Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

13.2 De OTT van gewone werkwoorden

Gecreerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 19 september 2009.

De onvoltooid tegenwoordige tijd of OTT geeft acties in het hier en nu aan: ik werk, gij loopt, zij praten, ... .

 

Van de meeste werkwoorden bestaat de infinitief (en dus ook de wij-vorm) uit de stam van het werkwoord gevolgd door de sterkere uitgang -en. Zo bestaat werken uit de stam werk en de uitgang en. Al deze 'gewone' werkwoorden gebruiken in de OTT de standaardvervoeging die we hier bespreken.

 

Sommige uitgangen van deze vervoeging hangen af van de laatste klank van de stam S van het werkwoord. Er zijn twee mogelijkheden:

 

  • als de stam S eindigt op een stemloze medeklinker (ch, f, k, p, s, sj of t), zoals in lachen, stoefen, werken, stompen, botsen en bijten, dan is de vervoeging als volgt:

 

gewoon inversie
ik S S ekik
gij S+t S+t(e) gij
hij S+t S+t hij
wij S+en S+en wij
gijle S+t S+t(e) gijle
zij S+en S+en zij

 

  • als de stam S eindigt op een stemhebbende medeklinker of een klinker, zoals in vragen, winnen, zweven, reizen en vrijen, dan is de vervoeging:

 

gewoon inversie
ik S S ekik
gij S+d S+d(e) gij
hij S+d S+d hij
wij S+en S+en wij
gijle S+d S+d(e) gijle
zij S+en S+en zij

 

Het enige verschil tussen de beide gevallen is dus dat we in het tweede geval een werkwoorduitgang -d hebben waar we in het eerste geval een -t hebben. Dadelijk meer over deze en andere uitgangen, eerst een voorbeeldvervoeging van elk geval:

 

gewoon inversie
ik lach lach ekik
gij lacht lacht(e) gij
hij lacht lacht hij
wij lachen lachen wij
gijle lacht lacht(e) gijle
zij lachen lachen zij

 

 

gewoon inversie
ik vraag vraag ekik
gij vraagd vraagd(e) gij
hij vraagd vraagd hij
wij vragen vragen wij
gijle vraagd vraagd(e) gijle
zij vragen vragen zij

 

We bespreken nu de verschillende uitgangen van deze vervoeging, te beginnen met de meest opmerkelijke.

 

13.2.1 De werkwoorduitgang -d

Als de stam van het werkwoord eindigt op een klinker of een stemhebbende medeklinker dan krijgen we in de tweede en derde persoon enkelvoud (gij en hij) en de tweede persoon meervoud (gijle) een werkwoorduitgang -d. Deze eind-d wordt daadwerkelijk als [d] uitgesproken wanneer het volgende woord met een klinker begint:

    • ge vraagd ons wa [g vraagD-ons wa]
    • hij vraagd om geld [hij vraagD-om gelt]
    • gijle komd altijd te laat [gijl komD-altijt t laat]

 

Wanneer het volgende woord niet met een klinker begint wordt de werkwoorduitgang -d gewoon als [t] uitgesproken:

    • ge vraagd me wa [g vraachT m wa]
    • hij vraagd geen geld [hij vraachT-cheen gelt]
    • gijle komd nooit op tijd [gijl komT noojt op tijt]

 

Het gebruik van de uitgangen -d en -t in de OTT is een uniek kenmerk van het Vlaams, maar is volledig analoog aan het gebruik van de uitgangen -de en -te in de OVT van zwakke werkwoorden, die ook in het Nederlands voorkomen. Ook daar wordt de uitgang bepaald door de laatste klank van de stam, zoals in hij zwoegde (want g is stemhebbend) en hij kraakte (want k is stemloos).

 

Bij het schrijven hoeft u echter niet na te denken over de laatste klank van de stam om te bepalen of u -d of -t moet schrijven. Zet in gedachten gewoon gij na het werkwoord en u hoort meteen welke uitgang dit werkwoord gebruikt: kunde gij is met een d dus schrijven we ook gij kund, en loopte gij is met een t dus schrijven we ook gij loopt.

 

De meeste mensen die voor het eerst geschreven Vlaams zien denken dat de werkwoorduitgangen -d schrijffouten zijn. Dat is begrijpelijk; wanneer bvb. hij vraagd met een t uitgesproken wordt is er voor een leek geen aanwijsbare reden om niet gewoon hij vraagt te schrijven, zoals in het Nederlands. Ook wanneer we wijzen op gevallen waar de d wel degelijk als [d] uitgesproken wordt blijft de regel voor velen moeilijk te vatten, net zoals de dt-regel in het Nederlands.

 

Uit ervaring kunnen we zeggen dat het gebruik van de werkwoorduitgang -d snel went als men regelmatig Vlaams schrijft. Het is ook de enige juiste manier om Vlaams te schrijven. Toch kunnen we niet om het feit heen dat hij een struikelblok vormt voor wie voor het eerst geschreven Vlaams ziet, en dus nadelig is voor onze campagne om Vlaams te promoten als schrijftaal. Daarom zullen we in sommige teksten de werkwoorduitgang -d als -t schrijven wanneer hij als [t] uitgesproken wordt.

 

Om de drempel te verlagen voor de lezer die enkel geschreven Nederlands gewend is kan men ervoor kiezen de werkwoorduitgang -d enkel als -d te schrijven wanneer hij daadwerkelijk als [d] uitgesproken wordt, en anders als -t.

 

Op die manier wordt de werkwoorduitgang altijd geschreven zoals hij uitgesproken wordt, hetgeen gemakkelijk te verteren is. Het weze echter duidelijk dat dit equivalent is aan het schrijven van "1 hont - 2 honden" in het Nederlands. Dit kan dus niet meer zijn dan een overgangsmaatregel.

 

13.2.2 De werkwoorduitgangen -d en -t

Wanneer de stam van het werkwoord al eindigt op een d of een t, zoals in antwoorden en moeten, wordt geen extra uitgang -d of -t meer toegevoegd. We schrijven dus bijvoorbeeld hij antwoord en zij moet, niet hij antwoordd en zij moett. De uitgang -dt kan in het Vlaams nooit voorkomen, want een stam die eindigt op een d krijgt nooit een uitgang -t.

 

Zoals eerder besproken vallen de werkwoorduitgangen -d en -t weg vr het woord et (het):

    • lukt da ni? - luk et ni?
    • ge kund ons helpen [kunD-ons] - ge kun et ni [kun-t]

 

13.2.3 De werkwoorduitgangen -d(e) en -t(e)

De werkwoordvormen vr gij en gijle, zoals lacht(e) en vliegd(e), hebben een zwakke uitgang -(e). De eind-e van deze vormen valt dus weg wanneer het volgende woord met een klinker begint.

    • werkte daar al lang? werkt' al lang aan da project? (werk je al lang...)
    • kunde mij helpen? kund' ons helpen? (kan je ons helpen?)

 

13.2.4 De werkwoorduitgang -en

De werkwoordvormen bij wij en zij eindigen op de sterkere uitgang -en. Zoals eerder besproken wordt de eind-n van deze uitgang door vele Vlamingen alleen uitgesproken wanneer het volgende woord met een klinker begint. We schrijven echter altijd -en.


Forumdiscussie over dit artikel — 54 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: