5. Paulo Coelho - De Vijfden Berg
p.124
Versie 1
De vrouw wier vroeg wakker, en zag Elia zitten op den drempel. Zijn ogen lagen diep in hun kassen, alsof hij ni geslapen had.
Ze wou vragen wat er de voorbije nacht gebeurd was, maar vreesde zijn antwoord. Misschien dat de slapeloze nacht veroorzaakt was door het gesprek met de gouverneur, en door d'oorlogsdreiging; maar er kon een ander reden zijn - het kleitablet da zij hem gegeven had. Dus als ze 't onderwerp aanroerde, riskeerde ze te horen dat de liefde voor een vrouw ni samenging met de plannen van God.
'Komd iets eten,' was het enige wa ze zei.
Heure zoon wier ook wakker. De drie gingen aan tafel en aten.
'Ik was gisteren gere bij u gebleven,' zei Elia. 'Maar de gouverneur had me nodig.'
'Maakt u om hem geen zorgen,' zei ze, terwijl ze bemerkte dad heur hart rustiger wier. 'Zijn familie regeerd Akbar al generaties lang. Hij weet ongetwijfeld hoe hij moet handelen onder dreigende omstandigheden.'
'Ik heb ook met nen engel gesproken. En hij eiste van mij een heel moeilijke beslissing.'
'Ge moet u ni ongerust maken vanwege engelen; misschien is het beter te geloven da goden om de zoveel tijd verhuizen. Mijn voorouders aanbaden Egyptische goden die de gestalte hadden van dieren. Deze goden zijn vertrokken, en tot gij kwam wier mij geleerd om offers te brengen aan Asjera, El, Baäl en alle bewoners van de Vijfden Berg. Nu heb ik den Heer leren kennen, maar misschien dad ook Hij ons op nen dag verlaat, en dat de volgende goden minder veeleisend zijn.'
De jongen vroeg een beetsje water. Er was geen water.
'Ik gaan et halen,' zei Elia.
'Ik wil met u mee,' zei de jongen.
Ze liepen naar de put. Onderweg kwamen ze langs de plek waar de commandant vanaf de vroegen ochtend zijn soldaten aan 't trainen was.
'Kom, we gaan even kijken,' zei de jongen. 'Als ik groot ben, wil ik soldaat worden.'
Elia deed wat de jongen voorstelde.
'Wie van ons kan het beste met het zwaard overweg?' vroeg ne krijger.
'Ga naar de plek waar de spion gisteren is gestenigd,' zei de commandant. 'Pakt ne flinke steen en scheld hem uit.'
'Waarom moet ik dat doen? De steen zal niks terugzeggen.'
'Dan valde hem aan met uw zwaard.'
'Mijn zwaard zal breken,' zei de soldaat. 'En daar heb ik ni om gevraagd; ik wil weten wie het beste met het zwaard overweg kan.'
'Wie op ne steen lijkt, kan da 't beste,' antwoordde de commandant. 'Zonder het zwaard te trekken, is hij in staat te bewijzen da niemand hem kan verslaan.'
'De gouverneur heeft gelijk: de commandant is ne wijze man,' dacht Elia. 'Maar zijn grenzeloze ijdelheid vertroebelt zijn verstand.'
Ze vervolgden hunne weg. De jongen vroeg waarom de soldaten zoveel trainden.
'Ni alleen soldaten doen da, maar uw moeder ook, ik ook, al degenen die hun hart volgen. Het leven vereist training.'
'Zelfs om profeet te worden?'
'Zelfs om engelen te begrijpen. We willen zoveel tegen hem vertellen, da we ni horen wa zij zeggen. Het is ni gemakkelijk om te luisteren: in onze gebeden proberen we altijd te zeggen wa we fout deden, en wa we gere zouden hebben dat er met ons gebeurt. Maar den Heer weet dad allemaal al, en hij vraagd ons soms enkel te horen wad et universum ons vertelt. En geduld te hebben.'
De jongen keek hem met grote ogen aan. Misschien begreep hij er niks van, maar desondanks voelde Elia de noodzaak om het gesprek voort te zetten. Misschien dad eên van deze woorden hem, wanneer hij ouder was, zou kunnen helpen in een moeilijke situatie.
'Alle veldslagen in het leven dienen om ons iets te leren - ook die we verliezen. Wanneer ge groot zij, zulde erachter komen da g'ooit leugens verdedigd hebd, da g'uweigen voor de gek gehouden hebt of da ge te lijden hebt gehad onder uw eigen stommiteiten. Als ge ne goeie soldaat zij, zulde uweigen da ni kwalijk nemen, maar evenmin zulde uweigen toestaan in dezelfde fouten te vervallen.'
Hij besloot te zwijgen; ne jongen van diene leeftijd kon ni begrijpen wad hij zei. Ze liepen langzaam, en Elia nam de straten van de stad in zich op - de stad die hem eens gastvrij onthaald had, en die binnenkort zou ophouden te bestaan. Alles hing af van hetgeen hij besliste.
Akbar was minder rumoerig dan gewoonlijk. Op het hoofdplein praatten de mensen zacht met elkaar, alsof ze bang waren dat de wind hun woorden meevoerde naar het Assyrische kampement. D'ouderen verzekerden dat er niks zou gebeuren, de jongeren waren opgewonden over den eventuele strijd, de kooplui en de handwerkslieden maakten plannen om naar Tyrus en Sidon te gaan tot het rustiger was geworden.
Voor hen is het gemakkelijk om te vertrekken, dacht hij. Kooplui kunnen hun waren naar ieder deel van de wereld vervoeren. Handwerkslieden kunnen werken in plaatsen waar ze een ander taal spreken. Maar ik heb de toestemming van den Heer nodig.
Versie 2
geen dat en wat
De vrouw wier vroeg wakker, en zag Elia zitten op den drempel. Zijn ogen lagen diep in hun kassen, alsof hij ni geslapen had.
Ze wou vragen wa der de voorbije nacht gebeurd was, maar vreesde zijn antwoord. Misschien da de slapeloze nacht veroorzaakt was door het gesprek met de gouverneur, en door d'oorlogsdreiging; maar er kon een ander reden zijn - het kleitablet da zij hem gegeven had. Dus als ze 't onderwerp aanroerde, riskeerde ze te horen da de liefde voor een vrouw ni samenging met de plannen van God.
'Komd iets eten,' was het enige wa ze zei.
Heure zoon wier ook wakker. De drie gingen aan tafel en aten.
'Ik was gisteren gere bij u gebleven,' zei Elia. 'Maar de gouverneur had me nodig.'
'Maakt u om hem geen zorgen,' zei ze, terwijl ze bemerkte dad heur hart rustiger wier. 'Zijn familie regeerd Akbar al generaties lang. Hij weet ongetwijfeld hoe hij moet handelen onder dreigende omstandigheden.'
'Ik heb ook met nen engel gesproken. En hij eiste van mij een heel moeilijke beslissing.'
'Ge moet u ni ongerust maken vanwege engelen; misschien is het beter te geloven da goden om de zoveel tijd verhuizen. Mijn voorouders aanbaden Egyptische goden die de gestalte hadden van dieren. Deze goden zijn vertrokken, en tot gij kwam wier mij geleerd om offers te brengen aan Asjera, El, Baäl en alle bewoners van de Vijfden Berg. Nu heb ik den Heer leren kennen, maar misschien dad ook Hij ons op nen dag verlaat, en da de volgende goden minder veeleisend zijn.'
De jongen vroeg een beetsje water. Er was geen water.
'Ik gaan et halen,' zei Elia.
'Ik wil met u mee,' zei de jongen.
Ze liepen naar de put. Onderweg kwamen ze langs de plek waar de commandant vanaf de vroegen ochtend zijn soldaten aan 't trainen was.
'Kom, we gaan even kijken,' zei de jongen. 'Als ik groot ben, wil ik soldaat worden.'
Elia deed wa de jongen voorstelde.
'Wie van ons kan het beste met het zwaard overweg?' vroeg ne krijger.
'Ga naar de plek waar de spion gisteren is gestenigd,' zei de commandant. 'Pakt ne flinke steen en scheld hem uit.'
'Waarom moet ik da doen? De steen zal niks terugzeggen.'
'Dan valde hem aan met uw zwaard.'
'Mijn zwaard zal breken,' zei de soldaat. 'En daar heb ik ni om gevraagd; ik wil weten wie het beste met het zwaard overweg kan.'
'Wie op ne steen lijkt, kan da 't beste,' antwoordde de commandant. 'Zonder het zwaard te trekken, is hij in staat te bewijzen da niemand hem kan verslaan.'
'De gouverneur heeft gelijk: de commandant is ne wijze man,' dacht Elia. 'Maar zijn grenzeloze ijdelheid vertroebelt zijn verstand.'
Ze vervolgden hunne weg. De jongen vroeg waarom de soldaten zoveel trainden.
'Ni alleen soldaten doen da, maar uw moeder ook, ik ook, al degenen die hun hart volgen. Het leven vereist training.'
'Zelfs om profeet te worden?'
'Zelfs om engelen te begrijpen. We willen zoveel tegen hem vertellen, da we ni horen wa zij zeggen. Het is ni gemakkelijk om te luisteren: in onze gebeden proberen we altijd te zeggen wa we fout deden, en wa we gere zouden hebben da der met ons gebeurt. Maar den Heer weet dad allemaal al, en hij vraagd ons soms enkel te horen wad et universum ons vertelt. En geduld te hebben.'
De jongen keek hem met grote ogen aan. Misschien begreep hij er niks van, maar desondanks voelde Elia de noodzaak om het gesprek voort te zetten. Misschien dad eên van deze woorden hem, wanneer hij ouder was, zou kunnen helpen in een moeilijke situatie.
'Alle veldslagen in het leven dienen om ons iets te leren - ook die we verliezen. Wanneer ge groot zij, zulde erachter komen da g'ooit leugens verdedigd hebd, da g'uweigen voor de gek gehouden hebt of da ge te lijden hebt gehad onder uw eigen stommiteiten. Als ge ne goeie soldaat zij, zulde uweigen da ni kwalijk nemen, maar evenmin zulde uweigen toestaan in dezelfde fouten te vervallen.'
Hij besloot te zwijgen; ne jongen van diene leeftijd kon ni begrijpen wad hij zei. Ze liepen langzaam, en Elia nam de straten van de stad in zich op - de stad die hem eens gastvrij onthaald had, en die binnenkort zou ophouden te bestaan. Alles hing af van hetgeen hij besliste.
Akbar was minder rumoerig dan gewoonlijk. Op het hoofdplein praatten de mensen zacht met elkaar, alsof ze bang waren da de wind hun woorden meevoerde naar het Assyrische kampement. D'ouderen verzekerden da der niks zou gebeuren, de jongeren waren opgewonden over den eventuele strijd, de kooplui en de handwerkslieden maakten plannen om naar Tyrus en Sidon te gaan tot het rustiger was geworden.
Voor hen is het gemakkelijk om te vertrekken, dacht hij. Kooplui kunnen hun waren naar ieder deel van de wereld vervoeren. Handwerkslieden kunnen werken in plaatsen waar ze een ander taal spreken. Maar ik heb de toestemming van den Heer nodig.
Versie 3
Vlaams light, o.a. altijd dat en wat en niet, ww altijd -t, geen alt. verb., kunt ge, ...
De vrouw werd vroeg wakker, en zag Elia zitten op den drempel. Zijn ogen lagen diep in hun kassen, alsof hij niet geslapen had.
Ze wou vragen wat er de voorbije nacht gebeurd was, maar vreesde zijn antwoord. Misschien dat de slapeloze nacht veroorzaakt was door het gesprek met de gouverneur, en door d'oorlogsdreiging; maar er kon een andere reden zijn - het kleitablet dat zij hem gegeven had. Dus als ze 't onderwerp aanroerde, riskeerde ze te horen dat de liefde voor een vrouw niet samenging met de plannen van God.
'Komt iets eten,' was het enige wat ze zei.
Hare zoon werd ook wakker. De drie gingen aan tafel en aten.
'Ik was gisteren graag bij u gebleven,' zei Elia. 'Maar de gouverneur had me nodig.'
'Maakt u om hem geen zorgen,' zei ze, terwijl ze bemerkte dat haar hart rustiger werd. 'Zijn familie regeert Akbar al generaties lang. Hij weet ongetwijfeld hoe hij moet handelen onder dreigende omstandigheden.'
'Ik heb ook met nen engel gesproken. En hij eiste van mij een heel moeilijke beslissing.'
'Ge moet u niet ongerust maken vanwege engelen; misschien is het beter te geloven dat goden om de zoveel tijd verhuizen. Mijn voorouders aanbaden Egyptische goden die de gestalte hadden van dieren. Deze goden zijn vertrokken, en tot gij kwam werd mij geleerd om offers te brengen aan Asjera, El, Baäl en alle bewoners van de Vijfden Berg. Nu heb ik den Heer leren kennen, maar misschien dat ook Hij ons op nen dag verlaat, en dat de volgende goden minder veeleisend zijn.'
De jongen vroeg een beetsje water. Er was geen water.
'Ik gaan het halen,' zei Elia.
'Ik wil met u mee,' zei de jongen.
Ze liepen naar de put. Onderweg kwamen ze langs de plek waar de commandant vanaf de vroegen ochtend zijn soldaten aan het trainen was.
'Kom, we gaan even kijken,' zei de jongen. 'Als ik groot ben, wil ik soldaat worden.'
Elia deed wat de jongen voorstelde.
'Wie van ons kan het beste met het zwaard overweg?' vroeg ne krijger.
'Ga naar de plek waar de spion gisteren is gestenigd,' zei de commandant. 'Pakt ne flinke steen en scheld hem uit.'
'Waarom moet ik dat doen? De steen zal niks terugzeggen.'
'Dan valt ge hem aan met uw zwaard.'
'Mijn zwaard zal breken,' zei de soldaat. 'En daar heb ik niet om gevraagd; ik wil weten wie het beste met het zwaard overweg kan.'
'Wie op ne steen lijkt, kan dat het beste,' antwoordde de commandant. 'Zonder het zwaard te trekken, is hij in staat te bewijzen dat niemand hem kan verslaan.'
'De gouverneur heeft gelijk: de commandant is ne wijze man,' dacht Elia. 'Maar zijn grenzeloze ijdelheid vertroebelt zijn verstand.'
Ze vervolgden hunne weg. De jongen vroeg waarom de soldaten zoveel trainden.
'Niet alleen soldaten doen dat, maar uw moeder ook, ik ook, al degenen die hun hart volgen. Het leven vereist training.'
'Zelfs om profeet te worden?'
'Zelfs om engelen te begrijpen. We willen zoveel tegen hem vertellen, dat we niet horen wat zij zeggen. Het is niet gemakkelijk om te luisteren: in onze gebeden proberen we altijd te zeggen wat we fout deden, en wat we graag zouden hebben dat er met ons gebeurt. Maar den Heer weet dat allemaal al, en hij vraagt ons soms enkel te horen wat het universum ons vertelt. En geduld te hebben.'
De jongen keek hem met grote ogen aan. Misschien begreep hij er niks van, maar desondanks voelde Elia de noodzaak om het gesprek voort te zetten. Misschien dat een van deze woorden hem, wanneer hij ouder was, zou kunnen helpen in een moeilijke situatie.
'Alle veldslagen in het leven dienen om ons iets te leren - ook die we verliezen. Wanneer ge groot zij, zult ge erachter komen dat ge ooit leugens verdedigd hebt, dat ge uweigen voor de gek gehouden hebt of dat ge te lijden hebt gehad onder uw eigen stommiteiten. Als ge ne goeie soldaat zij, zult ge uweigen dat niet kwalijk nemen, maar evenmin zult ge uweigen toestaan in dezelfde fouten te vervallen.'
Hij besloot te zwijgen; ne jongen van diene leeftijd kon niet begrijpen wat hij zei. Ze liepen langzaam, en Elia nam de straten van de stad in zich op - de stad die hem eens gastvrij onthaald had, en die binnenkort zou ophouden te bestaan. Alles hing af van hetgeen hij besliste.
Akbar was minder rumoerig dan gewoonlijk. Op het hoofdplein praatten de mensen zacht met elkaar, alsof ze bang waren dat de wind hun woorden meevoerde naar het Assyrische kampement. D'ouderen verzekerden dat er niks zou gebeuren, de jongeren waren opgewonden over den eventuele strijd, de kooplui en de handwerkslieden maakten plannen om naar Tyrus en Sidon te gaan tot het rustiger was geworden.
Voor hen is het gemakkelijk om te vertrekken, dacht hij. Kooplui kunnen hun waren naar ieder deel van de wereld vervoeren. Handwerkslieden kunnen werken in plaatsen waar ze een andere taal spreken. Maar ik heb de toestemming van den Heer nodig.