Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

4. Bijvoeglijke naamwoorden

Gecreerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 3 november 2009.

Bijvoeglijke naamwoorden, ook adjectieven genoemd, zijn woorden als korte en schone die iets meer zeggen over een zelfstandig naamwoord. Een bijvoeglijk naamwoord bestaat uit een vast deel, de stam S, en een uitgang die veranderlijk is. Bij korte is de stam bijvoorbeeld kort, en de uitgang -e.

 

De uitgang van een bijvoeglijk naamwoord hangt af van het geslacht (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig) en het aantal (enkelvoud of meervoud) van het zelfstandig naamwoord waarop het betrekking heeft. We zeggen ook dat een bijvoeglijk naamwoord verbogen wordt, en noemen het overzicht van de mogelijke uitgangen van een bijvoeglijk naamwoord de verbuiging ervan.

 

In het Vlaams zijn er verschillende verbuigingen voor verschillende groepen bijvoeglijke naamwoorden mogelijk.

 

4.1 De standaardverbuiging

De meeste bijvoeglijke naamwoorden worden in het Vlaams als volgt verbogen (S is de stam van het bijvoeglijk naamwoord):

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud S+e[n] S+(e) S
meervoud S+(e)

 

De verbuiging van kort is bijvoorbeeld de volgende:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud korte[n] kort(e) kort
meervoud kort(e)

 

De uitgang -e[n] in het mannelijk enkelvoud is de mannelijke uitgang die eerder besproken werd. De eind-n van deze uitgang wordt enkel uitgesproken en genoteerd wanneer het volgende woord begint met een b, d, h, t of klinker.

    • ne korten dag, ne korte nacht
    • ne llijken bril, ne llijke zonnenbril
    • ne stommen ezel, ne stomme muilezel

 

Merk op dat het volgende woord niet noodzakelijk het zelfstandig naamwoord is maar ook een ander bijvoeglijk naamwoord kan zijn.

    • ne grten auto, ne grte witten auto, ne grten duren auto

 

De uitgang -(e) in het vrouwelijk enkelvoud en alle meervouden is de zwakke uitgang die ook reeds besproken werd. De eind-e van deze uitgang wordt enkel uitgesproken wanneer het volgende woord met een klinker begint.

    • de volgende vraag, de volgend' oefening [d volgnD-oefning] de volgende oefening

 

In het onzijdig enkelvoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen uitgang. In het Nederlands is dat ook zo na een onbepaald lidwoord - bvb. "een wit paard" - maar niet in alle andere gevallen - bvb. "dat witte paard". In het Vlaams is er normaal nooit een uitgang - een wit paard, da wit paard - maar onder invloed van het AN wordt dikwijls toch een uitgang toegevoegd, met name na het bepaald lidwoord het - het witte paard.

 

4.2 De alternatieve verbuiging

Een grote groep bijvoeglijke naamwoorden kan in het Vlaams als volgt verbogen worden:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud S+e[n] S S
meervoud S

 

Met deze verbuiging, die we de alternatieve verbuiging zullen noemen, krijgen bijvoeglijke naamwoorden enkel in het mannelijk enkelvoud een uitgang. Het vrouwelijk enkelvoud en het meervoud hebben geen uitgang en wijken daarmee af van de standaardverbuiging.

 

Deze verbuiging kan toegepast worden op bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op:

  • een lange klank + l/m/n/r/w: vuil, geheim, klein, duur, sluw, ...
  • -el, -er, -lm en -rm: donker, gammel, proper, kalm, warm, ...
  • -au(w) of -ou(w): ou, blauw, ...
  • een j-klank: saai, goei (goed), ...

 

De alternatieve verbuiging van schon is bijvoorbeeld de volgende:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud schne[n] schon schon
meervoud schon

 

Het gebruik van de alternatieve verbuiging is niet algemeen. Ze komt voor in de meeste Vlaamse streektalen, met name die van Limburg, Antwerpen, Brabant en een deel van Oost-Vlaanderen (zuid en oost), maar niet in die van de rest van Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen.

 

In het algemeen Vlaams wordt de alternatieve verbuiging door velen gebruikt maar door vele anderen dan weer niet. Naast het regionale verschil speelt de invloed van het AN, dat maar n verbuiging kent. Wanneer de alternatieve verbuiging niet gebruikt wordt geldt gewoon de standaardverbuiging en wordt dus ook bij vrouwelijke woorden en meervouden een uitgang toegevoegd.

 

We spreken ons hier niet uit over wat algemener is. In afwachting van een dominante vorm of een standaard moet het individuele taalgevoel spelen. Ter illustratie tonen we daarom dezelfde voorbeelden met en zonder de alternatieve verbuiging. Zo kan de lezer zelf gemakkelijk inschatten of hij of zij zelf de alternatieve verbuiging gebruikt of niet.

 

  • met de alternatieve verbuiging:
    • (v) da's een schon bloes, hij heefd een klein vrouw, een goei kroeg
    • (mv) ik heb vuil handen, da' zijn duur klren, blauw mutsen, z'heefd goei punten

 

  • met de standaardverbuiging:
    • (v) da's een schne bloes, hij heefd een kleine vrouw, een goeie kroeg
    • (mv) ik heb vuile handen, da' zijn dure klren, blauwe mutsen, z'heefd goeie punten

 

4.3 De n-verbuiging

Wanneer een bijvoeglijk naamwoord verbogen wordt krijgt het een uitgang -e of -en. Bij sommige bijvoeglijke naamwoorden, zoals oranje en open, eindigt de stam zelf echter al op -e of -en. Deze bijvoeglijke naamwoorden krijgen uiteraard geen extra uitgangen meer, maar ze worden in de uitspraak wel verbogen in die zin dat het al of niet uitspreken van de eind-n afhangt van de gebruikelijke factoren: het geslacht en het aantal van het zelfstandig naamwoord waarop ze betrekking hebben.

 

De volgende tabel geeft weer wanneer de eind-n van deze bijvoeglijke naamwoorden wel of niet uitgesproken wordt:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud -e[n] -e(n) -e(n)
meervoud -e(n)

 

In alle gevallen geldt dus dat een eind-n uitgesproken wordt wanneer het volgende woord met een klinker begint. Wanneer het bijvoeglijk naamwoord bij een mannelijk woord hoort wordt de eind-n ook uitgesproken wanneer het volgende woord met een b, d, h of t begint.

 

Wanneer zullen we nu een eind-n schrijven? Als de stam van het bijvoeglijk naamwoord zonder eind-n geschreven wordt dan voegen we die eind-n toe wanneer ze uitgesproken wordt, zoals in nen oranjen auto.

 

Als de stam van het bijvoeglijk naamwoord wel met een eind-n geschreven wordt noteren we die eind-n altijd, ook wanneer ze niet uitgesproken wordt. We doen dit omdat woorden als open en verlegen te ongewoon zouden ogen zonder hun eind-n.

 

4.4 Vergelijking met het Nederlands

Het Nederlands kent maar n verbuiging, die er als volgt uitziet:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud S+e S+e S of S+e
meervoud S+e

 

In het onzijdig enkelvoud wordt na een onbepaald lidwoord geen uitgang toegevoegd maar in alle andere gevallen wel. Men zegt dus "een klein kind" maar "het kleine kind". Onder invloed van het Nederlands geven Vlaamssprekers het onzijdig enkelvoud soms ook een uitgang in die andere gevallen.


Forumdiscussie over dit artikel — 59 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: