3. Algemene dialectwoorden
Van een aantal woorden wordt in de algemene Vlaamse omgangstaal meestal een Nederlandse vorm gebruikt hoewel er een vorm bestaat die in zoveel Vlaamse dialecten gebruikt wordt dat hij eigenlijk als algemeen Vlaams beschouwd kan worden. Wellicht weet men gewoon niet dat andere dialecten dezelfde vorm gebruiken en voelt de Nederlandse vorm daarom als meer algemeen aan.
Het is niet onze bedoeling het Vlaamse taalgebruik te normeren en dus ook niet om reeds veelgebruikte woorden te vervangen. Wel willen we elke wijdverbreide dialectvorm als volwaardig element van de Vlaamse woordenschat beschouwen zodat Vlaamssprekers de keuze hebben.
In dit hoofdstuk zullen we dergelijke woorden verzamelen. We proberen bij elk woord aan te geven in welke provincies het tot de lokale dialecten behoort (van west naar oost W = West-Vlaanderen, O = Oost-Vlaanderen, B = Brabant, A = Antwerpen, L = Limburg). Een # geeft aan dat dit enkel in een deel van de provincie het geval is, een ? dat we niet zeker zijn over die provincie.
- asem = adem (W O B A L#)
- begost = begon (...)
- bekan(st) = bijna
- brocht = bracht (W O B A)
- deur = door (W O B A)
- docht = dacht (W O B A)
- duvel = duivel (...)
- duzend = duizend (O B A L) (Vlaanders duust)
- drij = drie (W? O B A L) (ij en ie klinken woordfinaal hetzelfde in W)
- gerokken (W O B A L?) = gerekt
- heur = haar (W O B A L)
- iever(an)s = ergens
- kost = kon (...)
- laweit = lawaai (...)
- morgend = morgen (...)
- neven(st), neffen(st) = naast
- niever(an)s = nergens
- peerd = paard (W O B A L)
- steert = staart (W O B A)
- vanheir = opnieuw (W O B A L)
- velo/vlo = fiets (W O? B? A)
- veur = voor (O B A L) (W: voôr(n))
- wier = werd (W O# A)


Forumdiscussie over
dit artikel — 45 berichten

