Daar moogde gij ni naar kijken...

1.3 Vliegen en spinnekoppen 2

Gecreëerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 28 november 2009.

8. Vliegen en spinnekoppen (vervolg)

p139-141

 

2009.11.08 a

 

Alhoewel het nog ni heel koud was probeerden ze 's nachts een kampvuur t'ontsteken, maar da gaven ze snel op. Het leek honderden en honderden ogen naar overal om hen heen te lokken, alhoewel de wezens, wie z'ook waren, zorgvuldig vermeden om iets van hun lichamen te tonen in het zwakke geflikker van de vlammen. Nog erger was dad et duizenden donkergrijze en zwarte motten lokte, sommige bijna zo groot als een hand, flapperend en suizend rond hun oren. Ze konden da ni uitstaan, en d'enorme vleermuizen, zwart als nen hogen hoed, al helemaal ni; dus gaven ze 't kampvuur op en zaten 's nachts te knikkebollen in d'enorme, griezelige duisternis.

 

Da ging zo door voor wa den hobbit wel eeuwen leken; en hij had altijd honger, want ze waren bijzonder zuinig met hun voorraden. Desondanks wieren z'ongeruster naarmate de dagen elkaar opvolgden en het woud immer hetzelfde bleef. Het voedsel zou ni blijven meegaan: hunne voorraad begon al beperkt te worden. Ze probeerden op d'eekhoorns te jagen en verspilden vele pijlen voorda z'er eindelijk ene neerhaalden op het pad. Maar toen ze diene roosterden bleek hij vreselijk te smaken, en dus schoten ze geen eekhoorns meer.

 

Ze hadden ook dorst, want veel water hadden ze ni, en ze hadden heel dienen tijd nog geen bron en gene stroom gezien. Da was hunnen toestand toen z'op nen dag hun pad geblokkeerd zagen door ne stroom water. Hij vloeide snel en sterk maar ni heel breed dwars over de weg, en hij was zwart, of zo leek het toch in den donkere. 't Was een goei zaak da Beorn hen ertegen had gewaarschuwd, of ze hadden van diene stroom gedronken, welke kleur hij ook mocht hebben, en hadden hun lege drinkhuiden aan zijnen oever bijgevuld. Gelijk het nu was dachten z'alleen maar aan hoe ze derover konden geraken zonder huneigen in da water nat te maken. Der was ooit een houten brug geweest, maar die was verrot en ineen gestuikt en alleen haar gebroken palen bleven nog over.

 

Bilbo knielden aan de rand. Vooruit turend riep 'm: "Der ligt nen boot aan den andere kant! Waarom kon diene nu ni aan deze kant liggen!"

 

"Hoe ver weg denkte dat 'm is?" vroeg Thorin, want hij wist ondertussen da Bilbo de scherpste ogen van het gezelschap had.

 

"Helemaal ni ver. Ik denk ni meer dan twaalf meter."

 

"Twaalf meter! Ik zou gedacht hebben da 't er minstens dertig waren, maar mijn ogen zien ni meer zo goe als honderd jaar geleden. Maar twaalf meter is hetzelfden als ne mijl. We kunnen der ni over springen, en we mogen ni waden of zwemmen."

 

"Kan iemand een koord werpen?"

 

"Wad is daar het nut van? Dienen boot is zeker vastgemaakt, als we 'm al konden vangen, wa 'k betwijfel."

 

"Ik denk ni dat 'em vastgemaakt is," zei Bilbo, "al kan 'k in dees licht natuurlijk ni zeker zijn; maar het lijkt alsof 'm gewoon op den oever getrokken is, diej laag ligt waar het pad in 't water loopt."

 

"Dori is de sterkste, maar Fili is de jongsten en heeft nog de beste ogen," zei Thorin. "Kom hier, Fili, en zied is of ge den boot zie liggen waar Mr. Balings het over heeft."

 

Fili meende dad ij da kon. Nadat 'm er ne langen tijd naar gestaard had, om een idee te krijgen van de richting, brachten d'anderen hem een koord. Ze hadden der verschillende bij, en aan 't eind van de langste knoopten ze eên van de grote ijzeren haken die ze gebruikt hadden om hun rugzakken aan de riemen rond hun schouders te bevestigen. Fili nam den haak, woog 'm eens in z'n hand en smeet hem dan over de stroom.

 

Hij plonsden in het water! "Ni ver genoeg!" zei Bilbo, diej vooruit tuurde. "Een paar voet verder en hij zou op den boot gevallen zijn. Probeert nog is! Ik denk ni da de magie krachtig genoeg is om u te kwetsen als g'alleen maar een stuk natte koord aanraakt."

 

Fili haalde de koord toch maar onzekerkes in en pakte den haak opnieuw vast. Deze keer gooide hij hem met meer kracht weg.

 

"Kalm aan!" zei Bilbo, "ge hebt 'm nu recht in de struiken aan den andere kant gegooid. Trekt 'm voorzichtig terug." Fili haalde de koord langzaam in, en na een tijdsje zei Bilbo: 'Voorzichtig! Den haak ligd op den boot; laat ons hopen dat 'm houvast krijgt."

 

Da kreeg 'm. De koord spande zich op en Fili trok eraan, maar tevergeefs. Kili kwam hem helpen, en dan Oin en Gloin. Ze snokten en snokten, tot z'ineens allemaal op hunne rug vielen. Bilbo was echter paraat, greep de koord, en hield met een stuk hout de kleine zwarten boot af toen diene van over de stroom kwam aangeraasd. "Help!" riep 'm, en Balin was juist op tijd om den boot beet te pakke voor 'm op de stroom wegdreef.

 

"Hij was blijkbaar toch vastgemaakt," zei hij, het gebroken meertouw bekijkend da der nog aan bengelde. "Da's goe getrokken mannen; algoe dad ons touw sterker was".

 

 

Opmerkingen:

  • et en ij alleen als 't nodig is: als -e(n) of -[d] ervoor
  • da, wa en ni zonder verstemlozing
  • dad en wad voor klinkers
  • gesproken begin-h's
  • dees voor onzijdig aanw. vnw., dit als zelfstandig gebruikt
  • diene voor mannelijk aanw. vnw.
  • diej voor mannelijk betr. vnw.*
  • is in dialoog, eens in vertelling
  • zich als kort wederkerend vnw voor koord
  • ww-uitgang -d als [d]

Forumdiscussie over dit artikel — 37 berichten