5. Persoonlijke voornaamwoorden

Gecreëerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 19 oktober 2009.

Onderwerpsvormen

vol gereduceerd
1e pers. enk. ik 'k
2e pers. enk. gij g(e)
3e pers. enk. hij -
zij z(e)
het 't
1e pers. mv. wij w(e)
2e pers. mv. ? g(e)
3e pers. mv. zij z(e)

 

Voorbeelden

    • z'had er maar éénen (p3)
    • g'hebt Smalle Lowie zoo goed uitgeteekend (p5)
    • daar steekt z'heur geld in (p7)
    • z'is zot, z'is echt zot (p7)
    • z'hadden beiden van achter de ruiten alles afgehoord (p8)
Gerelateerde artikels: