3.11 Engelke
Ik ben een kreng van een wijf
alles gekregen, altijd meer gewild
ze moeten mij omarmen, verwarmen
mijn bakkes krijgen ze niet stil
Maar uw blik doed mij blozen
wie had dad gedacht?
ik wil alleen uw adem in mijn oor
elke nacht
refrein:
Mijn engelke
gij doe mij geloven
gij doe mij beloven
ik doen uwen afwas een leven lang
En ge lacht en ge zegd
ge moet lief zijn voor et leven
dan is 't leven lief voor u
ge zij' de god van mijn altaar
al wa' ge zegd is waar
dus ik hou van heel de wereld vanaf nu
Gij houd van mij
den tijd van de mirakels
is nog ni voorbij
dus is 'er hoop voor mij
(refrein)
Mijn engelke
gij doe mij kotsen
ik sla u nog verrot want
ik ben zo bang, zo bang, zo bang
Mijn engelke
ge hebd mij niks gegeven
uw gezicht was kurkdroog
toen gij de kamer uitvloog
mijn engelke
mijn engelke

