Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiŽren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

12. Wederkerende voornaamwoorden

GecreŽerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 30 november 2009.

Wederkerende voornaamwoorden zijn woorden zoals u in ge hebd u vergist. Ze worden meestal gebruikt in combinatie met werkwoorden zoals zich vergissen en zich wassen, die we wederkerende werkwoorden noemen.

 

Van elk wederkerend voornaamwoord bestaat een korte en een lange vorm.

 

kort lang
1e pers. enk. mij / me m'neigen
2e pers. enk. u uweigen
3e pers. enk. hem / zich z'neigen
haar / zich haareigen
1e pers. mv. ons onseigen
2e pers. mv. u uweigen
3e pers. mv. hun / zich huneigen

 

De meeste korte vormen zijn gelijk aan de overeenkomstige volle voorwerpsvormen.

 

De vorm zich is ontleend aan het Nederlands maar wordt veel gebruikt in plaats van de Vlaamse en meer consistente vormen hem, haar en hun, die voor veel sprekers dialectisch aanvoelen. Vooral de vorm hem wordt weinig gebruikt in algemene omgangstaal. Wij zullen het woord zich alleszins gebruiken om de wederkerende werkwoorden zoals zich herinneren te benoemen, naar analogie met het Nederlands.

 

Voorbeelden:

    • ik heb me versproken
    • g'amuseerd u persies ni
    • hij heefd hem daaraan mispakt
    • ze heefd haar vergist
    • we zullen wij ons over u ontfermen
    • gijle hebd u slecht gedragen
    • zij amuseren hun wel

 

De lange vormen worden niet algemeen gebruikt maar worden door degenen die ze gebruiken wel als algemeen aangevoeld. De meeste ervan bestaan uit de samenstelling van het overeenkomstige bezittelijk voornaamwoord met het woord eigen. In het Engels bestaan de meeste wederkerende voornaamwoorden uit net dezelfde samenstelling (myself, yourself, herself, ourselves, yourselves).

 

Voorbeelden:

    • ik heb m'neigen uitgesloofd
    • ge moeid uweigen daar beter ni mee
    • hij schaamd z'neigen ni
    • z'amuseerd haareigen
    • wij wassen onseigen iederen dag
    • gijle mat uweigen te veel af
    • ze verstoppen huneigen in de boskes

 

Voor de tweede persoon meervoud worden meestal de enkelvoudsvormen u en uweigen gebruikt, maar men kan er volgens dezelfde logica ook meervoudsvormen voor vormen, zoals ulle en ulleneigen.


Forumdiscussie over dit artikel — 5 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: