Losse artikels

Artikels over uiteen­lopende onder­werpen, die ni thuishoren bij een bepaalde reeks.

3. IPA

Gecreerd door Grytolle. Laatst gewijzigd op 20 juni 2011.

Lange klinkers

klank voorbeelden
[a:]


chauffage
kar (Antwerps)
praten (AN)
[ɑ:]


kaak (tussentaal)
kake (West-Vlaams)
koud (ongeveer) (Oost-Vlaamse tussentaal)
[ɔ:]


baard (Antwerps)
hoor (Hollands)
zone (Hollands)
[o:] goot (AN)
[u:] boer (AN)
[ʊ:]

ergens tussen [u] en [o] in
boer (minder plat Antwerps)
[i:] hier (AN), analyse (AN)
[ɪ:]


mier (Antwerps)
meer (Hollands)
?eten (Oost-Vlaamse tussentaal)?
[e:] eten (AN)
[ɛ:]


bijten (Oost-Vlaamse/Brabantse tussentaal)
kerel (de meeste dialecten)
scne (AN)
[:] nog opener variant daarvan
[y:] buurt (AN)
[:]


beurt (AN)
muur (Antwerps)
culture (West-Vlaams)
[:]


huis (Oost-Vlaamse/Brabantse tussentaal)
freule (AN)
geur (Hollands)
[ʌ:]

a-achtigere variant daarvan
Engels "run" maar langer

 

Korte klinkers

klank voorbeelden
[ɑ] kat
[a]

ageren [a'ɣe:rə(n)]
kat (Antwerps)
[u] boek
[y]

just, put (Antwerps)
bluven (West-Vlaams)
[Y] put (AN)
[]

put (West-Vlaams)
wrst (Antwerps)
[ɔ] toch
[o] operatie [opə'rɑ:siˑ]
[ɛ]

bed (AN)
wit (West-Vlaams)
[ɪ]

wit (AN)
bed (Antwerps)
[] bed (West-Vlaams)
[e] telefoon [telə'fo:n], vlo [ve'loˑ]
[ə] boete
[i]



fiets
viel (Oost-Vlaams)
ging (West-Vlaams)
schip (Antwerps)
[] manoeuvreren/maneuvreren [man'vre:rə(n)]

 

 

Naslagtweeklanken

klank voorbeelden
[i:ə]

hel (Brabants/Oost-Vlaams/Continentaal West-Vlaams)
zien (Kust?West-Vlaams)
[e:ə] hel ((Kust)West-Vlaams)
[je:]/[jɛ] hel (Continentaal West-Vlaams)
[o:ə] grot (West-Vlaams, Brabantse plattere tussentaal)
[y:ə] grot (Oost-Vlaams, Brussels)
[u:ə]

grot (Antwerps, Continentaal West-Vlaams)
voet (Kust?West-Vlaams)
[wo(:)] grot (Contintentaal West-Vlaams)
[ɛ:ə] kerel (Stadantwerps)
[ɑ:ə] de strte (Oost-Vlaams, Continentaal-West-Vlaams)
[ɔ:ə] huis (Antwerps)
[a:ə] bijten (Antwerps)

 

j-tweeklanken

klank voorbeelden
[eˑi]

variant van de zachtlange e
eten (Hollands)
[ɛˑi] zijn (AN), Antwerps eten
[ˑi] zijn (AN, iets opener)
[ei]

eigen (West-Vlaams)
zijn (West-Vlaamse tussentaal)
[ɪˑi] gieten (Antwerps)
[ˑi] huis (AN)

 

w-tweeklanken

klank voorbeelden
[ɑu] vrouw (AN)
[ɔu] vrouwe (West-Vlaams)
[ɑ:w] vrouwen (Antwerps)
[y] trouwen (Gents)
[y] huis (VRT)
[ʌy] huis (Hollands)

 

Nasale klinkers

klank voorbeelden
[ɑ̃(:)]genre ['ʒɑ̃:rə]
[̃(:)]parfum [par'f̃ˑ]
[ɔ̃(:)]garon [ɣar'sɔ̃ˑ]
[ɛ̃(:)]coq au vin [kɔko'vɛ̃ˑ]
[ə̃]zeggen ['zh̃ə̃] (West-Vlaams)

 

Onechte tweeklanken

klank voorbeelden
[e:ɥ] euw (maar scherplang, zie boven)
[i:ɥ] nieuw
[a:j] aaien (voor varianten zie boven)
[uj] boei
[o:j] koi (maar meestal scherplang, zie boven)

 

Medeklinkers

klank voorbeelden
[b] krabben
[d] dak
[ʤ] job
[f] ik leef
[g] zagdoek
[ɣ] goe
[x] toch, ach-laut
[ʝ] gieten (Antwerps en ..?)
[] echt (Antwerps en ..?), ich-laut
[h]

gij (West-Vlaams)
"heten" (AN)
[] echt (West-Vlaams)
[χ] gapen, chloor (Hollands), ach-laut
[k] pakken (AN)
[ʔ] pakken (West-Vlaams)
[l] pillen (lichte l)
[ɫ] hij belde (zware l)
[m] match
[n] naam
[ɱ] wat 'em kan vinden
[ŋ] bank
[p] pot
[r] rijden (normale tongspits-r)
[R] rijden (Franse r)
[ɹ] hoor (Gooise r)
[s] sap
[ʃ] chauffage
[ʒ] genre [ʒɑ̃:rə]
[t] tand
[ʧ] hondsje (Vlaams)
[tʲ] hondje (Hollands)
[v] vaas
[ɥ] water (Vlaams)
[ʋ] water (Hollands)
[z] zuipen