II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Teksten

6. Vervoeging van werkwoorden

Gecreerd door Grytolle. Laatst gewijzigd op 26 mei 2012.
OTT OTT stam op plofklank OTT stam op m
ik vrage / vragen slape / slapen drme / drmen
gij vraagd slapt dromd / dromd
hij vraagd slapt dromd / dromd
wijder vragen slapen drmen
gijder vraagd slapt dromd / dromd
zijder vragen slapen drmen

 

De uitgangen van de eerste persoon enkelvoud worden ook gebruikt in de verleden tijd van sterke werkwoorden: ik blve(n), ik sliepe(n), ik zage(n), ik kwame(n).

 

De uitgang van de tweede persoon wordt, net als in het AV, in de regel niet gebruikt in de verleden tijd van sterke werkwoorden: gij hong, gij ging. De imperatief is vanzelfsprekend gelijk aan de gij-vorm.

 

De infinitief wordt soms verlengd voor een stemrust: doene, ziene, zijne, liene (lijden), zeggene.

 

Plofklanken zijn p, t, k, b, d, *[g] en veroorzaken in verbinding met een d/t-uitgang regelmatig stamklankverkorting. Bij een stam op -m is de regel minder vast.

 

Uitzonderlijk bestaat er ook een ongerokken vorm van geefd: gift (gifd?).

 

Ook werkwoorden met een gesyncopeerde -d- in de infinitief krijgen stamklankverkorting:

lan (laden), lad

schen (scheiden), schid

smeen (smeden), smid

 

Lange klank verkorting voorbeeld
aa a maken, makt
a a lten, lat
ee i breken, brikt
e i zwten, zwit
e *i blten, *blit
oo o koken, kokt
o o lpen, lopt
eu u neuken, nukt
ie [i:(ə)] y [i] piepen, pypt
oe [u:(ə)] ou [u] moeten, mout

 

Overige voorbeelden:

kpen, kopt

rapen, rapt

rken (reiken), rikt

dpen, dopt

nemen, nimd

betrapen (betrappen), betrapt

 

Dezelfde verkorting treedt ook op in zwakke verledentijdsvormen en in zwakke voltooide deelwoorden: makte, gemakt; zwitte, gezwit; *blitte, *geblit; kokte, gekokt; nukte, genukt; pypte, gepypt; rapte, gerapt; rikte, gerikt; dopte, gedopt; betrapte, betrapt.

 

Het voorvoegsel ge- heeft ook een variant e-.

 

Voorbeelden van werkwoorden zonder verkorting:

dragen, draagd

leven, leefdige, geleefd

vrzen, vresdige, gevresd

lnen, lendige, gelend

gelven, gelofdige, gelofd

kleunen, kleundige, gekleund

voeren, voerdige, gevoerd

 

De verledentijdsuitgang kan zijn: -dige/-tige, -dege/-tege, -dede/-tede of -de/-te.

 

Een systematisch verschil bij de sterke werkwoorden tegenover het Antwerps is dat de verleden tijd van de eerste ablautsklasse scherplang is:

Antwerps: blijve(n), bleef, bleve(n), gebleve(n)

West-Vlaams: bluven, blef, blven, gebleven

 

---

Bron:

Van Sint-Jan, R. (1931). Het West-Vlaamsch van Guido Gezelle. (blz. 127-128, 257-265, 181). Antwerpen: De Sikkel.

 

 

Metingen op de West-Vlaamse wikipedia (26/05-12)

maakt 10 makt 217
smaakt 3 smakt 11
(g)(e)raakt 4 (g)(e)makt 45
waakte 1 wakte 1
(ge)kraakt(e) 0 (ge)krakt(e) 6
totaal -aakt 18 (6%) totaal -akt 280 (94%)
breekt 0 brikt 8
steekt 0 stikt 13
stekt 3
spreekt 0 sprikt 13
sprekt 1
(g)(e)preekt(e)(n) 0 (g)(e)prikt(e)(n) 6
totaal -eekt 0 (0%) totaal -ikt 40 (100%)
(g)(e)kwekt(e)(n) 10 (g)(e)kwikt(e)(n) 18
(g)(e)rekt(e)(n) 9 (g)(e)rikt(e)(n) 0
totaal -ekt 29 (62%) totaal -ikt 18 (38%)
(g)(e)kookt(e)(n) 2 (g)(e)kokt(e)(n) 3
(g)(e)rokt(e)(n) 0 (g)(e)rokt(e)(n) 1

 

-euk- is niet vertegenwoordigd (jeuken alleen als jukken)

-ie- en -oe- zijn door spellingchaos niet betrouwbaar te meten


Forumdiscussie over dit artikel — 1 bericht
Gerelateerde artikels: