II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Teksten

8. De verbuiging van en en gen

Gecreerd door Grytolle. Laatst gewijzigd op 14 augustus 2010.

8.1 Attributief gebruik

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud gne[n] gen gen
meervoud gen

 

Voorbeelden:

gne vent

gnen bom

gen vrouwe

gen kind

gen honds

 

8.2 Zelfstandig gebruik

Net als in het AV wordt (g)en bij zelfstandig gebruikt verbogen als een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord. Doordat de West-Vlaamse dialecten helemaal geen alternatieve verbuiging kennen bij het bijvoeglijk naamwoord, wordt de uitkomst echter heel anders:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud gnen
gen'n
gen(e) gen
meervoud gen(e)

 

Door wegval van de doffe e, kan het mannelijk (schijnbaar?) geen uitgang krijgen: gnen > gen'n > gen.

 

Voorbeelden:

ik dochte da 'k nen appel had, moh 'k had er gnen.

ik dochte da 'k nen appel had, moh 'k had er gen'n.

ik dochte da 'k een peire had, moh 'k had er gne.

ik dochte da 'k een bomtsje had, moh 'k had er gen.

ik docht da' daar bmen zoun stan, mor der stoenden gne.

Gerelateerd artikel: