3. Lidwoorden
Lidwoorden zijn woorden zoals een en de die men vóór zelfstandige naamwoorden kan plaatsen.
3.1 Onbepaalde lidwoorden
Het Nederlands kent maar één onbepaald lidwoord, namelijk "een". In het Vlaams hangt het lidwoord af van het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
| mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | |
| enkelvoud | ne[n] | een | een |
| meervoud | - |
Het onbepaald lidwoord ne[n] voor mannelijke zelfstandige naamwoorden heeft de mannelijke uitgang -e[n]. De eind-n wordt dus enkel toegevoegd wanneer het volgende woord met een b, d, h, t of klinker begint.
- nen trein, ne stoômtrein
- nen boôt, nen duikboôt, ne stoômboot
- ne panter, ne leêuw, nen tijger, nen hond
- een vrouw, een boeleke
Let op: het volgende woord hoeft niet noodzakelijk het zelfstandig naamwoord zelf te zijn.
- nen dokter, ne goeien dokter
Voor het onzijdig enkelvoud wordt in vele streektalen, en soms ook in het algemeen Vlaams, het lidwoord e[en] gebruikt. Dit heeft de vorm een wanneer het volgende woord met een b, d, h, t of klinker begint, maar de vorm e in alle andere gevallen.
- een boeleke, e klein boeleke
- e manneke, een bleêk manneke
3.2 Bepaalde lidwoorden
Ook bij de bepaalde lidwoorden kent het Vlaams meer mogelijke vormen dan het Nederlands. Het lidwoord hangt wederom af van het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
| mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | |
| enkelvoud | de[n] | d(e) | het / 't |
| meervoud | d(e) |
Het bepaald lidwoord de[n] voor mannelijke zelfstandige naamwoorden heeft net als ne[n] de mannelijke uitgang -e[n]. De eind-n wordt dus enkel toegevoegd wanneer het volgende woord met een b, d, h, t of klinker begint.
- de man, den bakker, den dokter, de slager, den trainer
- den aap, de kleinen aap, den dikken aap
- den draak, den hond, de vis
Het bepaald lidwoord d(e) voor vrouwelijke zelfstandige naamwoorden en alle meervouden heeft de vrouwelijke uitgang -(e). De eind-e valt dus weg wanneer het volgende woord met een klinker begint; we noteren het lidwoord dan als d' vast aan dat volgende woord.
- (v) d'oefening, de moeilijkste oefening
- (mv) de dagen, d'eêrste dagen, d'oôievaars
Wanneer het volgende woord met een h begint hangt de vorm van d(e) af van het al dan niet uitspreken van die h (een variatie in de Vlaamse uitspraak). Wordt ze niet uitgesproken dan begint het woord eigenlijk met een klinker en wordt het lidwoord dus d'.
- d'hoôgste tafel [d-oôchstë taafël] ↔ de hoôgste tafel [dë hoôchstë taafel]
Het bepaald lidwoord het voor onzijdige zelfstandige naamwoorden kan net als in het Nederlands verkort worden tot 't. In de Vlaamse spreektaal wordt de verkorte vorm meer gebruikt dan de lange.
- da's 't groôtste paard
- hebde 't geld bij? [hebdë-t-cheld-bij] (heb je het geld bij?)
Het woord het heeft in het Vlaams een aantal bijzondere eigenschappen die we later apart zullen bespreken (zie ...).
3.3 Bijzonder gebruik
De bepaalde lidwoorden worden in het Vlaams ook vaak gebruikt in de volgende gevallen:
- voor mannelijke voornamen, wanneer naar die persoon verwezen wordt:
- vraag et is aan den Bart.
- dag Bart!
- den Dirk, den Hans, de Mark, de Peter, den Tim
- den De Backer, de Vandevelde
- voor de dagen van de week, wanneer die zonder verdere precisering gebruikt worden:
- ik kom de maandag terug
- ik kom volgende maandag terug
- den dinsdag, de woensdag, den donderdag, de vrijdag, ...
- voor de dagen van de maand
- de zesden oktober, den achtste maart
- voor de namen van sommige sportploegen
- den Anderlecht, den Beerschot
Forumdiscussie over
dit artikel — 42 berichten

