Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

10.2 Onderwerpsvormen

Gecreerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 6 november 2009.

De onderwerpsvormen zijn de persoonlijke voornaamwoorden die gebruikt worden als onderwerp in een zin, zoals ge in de zin ge zij te laat. De onderwerpsvormen kunnen verschillen naargelang hun plaats in de zin: vr het werkwoord, na het werkwoord of in een bijzin.

 

10.2.1 Vr het werkwoord

De volgende tabel toont de onderwerpsvormen die gebruikt worden vr het werkwoord. Voor elk van de drie personen enkelvoud en meervoud geven we links de volle en rechts de gereduceerde vorm.

 

vol gereduceerd
1e pers. enk. ik 'k
2e pers. enk. gij g(e)
3e pers. enk. hij -
zij z(e)
het 't
1e pers. mv. wij w(e)
2e pers. mv. gijle(n) / gulder g(e)
3e pers. mv. zij z(e)

 

Voor hij is er net als in het Nederlands geen gereduceerde vorm, althans in de algemene omgangstaal. In Vlaamse streektalen wordt o.a. 'em [m] gebruikt, zoals in 'em is weer te laat.

 

De gereduceerde vormen g(e), z(e) en w(e) hebben een zwakke uitgang -(e). De eind-e van deze vormen valt dus weg wanneer het volgende woord met een klinker begint, zoals in volgende voorbeelden:

    • g'eet te weinig
    • z'is ziek
    • w'aten hier vroeger elken dag

 

Het persoonlijk voornaamwoord gijle(n) (jullie) heeft dan weer een sterke uitgang -e(n). Hier wordt dus een eind-n toegevoegd wanneer het volgende woord met een klinker begint:

    • gijle waard te laat
    • gijlen antwoord nooit

 

Naast gijle, dat meestal met een korte ij wordt uitgesproken, geven we ook gulder op als Vlaams woord voor jullie. Het persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon meervoud is immers bij uitstek een geval waarvoor er nog niet n algemeen Vlaams woord bestaat maar wel een hele reeks gelijkaardige streektalige vormen. Deze hebben zowat alle gemeen dat ze met een g beginnen (gelle, golle, glle, gulle, gijle, gijlie, gullie, gulder, gunder, gieder, giender, ...) en dat het bijhorende werkwoord dezelfde vorm heeft als die voor het enkelvoud (vergelijk bvb. gij werkt, gijle werkt en "jullie werken").

 

Doordat er nog niet n algemeen woord is grijpen vele Vlaamssprekers begrijpelijkerwijze terug naar het Nederlandse "jullie" en de bijhorende werkwoordvorm. Nu kan het Vlaams gerust meer dan n vorm hebben, maar ook geen tien. Wij hebben na veel discussie gekozen om gijle en gulder (in combinatie met resp. ulle en ulder als voorwerpsvormen) als de meest algemene en representatieve vormen te presenteren, omdat zowat elke andere veel gebruikte vorm sterk op n van deze twee gelijkt.

 

De gereduceerde vorm g(e) wordt voor de tweede persoon meervoud veel minder gebruikt dan voor de tweede persoon enkelvoud. Hij is echter wel degelijk toepasbaar voor het meervoud, bvb. in een zin als ge zijd allemaal te laat.

 

 

10.2.2 Na het werkwoord (inversie)

Wanneer het persoonlijk voornaamwoord n het werkwoord staat, zoals o.a. in vragende zinnen, krijgen sommige persoonlijke voornaamwoorden een andere vorm. Volgende tabel toont alle persoonlijke voornaamwoorden voor dit geval, dat inversie genoemd wordt.

 

vol gereduceerd
1e pers. enk. (e)kik [kik] (e)k [k] / ik
2e pers. enk. gij --
3e pers. enk. hij 'em
zij z(e)
het 't
1e pers. mv. wij w(e)
2e pers. mv. gijle(n) / gulder --
3e pers. mv. zij z(e)

 

De cursief getoonde woorden verschillen niet van het gewone geval; we bespreken enkel degene die wel verschillen.

 

De vormen ekik en ek beginnen beiden met een doffe e die soms niet uitgesproken wordt (meestal wanneer het vorige woord op een klinker eindigde). We vervangen die doffe e in dat geval door een weglatingsteken en schrijven dus 'kik en 'k.

    • mag ekik eerst beginnen?
    • zou 'kik ni beter beginnen?
    • zal ek heur is bellen?
    • da' zou 'k ni doen

 

Naast (e)k wordt als gereduceerde vorm ook ik gebruikt. Veel mensen gebruiken beide vormen door elkaar, waarbij men ik dan als halfgereduceerde vorm kan beschouwen. Het gebruik van (e)kik is wel algemeen.

 

In de tweede persoon enkelvoud n meervoud is de volle vorm dezelfde als in het gewone geval maar wordt het persoonlijk voornaamwoord gewoon weggelaten i.p.v. een gereduceerde vorm te gebruiken. De gereduceerde versie van komde gij? en komde gijle? is dus gewoon komde?. Meer voorbeelden:

    • wilde liever morgen komen? (wil je)
    • doede mee? (doe je)
    • zijde weeral te laat?? (ben je)

 

Men kan argumenteren dat de uitgang -e van komde eigenlijk het persoonlijk voornaamwoord is - meer daarover later.

 

Voor de derde persoon mannelijk enkelvoud is er nu wel een gereduceerde vorm, namelijk 'em. Dit woord wordt uitgesproken met een doffe e en is equivalent aan het Hollandse "ie".

    • zal 'em da wel kunnen? (zal-ie)
    • nu is 'em da weeral vergeten! (is-ie)

 

Het weglatingsteken in 'em geeft aan dat de eindmedeklinker van het vorige woord verstemloosd wordt, wat bijvoorbeeld niet het geval is voor ek.

