4. Aanwijzende voornaamwoorden

Gecreëerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 19 oktober 2009.

In opbouw.

 

4.1 Dichtbij

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud ?dezen deze dit
meervoud deze

 

Voorbeelden:

    • heel dit zolderke (p7)

 

 

4.2 Veraf

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud dien die dat
meervoud die

 

  • Mannelijk altijd dien?

 

Voorbeelden:

    • met dien wind (p2)
    • hij teekende daar dien grooten zwarten notenboom (p7)
    • op dien knotwilg (p7)

 

4.3 Zelfstandig gebruikt

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud deze(n) deze dit
meervoud deze

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud dien die dat
meervoud die

 

Voorbeelden:

    • Neen, dien teekende hij niet
Gerelateerd artikel: