5
1. De bende van Jan de Lichte (1957)
Gecreëerd door Krommenaas.
Laatst gewijzigd op 10 maart 2010.
De paginanummers verwijzen naar de zesden druk van juli 1974 (uitgeverij De Arbeiderspers).
Woorden
- ambras (p62)
- ambrasmaker (p60)
- bebbel
- hou uw bebbel (p37)
- bogot: = begod?
- Ei-ja, bogot! (p41)
- daarstraks (p48)
- danke = dank je
- bedel uw verschrokte boterham en zeg "danke"! (p62)
- ene
- gelijk ene die zijn werk heeft gedaan
- ene voor allen, allen voor ene
- is er al eens ene die een steek krijgt
- uit de groep dringt er zich ene op (p51)
- elkendeen = iedereen (p213)
- ge, gij: altijd i.p.v. je en jij
- gedacht = idee
- het was geen slecht gedacht (p80)
- geern = graag
- ik zou niet geern zien dat... (p62)
- gelijk = altijd i.p.v. zoals
- goesting (p231)
- herte = hart
- daarvoor is hij te groots van herte (p198)
- klak = pet
- kloef = klomp (p209)
- komen te = verleden tijd
- gelijk we komen te zeggen (p48)
- leute = pret
- het zijn meestal onbekenden, die door de kermisleute naar Aelst werden gelokt (p141)
- lief (zn)
- moeke (p111)
- moustache = snor
- nekeer = een keer; Boon gebruikt het lidwoord ne niet maar verwijst er hier wel naar
- zeg nekeer van wat soort volk we zijn (p60)
- patatten
- per abuis = per vergissing (p72)
- poesjenel = pop, gebruikt als scheldwoord (p182)
- pogen
- een schietgebedeke dat hij poogt te murmelen (p37)
- precies = schijnbaar, alsof
- ze staat er of ze er precies niet bij hoort (p59)
- tussen hen is, precies per abuis, Jan de Lichte komen te staan (p72)
- opstandiger precies (p150)
- rap = snel
- het rapste mes (p57)
- rieken = ruiken
- het riekt er naar rotheid en verderf (p164)
- ros = kreng
- o gij, kleine ros! (p70)
- schoon = mooi
- de schone naam
- het schoonste lief (p57)
- seffens (p63) = zometeen
- als hij daar niet seffens komt opdagen... (p63)
- stoefen (p43)
- stoefkabas (p43)
- te naaste = de volgende
- laat ons samenkomen te naaste week (p46)
- uitscheiden = ophouden
- als hij 's avonds uitscheidt (p56)
- schei uit met uw praatjes (p224)
- weest = wezen in de constructie zijn + weest + infinitief; veel gebruikt
- ik ben het weest halen (p70)
- zich lastig voelen (p185)
Ander kenmerken
- aanwijzend voornaamwoord dees = dit, deze
- dees onooglijke en malheureuse karkas (p25)
- dees afgebrande hoeve (p24)
- dees kermisdagen (p141)
- alternatieve verbuiging: zeer sporadisch toegepast
- hij had wel ander katten te geselen (p41)
- verbogen bezittelijk voornaamwoord: stam + e, meestal voor meervouden en soms voor vrouwelijke woorden (terwijl dit in het Vlaams normaal enkel voor mannelijke woorden gebeurt)
- zijne gebaren (p109)
- hare verdiende straf (p109)
- uwe praatjes (p118)
- hunne tenten (p186)
- zij lokt hem naar hunne kroeg + zij rent hun kroeg voorbij (p209)
- hunne hut (p212)
- ge ... gij (dubbele persoonsvorm)
- ge weet gij zeker niet goed meer wat ge zegt (p32)
- ja-ik = ja als werkwoord
- 'Ja-ik!' antwoordt de Zot. (p58)
- verkleinwoorden op -ke: altijd toegepast waar mogelijk, soms -ken (zonder aanwijsbare reden)
- schietgebedeke, kasteelmeneerke, kasteelke, boerkens, meiske, haarkens, mutske, manneke, droppelken, appelke
- lachske (p58)
- soberkens (p54)
- zoeken achter = zoeken naar
- de baljuw heeft zich al gek gezocht achter zijn driesteek (p183)
Forumdiscussie over
De schrijftaal van Louis Paul Boon — 5 berichten