Een redenering die mij aan 't Vlaams deed denken
Bron: Taalprof: Taalergernis is een mythe
Vervolgens kun je constateren dat de grootste zogenaamde taalergernissen verrassend stabiel zijn (ik heb zoiets van, hun hebben, zeg maar, meest, je ding (doen of zijn), een stukje, een soort van, het rijtje is niet eens zo lang). De meeste populaire taalergernissen hebben die status al heel lang. Je houdt ze alleen buiten een verkiezing door ze bewust niet te nomineren.
Wat betekent dat? Dat wijst erop dat er blijkbaar een gewoonteeffect in die zogenaamde ergernis zit: mensen zeggen dat ze vinden dat bepaalde woorden of uitdrukkingen ergerlijk zijn omdat het gewoon is om dat te vinden. Met name omdat er bij ergernissen geen actieve tegenbeweging is, zijn mensen snel bang om uit de boot te vallen als ze toegeven dat ze al die verwerpelijke woorden of uitdrukkingen best wel aardig of handig vinden.
Klopt toch heêl goe' voôr zowad elke Vlaamsen taalvorm dieën "officieel" afgekeurd word?


Wat mij natuurlijk van belang lijkt is dat punt over 'bang zijn om uit de boot te vallen'. Dat slaat volgens mij de spijker op de kop, maar het roept meteen ook de sociologische vraag op waarom iemand eigenlijk bang is.