1. Moeilijkheden en mogelijkheden

Gecreëerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 26 maart 2010.

Na experimenteren met een tiental teksten heb ik een goed beeld van wat de moeilijkheden zijn bij een Vlaamse romantaal. Met moeilijkheden bedoel ik vooral dingen die veel gewenning vergen om ze vlot te kunnen lezen.

 

Hier een opsomming.

 

1.1 DA en WA

Beschrijving:

  • in de Vlaamse spreektaal zeggen we vóór ne klinker meestal dad en wad, en anders da en wa.
  • de woorden da en wa veroorzaken verstemlozing van den beginmedeklinker van het volgende woord als dieën een d, g, v, z of zj is. We kunnen da weergeven met da' en wa', bvb. in da' zal wel.

 

Moeilijkheden:

  • d'eind-d in dad en wad oogd heel raar voor beginners, en die woorden zijn dus moeilijk leesbaar
  • da en wa ogen heel 'spreektalig' maar zijn wel gemakkelijk leesbaar

 

Mogelijkheden:

  • altijd da en wa, voor klinkers en medeklinkers
  • d'uitspraak volgen, dus dad en wad voor klinkers, da en wa voor medeklinkers
  • d'eind-d vermijden, dus dat en wat voor klinkers, da en wa voor medeklinkers
  • da en wa vermijden, dus dad en wad voor klinkers, dat en wat voor medeklinkers
  • zoals het Nederlands, dus altijd dat en wat

 

 

1.2 MEH en NI

Beschrijving:

  • deze woorden hebben in de Vlaamse spreektaal geen eind-t.
  • ze veroorzaken verstemlozing van den beginmedeklinker van het volgende woord als dieën een d, g, v, z of zj is. We kunnen da weergeven met meh' en ni', bvb. in meh' veel moeite.

 

Moeilijkheden:

  • meh oogt ongewoon door de eind-h, maar die is wel nodig om het woord t'onderscheiden van me
  • beide woorden ogen spreektalig

 

Mogelijkheden:

  • meh en ni
  • enkel meh vermijden, dus altijd met en ni
  • zoals het Nederlands, dus altijd met en niet

 

 

1.3 'EM

Beschrijving:

  • 'em is een persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon mannelijk enkelvoud. Het wordt gebruikt als onbenadrukte onderwerpsvorm na het werkwoord (bvb. da wist 'em ni) of als onbenadrukte voorwerpsvorm (ze vind 'em ni tof).
  • het weglatingsteken geeft aan dat de eindmedeklinker van het vorige woord stemloos uitgesproken wordt, ook als het de werkwoorduitgang -d of de bijzondere uitgang -[d] is.

 

Moeilijkheden:

  • 'em oogt ongewoon
  • het weglatingsteken oogt niet goed

 

Mogelijkheden:

  • toch gewoon 'em schrijven
  • em schrijven
  • 'm schrijven, wat minder ongewoon oogt. Probleem hiermee is dat er wel degelijk altijd een doffe e voor de m staat, bvb. in zou 'em. De schrijfwijze zou 'm suggereert echter de uitspraak zoum.
  • deze vorm volledig vermijden en altijd de volle vormen hij en hem gebruiken

 

 

1.4 De begin-H

Beschrijving:

  • de begin-h wordt in de Vlaamse uitspraak bijna nooit uitgesproken. We zijn die begin-h echter wel gewoon in het woordbeeld.

 

Moeilijkheden:

  • het al dan niet uitspreken van de begin-h verandert soms de uitgang van het voorgaande woord; vergelijk bvb. da helpt ni met dad elpt ni, of diej hem met diejn em.
  • vooral voor het woord het, dat haast nooit met een begin-h wordt uitgesproken

 

Mogelijkheden:

  • enkel et gebruiken?

 

 

1.5 De werkwoorduitgang -d

Mogelijkheden:

  • altijd -t schrijven
  • altijd -d schrijven
  • -t of -d schrijven naargelang d'uitspraak - dus -d voor ne klinker en anders -t.

 

 

1.6 KUNDE GIJ en KUNDE

Moeilijkheden:

  • de vorm kunde is moeilijk om lezen omdad hij twee woorden als eên woord schrijft. Andere notaties als kund'e of kund e ogen slechter of zijn nog moeilijker leesbaar.

 

Mogelijkheden:

  • kunt gij en kunt ge - dus archaïsch Nederlands i.p.v. Vlaams
  • kunde gij maar kunt ge - mengoplossing om kunde te vermijden
  • kunde gij en kunde

 

 

1.7 De werkwoorduitgang -en in enkelvoudsvormen

Mogelijkheden:

  • altijd -e schrijven
  • altijd -en schrijven voor ne klinker
  • enkel -en schrijven voor 'em, bvb toen slaapten 'em.

 

 

1.8 De mannelijke DIE-vorm

Beschrijving:

  • waar het in het Nederlands altijd die is voor mannelijk en vrouwelijk heef et Vlaams nen aparte mannelijke vorm dieë(n) (vooral in Brabantse streektalen) of diene(n) (vooral in Vlaanderse streektalen).
  • de mannelijke vorm kan zowel voor het aanwijzend voornaamwoord als voor het betrekkelijk voornaamwoord, bvb:
    • dieë stoel sta scheef
    • da's de stoel dieë scheef sta

bij het aanwijzend voornaamwoord is den uitgang een [n], d.w.z. da de n ni alleen word toegevoegd voor ne klinker maar ook voor een b, d, h of t, bvb. in dieën dokter.

 

Moeilijkheden:

  • de ieë van dieë is nen tweeklank dieë elders nergens voorkomt.
  • der is geen algemeen aanvaarde schrijfwijze voor dieën tweeklank. Volgende schrijfwijzen worden veel gebruikt: dië, dieë, diej, dieje. Ik gebruik in het Antwerps zelf diê, hetgeen tenminste duidelijk maakt dad et om nen tweeklank ga en ni om twee lettergrepen of om nen toegevoegde j-klank.
  • dienen heef et nadeel van den iê-klank ni, maar word alleen gebruikt in streektalen waarin het betrekkelijk voornaamwoord altijd da is, hetgeen ik liever ni toepas.

 

Mogelijkheden:

  • de Limburgse manier: altijd die(n) als mannelijke vorm, dus dien voor ne klinker en voor de rest altijd die (= vrouwelijke vorm).
  • de Brabantse manier: altijd dieë(n) (of diê(n) - schrijfwijze te bepalen).
  • mengoplossing: diene(n) voor aanwijzende voornaamwoorden, die(n) voor betrekkelijke voornaamwoorden.