8. Geslacht in 't Brugs
Over de verdêling
Vrouwelijk
-e
uitgez: nekke, zeune
ev. uitgez: gomme, gewere (o.?), keule (kool), pekke (pik), pale
Mannelijk
-lme
-rme
-er(e)
-el(e)
ev. uitgez: tafel
-ene? (zie nog is naar de database)
ev. uitgez. keukene
-woorden zonder -e
ev. uitgez: mouw, borst
Over de verbuiging
- bezittelijke voornaamwoorden worden ni' verbogen volgens geslacht, behalve onz-. Voor zover ik heb begrepen is ons onzijdig, onze vrouwelijk en onze[n] mannelijk
- woorden die een “ne[n]” voor zich kunnen krijgen zijn mannelijk, bvb: ne stok, nen tak
- mannelijke woorden mogen vrouwelijke verbuiging krijgen, zeker als der een adjectief tussen komd: een dikke tak (weinige uitz, bvb nen hogen hoed)
Beweerd da ne[n] ni voorkomd in 't Brugs:
http://vls.wikipedia.org/wiki/Discuusje_Wikipedia:Vormleer_Brugs#mannelijk_lidwoord
Informatie over den informant in de mand:
http://www.meertens.knaw.nl/mand/database/list.php?spreker=&kloeke=H036p
Het materiaal
-H036p Brugge BeWv” doorgekeken in de MAND-database
-onzijdige woorden buiten beschouwing gelaten
Slot-e + vrouwelijk lidwoord
mutse, brugge, buize, strate, deuze (doos), lage, duve, egge, erwete, koeie, flasche, foute/feute, gamze (gans), gieëte, puipe (pijpe), gote, spalle (speld), hekse, kasse (kast), käse (kaars), kaarte, karre, katte, kele, kerke, käze (kers), klokke, keuële (koôl), kaste (korst), kouse, kraaie, krukke, kuipe, leëre (ladder), lampe, latte, lippe, mage, mane, mugge, munte, musche, naalde, nichte, neuëte, padde, päre, peze, pille, planke, plinte, pompe, poôrte, puppe, prente, reze/reize, vlagge, roende (ronde), roëze, ruite, schâre, schene, scholpe (schelp), kinne, schole, schippe (schop),scheure (schuur), slikke (slak), slunse/sloense, strieëpe, somme, soörte, spalle (speld), spieëre, spreie, sterre, stemme, rape, taarte, tente, tunne, väze, faze (vaas), veste, fijge, vijle, vlagge, vlamme, vlooie, vruchte, weke, wolke, worte/vratte, zage, zale, ziekte (korte ie), zieële, zijde, zunne, zoende (zonde), flasche
Slot-e zonder lidwoord (bijna zeker vrouwelijk)
: eënde (eend), eëwe (eeuw), beuze (beurs)
-lme
ne zwolme
-rme
ne vorme, ne worme, nen arme
-er(e)
kaldere, karpere, lijstere, miëster, negere, roöstere, schouwere, sleutere, trachtere, vingere, zoldere, zoldere, zomere
zonder lidwoord: raspere, wintere, eëmere
-er(e), duid vrouw aan
zustere, moedere, dochtere
-el(e)
nen dreupele, nen ieëkele, nen ingele, nen ezele, ne kabele, ne kärel, ne kogele, ne lepele, ne nagele, ne sabele, ne spegele, ne stempele, ne nafele (navel), ne veugele, ne wortele
verder ook deze (die v/m zijn in woordenboeken): ne mussele, ne scheutele, ne sikkele, ne wafele, ne zegele
zonder lidwoord:
tafele (v/m in woordenboeken), bustele (m in woordenboeken), keutele (m in woordenboeken)
-en(e)
-de enige andere uitzonderingen in de database zijn deze mannelijke:_ ne meulne(molen)_, nen oeëvene (oven)
zonder lidwoord: keukene
Andere afwijkingen -e
ne nekke en ne zeune (zoon)
—eventueel ook niet vrouwelijk: gomme, gewere, keule (kool), pekke (pik), pale
Zonder slot-e, met lidwoord
aap, otto, briêf, diêf, draad, mund, dwel, iêk, gast, ingst (hengst), hoeëd (hoed), hoek, berg, kam, kant, kei knoôp, keunink, boôm, hoend/hond, dag, liêv (leeuw), maand, maat, mens, mur (muur), nest, rik (rug), pot, peûs (paus), peûw (pauw), ploeg, po.ls, poôt, prijs, pit (put), rok, schip (schop), smid, stäärt, step (stap), steên, stoêl, stok, tak, tijd, tram, treng (trein), uil, vint (vent), vis, vloek, voêt, vrecht (vracht v/m in woordenboeken), vuist, wäreld (v/m in woordenboeken), wolf, zak, zoôm
Zonder slot-e, zonder lidwoord
bost (borst, ook al is da’ v/m in woordenboeken)
muw (mouw)
oogst
rink (ring)
hoop (opeenhoping)
hoorn
knecht
kreul (krul) (v/m in woordenboeken)
bak
vent
pleng (“plein”, onzijdig?)
schoeë (schoen)
snee (v/m in woordenboeken)
spaak
strek (strik)
rand
wost (worst) (v/m in woordenboeken)
Overgenomen van eên van m'n comments op vlaamswoordenboek.be: http://www.vlaamswoordenboek.be/definities/toon/6500

