6. Aanwijzende voornaamwoorden

Gecreëerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 8 november 2009 door Grytolle.

6.1 Dichtbij

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud deze[n] deze dit
meervoud deze

 

  • dit i.p.v. dees
  • deze i.p.v. dez(e)
  • het enige verschil met NL is dus de mannelijke vorm dezen wanneer het volgende woord begint met een b, d, h, t of klinker.

 

Voorbeelden:

    • (m) dezen boot, dezen dag, dezen toren, dezen oorlog
    • (v) deze organisatie, deze oefening

 

 

6.2 Veraf

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud diene[n] die dat
meervoud die

 

  • dat i.p.v. da[d]
  • geen gebruik van de vorm diej[n]
  • het enige verschil met NL is de mannelijke vorm diene[n]

 

Voorbeelden:

    • dienen boot, dienen dag, dienen toren, dienen oorlog
    • diene vent, diene kant, diene man

 

 

6.3 Zelfstandig gebruikt

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud (den) deze(n) (de) deze dit
meervoud (de) deze

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud (den) diene(n) (de) die dat
meervoud (de) die

 

Voorbeelden:

    • den dezen is den beste - ik vind den deze beter
    • dienen is zeker zot
    • ik wil den diene
Gerelateerd artikel: