2.2 Med uw ogen toe
Ik weet da' gij soms ook
[ik weet da-chij somz-ook]
achterloopt op den tijd
[achtėrloopt ob-dėn tijd]
en da' g'er ook nog nied uit zijt
[en da-ch-ėr ook noch nied-uit-sijt]
wie ge eigenlijk wild zijn
[wie gė eigėlėk wilt-sijn]
Ma schrijfd een liedsjen over mij
[moh schrijft ėn lie:tsjėn oovėr mij]
want mijne radio is kapot
[want mčnnė raadioo-w-is kapot]
schrijfd der eentsjen op mijn lijf
[schrijft-tėr eentsjėn op mijn lijf]
zonder begin en zonder slot
[zondėr bėgin en zondėr slot]
Ge moogd alleen ma praten
[gė moocht allee-maa praatėn]
als 't is om beter te weten
[als t iz-om beetėr tė weetėn]
alleen maar zien
[allee-maar zien]
als ge 't daarna kund vergeten
[als-ch-ėt daarnaa kunt-fėrgeetėn]
refrein:
Kijken mag zolang ge daar maar
[kijkem-mach zoolang gė daar maar]
ni te veel bij nadenkt
[nie: tė veel bij naadenkt]
ma doed uw ogen toe
[moh doe:d-uw oogėn toe:]
ik ben zoveel schoner
[iG-ben zooveel schoonėr]
als ge 't licht uitdoe
[als-chė tlicht uitoe:]
Als ge mij morgen wild vervangen
[as-chė mij morgė wilt-fervangėn]
zet mij dan gewoon als reserve aan de kant
[zet mij dan gewoon als ré.servė aan dė kant]
en roept mij als ge 't koud krijgd
[en roep(t) mij als gė t kout krijcht]
als ge zelf aan de zijlijn zijd beland
[als gė zelėv-aan dė zijlijn zijd-bėland]
Ik geef et gene naam
[ik-cheev-ėt geene naam]
ik denk er ni meer over na
[iG-denk ėr nie: meer oovėr naa]
ik val gewoon wa sneller
[ik-fal gėwoon wa snellėr]
en we zien wel wa' daarna
[en wė zien wel wat-arnaa]
(refrein x2)
doed uw ogen toe
[doe:d-uw-oogėn toe:]
ik ben zoveel schoner, zoveel schoner
[iG-ben zooveel schoonėr zooveel schoonėr]
als ge 't licht uitdoe
[a(l)s-chė tlicht uitoe:]
Staade gij soms ook
[staadė gij somz-ook]
uren aan te schuiven
[uurėn aan tė schuivėn]
voor iets wa' da' ge uiteindelijk
[vor iets wata-chė uiteindėlėk]
toch ni nodig had
[toch nie: noodich-hat]
en zitte gij soms ook
[en zittė gij somz-ook]
med iemand anders in gedachten?
[med-iemant andėrs in gedachtėn]

