15
2.2 De bijzondere uitgang -[d]
Gecreëerd door Krommenaas.
Laatst gewijzigd op 27 september 2009.
De meest bijzondere uitgang in het Vlaamse taalgebruik is ongetwijfeld de uitgang -[d]. Deze wordt gebruikt in:
We overlopen hier de eigenschappen van deze uitgang, die zeer verschillende vormen aanneemt naargelang de aard van het volgende woord. We geven telkens twee voorbeelden, één met da[d] (dat) en één met doe[d] (doet). Voor meer voorbeelden verwijzen we naar de hoger gelinkte artikels.
- Wanneer het volgende woord met een medeklinker begint wordt de uitgang niet toegevoegd.
- da kan ni
- ge doe raar
- Wanneer de beginmedeklinker van het volgende woord een d, g, v, z of zj is dan wordt die stemloos uitgesproken, dus als [t], [ch], [f], [s] of [sj]. We geven deze verstemlozing weer door een weglatingsteken te noteren op de plaats van de uitgang.
- da' ga ni [da-CHaa ni]
- ge doe' zo raar [zë doe-Soo raar]
- Wanneer het volgende woord met een klinker begint wordt de uitgang toegevoegd en ook als [d] uitgesproken.
- dad is ni waar [daD-is ni waar]
- ge doed ons twijfelen [gë doeD-ons]
- Wanneer het volgende woord 'em (hem) of er is (en alléén dan) wordt de uitgang als [t] uitgesproken en schrijven we hem ook als -t.
- \ik vrees dat 'em dood is [daT-ëm]
- ge doet 'em daar geen plezier mee [gë doeT-ëm]
- Wanneer het volgende woord et is (het zonder begin-h) dan valt de uitgang weg en wordt in de plaats een verbindingsklank -g- tussengevoegd.
- ge doe-g-et goe! [zë doe-g-ët]
In welke mate de laatste eigenschap algemeen genoemd kan worden staat ter discussie; indien ze niet geldt gedraagt et zich gewoon zoals elk ander woord met een beginklinker.
Forumdiscussie over
dit artikel — 15 berichten

