13.6 Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord van een werkwoord is een vorm als gewerkt of gezopen die gebruikt wordt om een voltooide actie uit te drukken, zoals in ik heb hard gewerkt of g'hebd te veel gezopen. Een voltooid deelwoord wordt altijd gebruikt in combinatie met een hulpwerkwoord zoals hebben, zijn of worden. De vervoegingen van deze werkwoorden bespreken we in het volgende hoofdstuk.
Voor het vormen van een voltooid deelwoord maken we weer een onderscheid tussen zwakke en sterke werkwoorden.
13.6.1 Zwakke werkwoorden
Het voltooid deelwoord van een zwak werkwoord wordt gevormd op basis van de stam S.
Het voltooid deelwoord van een zwak werkwoord heeft de volgende vorm:
- g(e)+S+t als de stam S eindigt op een stemloze medeklinker
- g(e)+S+d als de stam S niet eindigt op een stemloze medeklinker
Voorbeelden:
- (werken) ik heb heel den dag gewerkt
- (wonen) z'heefd hier een jaar gewoond [z-eevd-ier]
Het enige verschil met het Nederlands is de zwakke uitgang van het voorvoegsel g(e). Wanneer de stam met een klinker of een niet-uitgesproken h begint valt de doffe e van het voorvoegsel weg en noteren we het als g':
- (oefenen) hebde veel g'oefend?
- (horen) ik heb et g'hoord.
Net als in het Nederlands wordt het voorvoegsel ge- niet toegevoegd wanneer de stam van het werkwoord begint met be-, er-, ge-, ont- of ver-. Voorbeelden zijn besteld, erkend, getuigd, ontvoerd en verrast.
13.6.2 Sterke werkwoorden
Het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord kan niet afgeleid worden van een stam en moet dus, samen met de OVT-stam V, opgenomen worden in woordenlijsten.
- lopen - liep - gelopen
- worden - wier - geworden
- rieken - rook - geroken (ruiken)
Net als bij de zwakke werkwoorden valt de e van het voorvoegsel g(e)- weg wanneer de volgende klank een klinker of een niet-uitgesproken h is:
- eten - at - g'eten
- helpen - hielp - g'holpen
De voltooide deelwoorden die eindigen op -en hebben de sterkere uitgang -en.
Forumdiscussie over
dit artikel — 22 berichten

