers op tv ([te:'ve:]) luisterd (just gelijk dad de Ruud ons in den tijd aanspoorde!). Af en toe gaade dan ook soms horen da z'hunnen tweeklank een beke verlagen, zoda 't eerste element dervan in de buurt komd van een [ɛ], en da ze het j-element geprononceerder laten worden. Als die twee eigenschappen gecombineerd worden hebde al rap een beslist naar Hollands ruikende realisatie van de /e:/. Laat dad ons er echter nie van tegenhouden om efkes d'uitspraakgidsen en ander bronnen in te duiken voor te zien wad da die te zeggen hebben over overgangsklanken.

 

Paardekooper zegd niks over overgangsklanken, voor zover ik kan zien, behalve wanneer dad een d door een j of w vervangen word. Hij lijkt ook geen tussenklanken te noteren in de woordenboek zelf, als ik mijn steekproef bestaande uit alinea en zee-engte mag geloven. Of dad 'em dergelijke overgangsklanken dus verkeerd acht is nie zo duidelijk, maar ik zou denken van nie, want anders had 'em daar iet over geschreven, en het zou ook raar zijn gezien zijn vele pagina's gewijd aan de tussenklanken j en w waar een d weggevallen is, gelijk in geleden [gəle:jə(n)].

 

In Klink klaar vind ek niks over [j] of [w] als overgangsklank.

 

Blancquaert beschrijfd den overgangsklank [w] een beken op blz.83.

 

De Nederlandse [w] wordt in de spelling niet weergegeven wanneer zij gereduceerde overgangsklank is tussen de geronde vokalen [u], [o], [y] en een volgende vokaal, bv. in Februari, douarie, stoa, uit te spreken als [febry'wa:ri], [duwɑ'riˑ], ['stɔwa].

 

Over den overgangsklank [j] vind ek spijtig genoeg niks.

 

Wa googelen liet mij echter toe om dit citaat te vinden uit een of ander beschrijving van het EWN:

 

Overgangsklank. Een klank, w of j, die tussen twee klinkers ingeschoven wordt. In het Frans en het Duits worden twee klinkers na elkaar zonder overgang uitgesproken, bijv. in thtre, Theater; in het Nederlands wordt daar een overgangsklank j ingeschoven, met als resultaat tejater. Franse woorden of namen met twee opeenvolgende klinkers krijgen in Vlaamse dialecten een overgangsklank j/w; nol wordt bijv. nowl, nojl, gruet wordt gruwee. Ook de w in Nederlands duwen is een overgangsklank, duwen staat tegenover Oudhoogduits dhen.

 

Dezen blog diejen ek een tijdje geleden las behandeld ook overgangsklanken.

 

D'uitspraakgidsen hadden dus nie zoveel te zeggen over het onderwerp, maar we kunnen Van Istendael alvast aanraden van zijn liefde voor het Duits nie te laten doorschijnen in zijn ABN door overgangsklanken op een gekunsteld klinkende manier te onderdrukken ten voordele van Knacklauten. Kwestie van ['vɔlksfɐʔˌhɛfɪŋ].

 


 

1. "Voor p, t, k, b, d, f, s, x valt de t meestal weg; anders niet:

/wɑ'prɛtəx/ /wɑ'kɔsbar/ /wɑ(t)'snʌgər/ /wɑ(t)xrot/ ('wat prettig, kostbaar, snugger, groot')

/wɑt'wɪljə/ /wɑt'loptihɑrt/('wat wil je', 'wat loopt ie hard')

In alle andere gevallen klinkt wɑ dialectisch: /wɑlk/, /wɑɛrɔgər/, /hɛikɑɱwɑ/ ('wat leuk', 'wat erger', 'hij kan wat')"

 

Vor die gen n geweld 'n doe

Blogbericht van Grytolle | Dinsdag 18 september 2012

Eindelijk, eindelijk moge we ne keer iet anders spreken az dad ambetant Schoo Vlaams.

 

In diejen openingszin van Geert Van Istendael schuilen mer interessante ideen over uitspraak dan die en assimilatorische twijfelachtigheid waar dad het mij in mijn erste bericht om te doen was.

