10.1 Inleiding
Persoonlijke voornaamwoorden zijn woorden die naar personen verwijzen, zoals ik, gij, mij en ons. We onderscheiden twee soorten persoonlijke voornaamwoorden: de onderwerpsvormen en de voorwerpsvormen.
- De onderwerpsvormen zijn persoonlijke voornaamwoorden die fungeren als onderwerp in de zin, zoals ik en gij.
- De voorwerpsvormen zijn persoonlijke voornaamwoorden die niet fungeren als onderwerp in de zin, zoals mij en ons.
Welk persoonlijk voornaamwoord gebruikt wordt hangt altijd af van het perspectief (eerste, tweede of derde persoon) en het aantal (enkelvoud of meervoud). Zo duidt ik op een eerste persoon enkelvoud en gijle op een tweede persoon meervoud.
Van bijna elk persoonlijk voornaamwoord bestaan bovendien twee vormen: een volle en een gereduceerde. Voorbeelden zijn wij / we en gij / ge. De gereduceerde vormen worden gebruikt wanneer men de persoon niet wil benadrukken.
Typisch voor het Vlaams is dat het persoonlijk voornaamwoord kan verschillen naargelang de zinsvolgorde. De onderwerpsvorm ekik kan bijvoorbeeld niet gebruikt worden in ekik mag komen maar wel in mag ekik komen?
Forumdiscussie over
dit artikel — 8 berichten

