1.12 Mijne Jezus is ne jood
Mijne Jezus is ne jood en mijnen otto Japannees,
mijnen hoed is nen tiroler en mijn veste is Canadees,
'k eet spagetti uit Italië en uit de Wolga kaviaer,
mijne koffie is van Brazilië, mijn kalebasse uit Zanzibaer.
refrein:
daarom zingen w' al maar meer
g'heêl Vlaânderen dit refrein
dətr hier veel te veel
te veel vreemdelingen zijn
en mijn koekoeksklokke uit Zwitserland, mijn broek uit Bangladesh
mijnen trommel komd uit Korea, mijn sandalen uit Marrakesj
maar Arabisch zijn mijn ceifers, maar Latijn is mijn alfabet
onze mythes Babylonisch, joods en Grieks van A tot Z.
(refrein)
mijn servies komd uit de Xenos en uit Ikea den dressoir
mijne laptop recht uit Taiwan, van de C&A m'nen peignoir
't ebbenhout van mijn klarinette uit het donker Afrika
en 'k zou zo gèren nog ne keer trouwen med een meiske uit Zambia.
(refrein)
en den djembé komd uit Kongo, uit Australië den boemerang
den balalaika recht uit Moskou en uit Rome ons kerkgezang
mijn gitare is Arabisch, Spaans model, made in Japan
en mijn nieuw katoenen hemdsje recht uit Oezbekistan
(refrein)
w'eten dadels uit Tunesië en straffe peper uit Senegal
kan Sint-Sixtus ons nie helpen, drinken w'hier dus mor Orval
kokosnoten uit Ivoorkust, zoete mangos uit Bangui
en patatten uit Patagonië, en couscous uit Tripoli
(refrein)
onzen trainer is van Kroatië, de beste spitse is Brazilian
en de rest, al de tien andere, eên voor eên Ivoriaan
we zin fier te meugen zingen, absoluut ongegeneerd
lang lang leve onze koning, uit Saxen Coburg g'importeerd
(refrein)