 

Uit de zin kunnen we namelijk ok afleiden da Van Istendael de weglating van de slot-n in mogen vor een typisch Vlaamse fout houd. 't Zal de meste Vlamingen wel bekend zijn da ge in 't ABN die n moogd weglaten. Hoe het dan komd da Van Istendael da nie wist is mij e geraadsel, maar ik ben (f zijn, alletwe mogen - 'k weet het goe - hoe grotesk nen tolerante norm ok mag overkomen op Van Istendael) dervan overtuigd dad 'em nie te dom is vor ABN te lren.

 

Maar vor toch maar zeker te zijn van de regels over de slot-n, gaan ek efkes in de boeken gaan zien:

 

Blancquaert (p. 108-109) zegd (med IPA herspeld in gewne spelling):

De slot-n na doffe e wordt in het algemeen beschaafd door de enen weggelaten, door de anderen uitgesproken. Men hoort dus de mense zulle kome of de mensen zullen komen. De laatste uitspraak is nog overwegend in de westelijke helft van Vlaams-Belgi en ook in aanzienlijke gedeelten van Noord-Nederland. Toch geloven wij dat de uitspraak zonder slot-n bij de algemeen beschaafd sprekenden overwegend is. Alleen als overgangsklank voor een volgende vokaal, of in geijkte uitdrukkingen, of bij plechtig en nadrukkelijk spreken en ten slotte in sommige woorden die niet onder regels kunnen gebracht worden, blijft de n bewaard. Men zegt dus wel: de zeve zone van m'n oom kwame same naar Scheveninge; maar aan de andere kant ook nog ogen ope - op den duur - in arren moede; en steeds ik teken - reken - zegen; een degen - een wapen - de regen.

 

Beslist dialektisch klinkt het wanneer men, zoals in West-Vlaanderen en ook in sommige Noordnederlandse provincies, de doffe e vr slot-n weglaat, en de slot-n dan nog sonantisch wordt, of gewijzigd door voorafgaande of volgende konsonanten; bv. Westvlaams: zettn, kopm, rebbm (ribben), Oostvlaams: zinkng, drinkng; ne groovm boot (boterham). Waar deze fout voorkomt zal de beste manier om ze te korrigeren wel zijn, de slot-n in het gewone spreken weg te laten: aldus zal de doffe e des te gemakkelijker bewaard blijven.

 

Paardekooper zegd in essentie hetzelfste, maar voegd der e paar details aan toe:

* Soms kunde de slot-e ok weglaten als er ne klinker op volgd: de mensen in de tuin kan dus ofwel de mensen in de tuin worden, ofwel de mens in de tuin.

* In mervouden van woorden op -en is de n "erg formeel", gelijk in guldens, dekens, enz.

* De n is "absoluut verplicht" "na een tweede hoofdvorm (=vt) + 'm, 't, enz.": Hij pakten 'et en Ik schopten 'em.

* De n word altijd uitgesproken in "woorden zoals hoorn", en in tegendeel en bovendien.

 

Klink klaar, ten slotten, zegd ok ongeveer hetzelfste, maar voegd deraan toe da 't, hoewel da 't nie verplicht is, verzorgder is van de slot-n in eigennamen altijd uit te spreken: Denemarken, Paul Van Ostaijen. D'uitspraak waarbij da de doffe e van den uitgang word weggelaten sta gerangschikt onder regionale uitspraakbasis, en word dus ok in dit werk afgekeurd.

 

Van Istendael ga dus just gelijk 'kik verheugd zijn van t'hren da die liberale taalkundige die dees uitspraakgidsen schreven nie alle verkersborden hebben verwijderd. Ge moogd namelijk zeker nie den uitgang -en op de twede mogelijke manier inkorten, namelijk door de doffe e te verzwijgen. Een lichtekes verheven uitspraak waarbij da ge alle letters uitspreekt gelijk da ze geschreven staan, da mag dus, maar als het om varianten uit de spreektaal ga, dan is er maar en variteit die hare variant mag laten doorklinken: het Hollands Beschaafd. In Vlaanderen mogen Brabanders en Limburgers hun twe pollen kussen da zij toevallig da kenmerk med et Hollands dlen. D'uitspraak meh gesyllabiseerde slot-n (die pertang beschaafd genoeg is vor de allermeste situaties in het Duits), gelijk da z goed als alle West-Vlamingen en de meste Ost-Vlamingen die hebben, blijfd echter als een fout gelden. Vorwa? Da zijn uw zakens nie, h.

 

Hieruit blijkt da Van Istendael in dit geval op zijn dialectaal taalgevoel mag vertrouwen, maar ok dad 'em daar voral gen gewonte mag van maken. 't Is nie omda 't zijn moedertaal genoemd word dad 'em moe denken dad 'em ze zmaar kan spreken! Ik heb het med hem nochtans hog op en denk dad 'em oit is goe Nederlands kan lren spreken. Ik wil hem daarom door emancipoosts gelijk den dezen daarbij een handje toesteken. Waar zou 'em anders ABN lren, nu da die taalkundige uit Antwerpen hem die kans wild ontseggen, dan van ne Zweed op VlaamseTaal.be?

 

A ja, zegde gij als lezer dan over mij, diejen heefd het hog in zijnen bol. Maar vergeet nie, ABN-strijders gelijk Van Istendael waren ok nog maar zer jonge studenten die huneigen, paradoxaal genoeg, erst van het volk moesten distantiren om het vervolgens te kunnen verheffen. Van Istendael verdiend het beste, en daarom moet 'em zijn leesuitspraak meh bewaarde slot-n'en dringend aflren.

 


Offline bronnen

Timmermans, B. (2008). Klink klaar. Uitspraak- en intonatiegids voor het Nederlands.

(tweede uitgave). Leuven: Davidsfonds Uitgeverij.

 

Blancquaert, E. (1957). Praktische uitspraakleer van de Nederlandse taal. (vijfde uitgave, p. 154-161). Antwerpen: Uitgeverij De Sikkel N.V.

 

Gebroken lans voor Vlaams taalgebruik

Blogbericht van Grytolle | Vrijdag 14 september 2012

Vandaag heb ik mij ingeschreven voor mijn masterjaar, en wat zie ik bij het invullen van het formulier?

 

 

Ik ben n man n vrouw!? Achter een paar seconden realiseerde 'kik mij wel da 't gewoon de in Nederland gangbare manier was van een nationaliteit aan te duiden dat ze overgepakt hadden:

 

Meer uitleg daarover vindt ge op VlaamsWoordenboek.be en op de taaladviessite vad de Taalunie.

 

Dat kon ik vaneigens niet zo laten, dus ik heb Zweedse efkes gecorrigeerd naar Zweed. Hopelijk trekt er ne formuliermaker daar lering uit, maar dat betwijfel ik helaas ten zeersten.

 

Klinkt den derde variant diejen in het taaladvies van de Taalunie gegeven wordt goed in Vlaamse oren? Nationaliteit: Belgisch/Zweeds, dus.

 

Beschaafde uitspraak volgens Van Istendael

Blogbericht van Grytolle | Donderdag 13 september 2012

Wat kunnen we leren uit Geert Van Istendaels opiniestuk in De Morgen op 30 augustus 2012?

 

Als ik er even mag van uitgaan dat Van Istendael door de keuze om zijn bijdrage aan het debat in Vlaamse omgangstaal te schrijven, ten eersten wou illustreren hoe ongepast dat dat hem lijkt en ten tweeden nen helen hoop Vlaamse taalfouten - t.t.z., verschillen tegenover de huidige standaardtaal - in de verf zetten, dan moet het ook mogelijk zijn van indirect 't een en 't ander te leren over zijn opvattingen over hoe die standaardtaal moet klinken, door zijn spellingkeuzes onder de loep te nemen en zodoende zijn kennis van het ABN te inspecteren.

 

Vermits dat ne verlichte mens diejen een eerlijke discussie van allerhoogst belang vindt het nooit in zijne kop zou halen van doodnormale uitspraakverschijnselen die ook tot de standaardtaal behoren fonetisch te gaan spellen als nen oneerlijken discussiezet voor de Vlaamse omgangstaal extra te ridiculiseren, mag ik er ook wel van uitgaan dat Van Istendael wanneer dat hij bijvoorbeeld als dat als az dad* schrijft drie afwijkingen tegenover de standaardtaal wilt illustreren:

 

1) De l moet uitgesproken worden in het woord als

2) De slotmedeklinker in dat mag niet uitgesproken worden als een [d] voor ne volgende klinker

3) Een <s> mag niet als een [z] uitgesproken worden onder invloed van een volgende d

 

Veronderstelde fout en, hoewel ze in heel(?) het Nederlandse taalgebied gangbaar is, geldt inderdaad als minder verzorgd dan de uitspraak met een goed gearticuleerde l, en dat ge de t niet moogt uitspreken al een d in dat is wel iets dat ge terugvindt in elken uitspraakgids, maar de laatste veronderstelde fout is interessant. Hoe Van Istendael denkt dat ge die combinatie dan wel moet uitspreken weet ik niet, maar ik kan direct twee mogelijkheden bedenken:

 

1) Ge moet als dat uitspreken als [ɑlstat], dat wilt zeggen, met progressieve assimilatie

2) Ge moogt berhaupt niet assimileren, en hoewel dat het vrijwel onmogelijk is in een normaal spreektempo - als dat uitspreken precies zoals het geschreven staat: [ɑlsdɑt]

 

Alternatief twee lijkt vrijwel uitgesloten, dus hij zal wel van mening zijn dat ge "als tat" moet zeggen in het ABN. Wat zeggen de uitspraakgidsen daarover?

 

Paardekooper (1987) geeft dat alternatief inderdaad aan als een mogelijkheid naast de uitspraak [zd], maar alleen voor de woorden de, dat, dit, die, deze, daar, dan, dus, en en d'r. Is te baas hier / Iz de baas hier. Aan wie in zijn dialect niet doen als niet toen uitspreekt - d.w.z vrijwel alle Vlamingen -, geeft hij echter het advies van altijd een d uit te spreken. Die uitspraak niet toen keurt hij overigens af als een "ernstige fout", alhoewel "een sandhigewoonte veranderen erg moeilijk [is]; enkel gevorderde ABN-sprekers zullen de fout met kans op slagen kunnen gaan verbeteren".

 

Blancquaert (1957) staat heel wat assimilaties toe die vandaag niet door den beugel kunnen, bijvoorbeeld Dat iz waar, naast Dat is waar. Hij maakt echter geen melding van die t-varianten die we bij Paardekooper vonden, maar rangschikt ze onder de dialectische afwijkingen: Hij zit taar of het tak (dat laatste is dus fout ook volgens Paardekooper) mag niet als variant van Hij zid daar, respectievelijk hed dak. (Trouwens stelt hij dat de uitspraak met [d] voor ne klinker ook in Noord-Nederland voorkomt in de derde persoon enkelvoud Het gaad op en neer en in "enkele andere verbindingen", zoals met "wat" en "dat" - dus gelijk in de grammatica op deze site -, maar afkeuring verdient).

 

De VRT wilt zoals bekend de norm voor de standaardtaal bepalen, en veel taalgebruikers erkennen ook haar gezag:

 

Als twee medeklinkers coarticuleren, wordt (of blijft) hun verbinding stemloos.

[...]

Uitzondering: komen b of d op de tweede plaats bij de coarticulatie, dan wordt de verbinding stemhebbend.

afbreken: f wordt v, b blijft b → [avbreekən]

opdoeken: p wordt b, d blijft d → [obdoekən]

ontdekken: t wordt d, d blijft d → [ondekkən] (vrt.be/taal)

 

Op die pagina worden dus geen t-varianten vermeld. In Klink klaar (2008) dat voor medewerkers van de VRT geschreven is (als ik het goed begrijp), wordt ook den hoofdregel gegeven:

 

Als twee medeklinkers assimileren, blijft of wordt hun verbinding stemloos, tenzij de [b] of [d] op de tweede plaats staat. In dat geval wordt de verbinding stemhebbend

 

Onderaan dezelfde pagina wordt echter een cryptische opmerking daar bij gegeven:

 

De woorden 'de', 'die', 'dat', 'deze', 'dit', 'daar', 'dus' en 'door' moet je stemhebbend uitsrpeken als de klemtoon op die woordjes valt. Bijvoorbeeld: 'Je moet dat geval eens bekijken' - 'Je moet dat geval eens bekijken'. In de tweede zin ligt de klemtoon niet op 'dat' maar op 'bekijken' en blijft de [t] van 'moet' stemloos.

 

Omdat den achterliggende regel niet expliciet wordt vermeld is het echter onmogelijk van na te gaan wat dat der geldt voor als dat. In de oefeningen achteraan in den boek worden echter geen pogingen gemaakt om t-varianten aan te leren: geef dit moete als geev dit uitspreken, en geef dat hier als geev dat hier. Misschien diende die opmerking der dan ook toe om een paar gevallen te definiren waar dat Vlamingen iets minder op hun assimilatie moet letten, omdat de Vlaamse regel van t+d wordt t dan toevallig samenvalt met de Hollandse t-varianten.