    • mag ek beginnen? [maG-k]
    • mag 'em beginnen? [maCH-m]

 

 

10.2.3 In een bijzin

Een bijzin wordt ingeleid door een betrekkelijk voornaamwoord zoals da of door een onderschikkend voegwoord zoals omda. Hoewel de onderwerpsvorm in een bijzin vr het werkwoord staat worden hier toch de vormen van het inversie-geval gebruikt (zoals ekik) met n uitzondering: voor de tweede persoon wordt de gereduceerde vorm ge nu wel gebruikt.

 

Dit geeft de volgende overzichtstabel (waarin de vormen die in alle gevallen gelijk zijn weer cursief worden weergegeven):

 

vol gereduceerd
1e pers. enk. (e)kik (e)k / ik
2e pers. enk. gij g(e)
3e pers. enk. hij 'em
zij z(e)
het 't
1e pers. mv. wij w(e)
2e pers. mv. gijle(n) / gulder g(e)
3e pers. mv. zij z(e)

 

Voorbeelden:

    • omda 'kik ni kan komen
    • omda' ge te laat zij [omda-CH]
    • omdat 'em da' vroeg

 

 

10.2.4 Verdubbeling van de onderwerpsvorm

Een kleurrijke en typisch Vlaamse zinsconstructie is die waarin de onderwerpsvorm verdubbeld wordt om de persoon extra te benadrukken.

 

In gewone zinnen wordt dan zowel voor als na het werkwoord een persoonlijk voornaamwoord gezet. Na het werkwoord kan daarbij enkel een volle vorm gebruikt worden. Voorbeelden:

    • ik weet ekik da ni (ik weet dat niet)
    • ge doe' gij da' goe (jij doet dat goed)
    • ze wist zij da wel (zij wist dat wel)

 

In zinnen met inversie (onderwerp n het werkwoord, zoals in bijzinnen en vragende zinnen) worden dan na het werkwoord twee persoonlijke voornaamwoorden gebruikt, waarvan het eerste altijd een gereduceerde vorm is en het tweede een volle.

  • hoever is ze zij?
  • daar heeft 'em hij genoeg van

 

 

10.2.5 Toelichting bij de schrijfwijzen

Van verschillende vormen kan men zich afvragen waarom ze wel of niet met een doffe e beginnen. We lichten hier de schrijfwijzen van elk van deze vormen toe.

 

Over 'em

Men kan zich afvragen waarom we 'em schrijven en niet 'm. De reden is dat het woord 'em wel degelijk een hele lettergreep is met een begin-e, en niet alleen maar een letter m. Dat hoor je goed in een combinatie zoals zou 'em. Indien het persoonlijk voornaamwoord enkel een letter m was dan zou de combinatie als [zoum] uitgesproken worden. De uitspraak is echter [zou-w-m], met een verbindingsklank w die aangeeft dat er voor de m nog een klinker staat.

 

Over gij n het werkwoord

Volgens sommigen zou een combinatie als kunde gij (kan jij) eigenlijk geschreven moeten worden als kund egij, waarbij het persoonlijk voornaamwoord dus de dubbele vorm egij zou zijn (vergelijkbaar met de dubbele vorm ekik) in plaats van gewoon gij. Analoog zou het dan kund egijle (kunnen jullie) en kund e (kan je) zijn, waarbij e de gereduceerde vorm van het persoonlijk voornaamwoord is. Er zijn goede redenen om aan deze opvatting te twijfelen.

 

Kijken we bijvoorbeeld naar de verleden tijd van een zwak werkwoord zoals wonen. De verleden tijd hiervan is woonde(n), met een sterke uitgang -e(n) waarvan de eind-n enkel toegevoegd wordt wanneer het volgende woord met een klinker begint, zoals in woonden 'em toen nog thuis?

 

Indien we deze zin omzetten naar de tweede persoon krijgen we woonde gij toen nog thuis? Nochtans zou, indien het persoonlijk voornaamwoord bij inversie egij was, de eind-n van woonde(n) weer toegevoegd worden, net zoals voor 'em, en zouden we dus woonden egij toen nog thuis? krijgen. Dat het woonde gij is en niet woonden egij geeft aan dat het persoonlijk voornaamwoord wel degelijk gij is en niet egij, temeer daar men wl woonden ekik kan zeggen.

 

In elk geval is de schrijfwijze kunde gij al ingeburgerd en gemakkelijker leesbaar dan kund egij. Deze discussie is dus louter academisch.

 

 

Over ek en ekik

Men zou kunnen denken dat ek [k] en ekik [kik] eigenlijk geen beginklank hebben. Dat dit wel degelijk zo is kunnen we onder andere aantonen door naar assimilatie-effecten te kijken.

 

Wanneer woorden als als of mag gevolgd worden door een woord dat met een doffe e begint, zoals een, dan wordt hun eindklank stemhebbend uitgesproken:

    • als een pilleke ni helpt... [alZ-n]
    • 't mag een beetsje meer zijn [maG-n]

 

Wanneer deze woorden gevolgd worden door een woord dat met een k begint, zoals klein, dan wordt hun eindklank echter stemloos uitgesproken:

    • als kleine kinderen ni luisteren... [alS klein]
    • 't mag kleiner zijn [maCH kleinr]

 

Wanneer we deze woorden laten volgen door ek of ekik wordt hun eindklank stemhebbend uitgesproken, hetgeen meteen aantoont dat ek en ekik wel degelijk met een klinker beginnen:

    • als ek er om drie uur ni ben... [alZ-k]
    • mag ek is piepen? [maG-k]

Forumdiscussie over dit artikel — 57 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: