Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiëren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

5. Franse invloed

Gecreëerd door elvisrules. Laatst gewijzigd op 17 februari 2010.

Het doel van dit artikel is om de invloed van het Frans op het Vlaams te bestuderen en om de woorden en uitdrukkingen die in het Vlaams voorkomen maar niet tot de standaardstaal behoren te verzamelen.

Hier zou een Nederlands taalkundige waarschijnlijk van gallicismen spreken.

Een gallicisme is een woord dat, of een zinswending of conventie die:

  • is overgenomen uit, of gevormd naar het voorbeeld van het Frans;
  • en in gezaghebbende taalvoorschriften wordt afgekeurd als strijdig met het eigen karakter van de taal waarin het is overgenomen.

Wij gaan proberen om die term te vermijden omdat hij een bijbetekennis van taalverbastering heeft. De doelstelling van Vlaamse Taal is om het Vlaams voor te stellen zoals het is, niet om zich tot een "puurdere" versie van taalgebruik te beperken. Dat wil zeggen dat wij er geen probleem in zien om veelgebruikt Frans leengoed als goed Vlaams te beschouwen.

 

5.1 Woordenschat

5.1.1 Zelfstandige naamwoorden

Woorden gemarkeerd met een '*' zijn geen (Franse) standaardstaal.

Woorden gemarkeerd met een '**' behoren wel tot de standaardstaal, maar onder een andere betekennis.

woord afkomst betekenis
allee (m.) allée (v.) overloop
ascenseur (m.) ascenseur (m.) lift
berline (v.) berline (v.) sedan
briquet (m.) briquet (m.) aansteker
brosser (m.) brosseur (m.) spijbelaar
camion (m.) camion (m.) vrachtwagen
ceintuur (v.) ceinture (v.) riem
chance (v.) chance (v.) geluk
chapeluur (v.) chapelure (v.) paneermeel
chauffage (v.) chauffage (m.) verwarming
coifuur (v.) coiffure (v.) kapsel
congé (m.) congé (m.) verlof, vakantie
corvee (m./v.) corvée (v.) karwei
cravat (v.) cravate (v.) das
denkpiste (v.) piste (v.) gedachtegang
entree (m.) entrée (v.) ingang
foor (v.) foire (v.) kermis
frak (m.) froque* (m.) [broek] jas
frigo (m.) frigo (m.) koelkast
fusee (m.) fusée (v.) vuurpijl
fysiek** (m.) physique (m.) gezondheid
garçon (m.) garçon (m.) kelner
gazet (v.) gazette (v.) krant
goesting (v.) goût (m.) zin
historie (v.) histoire (v.) geschiedenis
historiek (m.) historique (m.) geschiedenis, chronologie
kabas (m./v.) cabas (m.) boodschappentas
kozijn (m.) cousin (m.) neef, zoon van oom of tante
lavabo (m.) lavabo (m.) wastafel
lommerte (v.) (l')ombre (m.) (de) schaduw
madame (v.) madame (m.) mevrouw
makak (m.) macaque (m.) racistisch scheldwoord voor kleurlingen
mazout (m.) mazout (m.) stookolie
micro (m.) micro (m.) microfoon
mutualiteit (v.) société mutuelle (v.) ziekekas, ziekenfonds
motto (m.) moto (v.) motorfiets
patat (m./v.) patate (v.) aardappel
pil(e) (v.) pile (v.) batterij
plastiek (m.) plastique (m.) plastic
prise (v.) prise (v.) stekker
soiree (m.) soirée (v.) avond
solden (mv.) soldes (mv.) koopjes, uitverkoop
soutien (m.) soutien-gorge (m.) beha
staminee (v.) estaminet (m.) café, taveerne
syndicaat (o.) syndicat (m.) vakbond
tas (v.) tasse (v.) kop
tiret (v.) tirette (v.) rits, ritssluiting
v(é)lo (m.) vélo (m.) fiets
vitesse (v.) vitesse (v.) snelheid
zoo (v.) zoo (m.) dierentuin

 

ook:

chicon

karrot

 

waarschijnlijk uit het Frans:

  • kalot (v.) = muts [calot]

 

5.1.2 Bijvoeglijke naamwoorden

woord afkomst betekenis
ambetant embêtant vervelend
curieus curieux nieuwsgierig
evident évident vanzelfsprekend
irritant irritant vervelend
koleriek colérique driftig
kolèrig coléreux razend
plezant plaisant ~leuk
triest triste verdrietig
triestig triste verdrietig
juste juste juist

 

5.1.3 Werkwoorden

Franse woorden gemarkeerd met een '*' zijn geen (Franse) standaardstaal.

Woorden gemarkeerd met een '**' behoren wel tot de standaardstaal, maar onder een andere betekennis.

woord afkomst betekenis
ambeteren embêter lastigvallen
chipoteren chipoter* ?
enerveren enerver lastigvallen
fusioneren fusioner fuseren
forceren forcer dwingen
marcheren** marcher werken
passeren passeren doorgaan
panikeren paniquer in paniek raken
peizen penser denken
permitteren permettre toelaten
placeren placer zetten, plaatsen, beleggen, uitzetten
profiteren profiter genieten
repeteren** répéter herhalen

 

5.1.4 Bijwoorden

woord afkomst betekenis
expres exprès met opzet
quasi quasi(ment) bijna
favorite favori lievelings
just juste gewoon

 

waarschijnlijk uit het Frans:

  • echtig = echt [vraiment]

 

5.2 Uitdrukkingen en andere leenvertalingen

leenvertaling afkomst AN-equivalent
Akkoord zijn être accord akkoord gaan
Evident zijn être évident vanzelfsprekend zijn
't is te zeggen c'est à dire dat wil zeggen
Gekend connu bekend
Zich bedriegen se tromper zich vergissen
Aan het feest zijn faire la fête vieren
Zich verwachten aan iets s'attendre à quelque chose iets verwachten
Ontdubbelen dédoubler splitsen
Forfait geven faire forfait opgeven
Postkaart carte postale briefkaart
Een effort/efforreke doen faire un effort een inspanning doen
duur kosten coûter cher duur zijn/veel kosten
(kan ook als contaminatie van 'duur zijn' en 'veel kosten' worden beschouwd)
noemen s'appeller heten
iets op punt stellen mettre au point quelque chose iets bijstellen/precies instellen
op afspraak sur rendez-vous na afspraak
artistieke middens des milieux artistiques artistieke kringen
het derde luik le troisième volet het derde deel
de eerste zorgen les premiers soins de eerste hulp
doodsgevaar danger de mort levensgevaar
de aandacht trekken op attirer l'attention sur de aandacht vestigen op
ne foto trekken tirer une photo een foto maken
rondpunt (o.) rond-point (m.) rotonde
beroep doen op faire appel à een beroep doen op

 

 

5.3 Tussenwerpsels en hele zinnen

woord afkomst betekenis
merci merci bedankt
salut salut dag! (bij afscheid)
allee allez ?
bon bon ?
enfin enfin ?
voilà voilà ?
tiens tiens ?
ça va(kes)? ça va hoe gaat het?
nondedju! nom de dieu! in godsnaam!

 

5.4 Regionaal beperkte woorden

Antwerpen:

?

 

Limburg:

?

 

Oost-Vlanderen:

  • fourchette ? [fr: v]
  • storen mv [stores mv] (=jaloezieën)
  • voiture

 

Vlaams Brabant:

  • boefen [bouffer ww] (=eten)

 

West-Vlaanderen:

?

 

5.5 Uitspraak

  • In het Vlaams wordt de eind-e in Franse namen niet uitgesproken, iets dat met de Franse uitspraak overeenkomt.
  • Sommige taalkundigen denken dat de uitspraak van een aantal Engelse leenwoorden in Vlaanderen van de Franse uitspraak geinvloed is. In Vlaanderen worden deze woorden bijvoorbeeld uitgesproken als in het Frans in plaats van de Engelse uitspraak te houden zoals in Nederland gedaan wordt. bv: plastic (plastiek), nylon, handicap, match, recital. (bron: Geschiedenis van het Nederlands, 1992, Marijke Van Der Wal en Cor Van Bree)

 

5.6 Vlaamse invloed op het Belgisch Frans

bourgmestre (m.), vanaf: burgermeister (m.)

couque (v.), vanaf: koek (m.)

une fois, vanaf: ne keer

 

Mogelijk van vlaamse invloed:

latte (v.) vanaf: lat (v.), règle [FR]

 

5.7 Algemene Belgische woorden

Woorden die in het Vlaams en het Belgisch Frans voorkomen, die niet vanaf het Nederlands/Vlaams of het Frans afkomstig zijn en die niet tot de Nederlandse of Franse standaardstaal behoren

-chique (v.) X chik (v./m.) [vanaf het Britse Cadbury kauwgommerk chiclet, dat zelf afkomstig uit het woord tziktli in het Nahuatl is.]

-brol (m.) X brol (m.) [vanaf het Duits brodeln of Brodem]


Forumdiscussie over dit artikel — 39 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: