Bijbel in straattaal
Vrijdag 11 november 2011 |
stijfvreter
In Nederland heeft een pastoor het Evangelie van Matteüs in straattaal hertaald. Dat meldt DeRedactie.be.
Passage:
"Een man die Johnnyboy heette, maakte noize in de woestijn van Judea. Zijn streetname was "De Doper". Niet omdat hij een hosselaar was, die dope verkocht. Ook niet omdat hijzelf zo dope was, ofsow. Maar hij doopte mensen met water." (Johnnyboy De Doper, 3:1-17)
Dit is de homepage van het project.
Zo bizar is dat eigenlijk niet, want het Nederlands is ook tot standaardtaal uitgegroeid dankzij de Statenvertaling.
Vandaar: de bijbel in het Algemeen Vlaams, wie begint eraan?
4 reacties
Reageren


Na nen tijd wier de vader dat spelleke muug en draaide de kraan toe: geen kot en geen cengs nimeer.
Uit armoei deed de zoon veel interimjobkes Meêr... waar hij permentelijk zijn voeten aan veegde en vloog dan ook met zijn klikken en zijn klakken overal buiten.
Op den duur zat em aan den dop en kon zelfs zijn miserabel mansardeke nimeer betalen. Hij docht: "Dedju, het personeel van mijn vader is begot beter af as ekik, ik gaan terug."
Als em thuis kwam was zijn vader doodgelukkig en nodigde al de geburen uit op een groot feest. De oudste zoon zag groen van jaloezie en de vader probeerde hem te troosten: "Zoon, alles wat van mij is, is ook van a." Maar de zoon docht: "Daar zijn ik vet mee!"
Dees is allemaal lang geleden, intussentijd kwam alles terug op zijn plooi en ze leefden nog veel en hadden lange kinderen.
Dat moet dan een Vlaams woord geweest zijn. En den hint zit er al in want het woord was bij God en God was het woord. Ge moet u dat voorstellen: Er was nog niks en doordat er niks was en niks te doen was verveelde God zijn eigen steendood. Wat zou dan het eerste woord zijn dat God sprak en dat naar zijn eigen naam verwees: Ochottekes! En den hele zin luidde: 'Ochottekes toch, wat een miserie. Ik zal eens ne keer iets maken se om mijn eigen bezig te houden...' En de rest van het verhaal kent ge.