 

Het lijkt der dus op dat Van Istendael ne nog strenger op het noorden gerichte norm hanteert dan dees uitspraakgidsen, die de voor Vlaamse oren normaalste variant [alz dat] immers toestaan, of er zelfs de voorkeur aan geven.

 

Gezien dat der intussen nen duidelijke consensus is dat Vlaanderen nen eigen uitspraaknorm mag hebben - al was het maar omdat de Noord-Nederlandsen zo zeer veranderd is - kunde u afvragen waarom dat Van Istendael nog altijd de kant kiest van Paardekooper, diejen der geen geheim van maakte dat hij de Vlamingen Hollandse spreektaal wou leren. Ge kunt u eigenlijk afvragen waarom dat er berhaupt op zo'n assimilatiepatronen wordt gezien, wanneer dat het sowieso niet meer de doelstelling is van gelijk ne Nederlander te klinken, maar dat terzijde.

 

Op basis van Van Istendaels tekst kunnen we stellen dat zijn persoonlijke assimilatorische voorkeur wat dit kenmerk betreft toegestaan is in de standaardtaal, tenminsten als we aannemen dat hij geen dingen gelijk als tagelijks zou zeggen - alle gevallen van "z d" en dergelijke in zijnen tekst zijn namelijk verdedigbaar als t-varianten (al is "efkes dad" aardig genoeg niet als "efkez dad" geschreven). Voorlopig mag hij zich dus ABN-spreker noemen, maar een beke vervlaamsing, of tenminste een stuk tolerantie is aanbevolen.

 

De allerbeste uitspraak voor iemand diejen vlekkeloze standaardtaal in haren huidige vorm wilt spreken is dus [ɑlzdɑt], vermits dat dat naast [ɑls tɑt] mogelijk is, maar veel gangbaarder is in ne Vlaamse context.

 


Noten

  • Eindelijk, eindelijk moge we ne keer iet anders spreken az dad ambetant Schoo Vlaams.

 

Offline bronnen

Timmermans, B. (2008). Klink klaar. Uitspraak- en intonatiegids voor het Nederlands.

(tweede uitgave). Leuven: Davidsfonds Uitgeverij.

 

Blancquaert, E. (1957). Praktische uitspraakleer van de Nederlandse taal. (vijfde uitgave, p. 154-161). Antwerpen: Uitgeverij De Sikkel N.V.

 

Semantische moves

Blogbericht van Grytolle | Zaterdag 8 september 2012

Verleden week kwam ek op Facebook een uiting tegen die der zo begon:

 

Ik ben niet voor Verkavelingsvlaams, maar ...

 

Toevallig had ek den dag dervoor een examen gehad voor het vak Tekstwetenschap, waarvan en van de behandelde thema's "racisme en de media" was, waarin racistisch taalgebruik in het algemeen ook aan bod kwam. In dat gedeelte werd onder andere iet vernoemd dat ze "semantische moves" noemden en het voorbeeld dat ze gaven was:

 

Ik ben geen racist, maar ...

 

Ik vond mijneigen wel nogal spitsvondig toen ek in ne commentaar op dat facebookbericht op de gelijkenis tussen de twee uitingen wees, maar de poster kon het blijkbaar niet echt appreciren, want de volgenden ochtend was mijne post spoorloos verdwenen:

 

*hoopt heimelijk dat de opening "Ik ben niet voor Verkavelingsvlaams, maar ..." de tegenhanger is van "Ik ben geen racist, maar ..." :D*

 

Het leek mij daarom e goed idee van dat efkes te verduidelijken. De zin is iet dat ge zegt voor e gestigmatiseerd standpunt toch te kunnen ventileren, of om iet te kunnen zeggen dat inconsequent is met uw overige standpunten, maar op grond van de truthiness van de zaak toch wel just moet zijn. Zo hoorde weleens Amerikanen op tv die godsdienstvrijheid uitermate belangrijk vinden, maar der toch enorm moeite mee hebben dat der ne moskee gebouwd wordt in New York.

 

Gelijkaardig - maar onschuldiger - kunde het volstrekt vanzelfsprekend vinden dat Vlamingen het recht hebben om hun eigen varianten in de standaardtaal te gebruiken wat de woordeschat betreft, met de motivatie dat "iedereen nu eenmaal die woorden gebruikt" - zonder daarom van mening te zijn dat e mannelijk verbogen lidwoord of e stuk - onherkenbaar, maar toch - letterlijk vertaald Frans geen doodzonde is buiten de privsfeer.

 

Ik wou dus helemaal niet insinueren dat degenen diejen die opening gebruikte ne racist is, maar gewoon laten blijken dat ek het extreem komiek vind dat het blijkbaar even suspect is van (tot op zekere hoogte) ne voorstander te zijn van Vlaams taalgebruik als het is van meer dan e gezond stuk argwaan te koesteren tegenover mensen met een ander huidskleur. Want anders zou de persoon de noodzaak niet hebben gevoeld van zijneigen op die manier te verontschuldigen.

 

Dus, mijn oprechte excuses aan de poster als hij door mijne commentaar gekwetst was, want het was helemaal niet de bedoeling om hem persoonlijk te attakeren, en ook niet het standpunt dat hij na die opening in dieje post verkondigde.

 

Voil, da's al da 'k moeste zeggen!

 

Versimpeling van den tussen-n-regel

Blogbericht van Grytolle | Maandag 21 maart 2011

'k Heb een beke zitten nadenken, en als ekik van d'SN-mensen was, dan zou ekik de tusssen-n zo regelen:

 

(0. enkelvoud eindigt op -en-: schrijft -en- want het is genen tussenklank)

1. enkelvoud eindigt op -e: -schrijft -e-

 

2. enkelvoud eindigt niet op -e:

a) gij zou het woord een meervoud op -en geven: schrijft -en-

b) gij zou het een meervoud op -s geven: schrijft -e-

 

(3. Klinkerbotsingen zou ik volgens de goede uitspraak willen oplossen met een -n- omdat dat naar mijn mening veel beter oogt dan een trema of een strepeke - zo deden ze het trouwens in de regeling de Vries-Te Winkel, met uitzondering van "minne".)

 

Veel variatie gaat dat niet opleveren want de meeste gevallen met meervoud op -en n -s eindigen op -e en vallen dus onder 1, en andere woorden met -s-meervouden zijn ofwel leenwoorden en krijgen sowieso heel zelden (nooit?) nen tussenklinker, ofwel eindigen ze op -el, -en, -er, -em en krijgen dan ook genen tussenklinker.

 

Ik wil dus alle uitzonderingsregels over planten, versteende samenstellingen en weet-ik-veel schrappen, en de moeilijkheid om te weten of er n of twee meervouden mogelijk zijn oplossen door regel 1.

 

(Omdat dees niet echt over het Vlaams gaat heb ik het maar in nen blogpost gezet ipv op het forum)

 

athleten drinken genen tee

Blogbericht van Grytolle | Vrijdag 25 februari 2011

Bron: Wikipedia: Geschiedenis van de Nederlandse spelling

Spelling-Marchant (1934, Nederland)

(...)

de 'th' (met niet uitgesproken h) bleef soms (thans, theater, thee, katholiek) en verdween soms (atleet, auteur, retoriek, panter).

 

Hoe dom was da nu? Elke keer als 'kik een woord moet schrijven waarvan da 'k weet da 't in 't Engels een /th/ heefd moet ek gaan opzoeken dewelke de willekeurige schrijfwijze van het Nederlands is. Compleet idioot. Z'hadden toen al moeten beseffen da dad ongelofelijk onhandig ging zijn. Of zijn ekik misschien den enigen die 't Engels en 't Nederlands, talen die ik alle dagen gebruik, daardoor dooreen haal?

 

Neffenst de werkwoordspelling meh -t op z'n Duits en de volkomen willekeurige uitzonderingen op den tussen-n-regel vind ik dees een van de grootste vergissingen uit de spellinggeschiedenis.

 
 

Een redenering die mij aan 't Vlaams deed denken

Blogbericht van Grytolle | Woensdag 3 november 2010

Bron: Taalprof: Taalergernis is een mythe

 

Vervolgens kun je constateren dat de grootste zogenaamde taalergernissen verrassend stabiel zijn (ik heb zoiets van, hun hebben, zeg maar, meest, je ding (doen of zijn), een stukje, een soort van, het rijtje is niet eens zo lang). De meeste populaire taalergernissen hebben die status al heel lang. Je houdt ze alleen buiten een verkiezing door ze bewust niet te nomineren.

 

Wat betekent dat? Dat wijst erop dat er blijkbaar een gewoonteeffect in die zogenaamde ergernis zit: mensen zeggen dat ze vinden dat bepaalde woorden of uitdrukkingen ergerlijk zijn omdat het gewoon is om dat te vinden. Met name omdat er bij ergernissen geen actieve tegenbeweging is, zijn mensen snel bang om uit de boot te vallen als ze toegeven dat ze al die verwerpelijke woorden of uitdrukkingen best wel aardig of handig vinden.

 

Klopt toch hel goe' vor zowad elke Vlaamsen taalvorm dien "officieel" afgekeurd word?

 

West-Vlaams AN-uitspraak: ie als [i]

Blogbericht van Grytolle | Vrijdag 17 september 2010

Een nieuwe theorie van mij!

 

In de West-Vlaamse dialecten word de ie uitgesproken als [i:] of als [i:ə], terwijl de ij uitgesproken word als [i]. In hun Algemen Nederlands spreken ze de ie pertang steevast uit als [i], terwijl Brabanders wel aan hun [i:] (die weliwaar een hel andere kwaliteit heefd in hel wa dialecten) blijven vasthouden. Hoe komd da? Waarom zouden de West-Vlamingen hun in hun AN op die manier distantiren van d'ingeburgerde uitspraak in het Belgisch AN?

 

Misschien is de reden da z veel West-Vlamingen in Ost-Vlaanderen komen studeren, waar de ie dialectaal wl als [i] klinkt, en vandaar ok in die hun AN.

 

Edit: Lenwoorden spelen hier misschien een rol in. "Muziek" bijvoorbeeld da strikt genomen "muzijk" is in het West-Vlaams.

 

Gijngs

Blogbericht van Grytolle | Maandag 14 juni 2010

mee maane vlieger? nieje mee den bus! (meh mijne vlieger? ne met den bus)

 

Reklammeke voor de bus te nemen tijdens de Gentse feesten!

 

Zalige verwarring

Blogbericht van Grytolle | Woensdag 12 mei 2010

Uit dezen draad op 9lives.be, "Sex op een vreemde plaats ...".

dieje 'kik vond door op "ne week" of "ne vrouw" te googelen, en ni door een of ander vieze bezigheid(!) - hier volgd in elk geval een discussie tussen e paar posters die duidelijk wel iet afweten van verbuiging

 

Jack Malibu:

De zee (af te raden), trein, kleedhok zwembad.

Nekeer ene gevingerd in de glijbaan (dezelfde als van in da kleedhok) en in den boiler op pkp.

 

a143290:

O_o' als in: van het mannelijk geslacht?

 

JackM:

Euhm, nee? ene is vrouwelijk, enen mannelijk

Als is, kheb er daar ene goe gepakt in de tent en toen der enen kwam gluren heb ek em toch wa lappen moeten geven.

 

a143290:

Maar neen

Ik heb er een gevingerd vrouwelijk

Ik heb er ene gevingerd mannelijk

 

JackM:

Ge zijt mis, ga nu maar zelfmoord plegen.

 

GregoryCO:

toch wel

 

in w-vl:

ke jin gevingerd () mannelijk

ke jinne gevingerd vrouwelijk

 

Sorryfreak (in antwoord op a143290):

Hier is dat ook zo. ^^

Maarja, sommige hebben een dommer dialect eh.

 

JackM:

Of sommige zijn vrouw en zijn bijgevolg dom

 

Sorryfreak:

a143290 is mannelijk en denkt er hetzelfde over als ik, dus uw theorie klopt niet.

 

[...]

 

Z'hebben allemaal wel gelijk vr hun respectievelijk Vlaams, vergelijkt dees del van de grammatica in 't West-Vlaams meh den tegenhanger vr 't AV (of tenminste vr de rest van Vlaanderen).

 

't Studentenambtenrke

Blogbericht van Grytolle | Dinsdag 2 maart 2010

In de lespauze vond ik een boekske liggen met daarin een artikel med een beke Vlaams ingewerkt

 

"'t Studentenambtenrke"

"al dat jong geweld"

"Gent ziet u graag"

"bij het huisvuil" - ongemarkeerd in VanDale maar we leerden in onze cursus taalzorg "vuil" te vervangen door "vuilnis"...

"(je ergert je toch dood aan) diene hoela die pers [...]"

 
Pagina's: 1 | 2