Losse artikels

Artikels over uiteen­lopende onder­werpen, die ni thuishoren bij een bepaalde reeks.

IV. Zelfstandig gebruik van bijvoegelijke naamwoorden

Gecreëerd door Grytolle. Laatst gewijzigd op 31 augustus 2012.

Vlaanderse verbuiging

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud den ergsten d'ergst(e) 't ergst(e)
meervoud d'ergst(e)

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud ne grôten een groôt(e) een groôt
meervoud groôt(e)

 

In het meervoud kan het gebeuren dat substantivistisch aangevoelde woorden onder invloed van de SN-spelling een -n krijgen: "de taalkundigen", "de werklozen"

 

Antwerpse verbuiging

Door de werking van de n-apocope en de n-insertie, hebben we dit systeem:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud den ergste(n) d'ergst(e) 't ergste(n)
meervoud d'ergst(e)

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud ne grôte(n) een grôte(n) e groôt
meervoud grôte(n)

 

met regelmatige e-apocope:

(v. of mv.) een klein

 

Verschillen met het AN

Hier worden de verschillen opgemerkt tussen het AN en de Vlaanderse dialecten, wier systeem als oorspronkelijker moet gelden. Deze dienen als een beter vergelijkingspunt met het Nederlands dat immers slot-n'en spelt die niet uitgesproken worden.

 

  • Het AN gebruikt zoals altijd vrouwelijke verbuigingen bij alle zijdige woorden
  • Het AN heeft een -n verzonnen in het meervoud

... van menselijke referenten: twee doden

  • Voor het Noord-Nederlands wordt soms onzijdig zelfstandig gebruik ongrammaticaal genoemd. Kennelijk vinden sommigen dat verzelfstandiging alleen maar mogelijk is wanneer het bijvoegelijk naamwoord een uitgang krijgt:

-In wat voor een huis wil je later wonen?

-Een oud huis! (niet: Een oud!)