Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiŽren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

9. Betrekkelijke voornaamwoorden

GecreŽerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 18 oktober 2009.

Een betrekkelijk voornaamwoord leidt een bijzin in en verwijst daarbij naar een woord dat eerder in de zin voorkomt: het antecedent. In de zin daar is den dokter diej mij genezen heefd is diej het betrekkelijk voornaamwoord, den dokter het antecedent en diej mij genezen heefd de bijzin.

 

Het betrekkelijk voornaamwoord fungeert in de bijzin ofwel als onderwerp ofwel als lijdend voorwerp. In het bovenstaande voorbeeld fungeert het als onderwerp, men kan de bijzin immers herschikken tot diej (den dokter) heefd mij genezen. In de zin daar is den dokter diej we moeten aanspreken fungeert het betrekkelijk voornaamwoord echter als lijdend voorwerp, want de bijzin is hier we moeten diej (den dokter) aanspreken met we als onderwerp.

 

Er bestaan in het Vlaamse taalgebruik twee manieren om het betrekkelijk voornaamwoord te vormen. De eerste is vergelijkbaar met zelfstandig gebruikte aanwijzende voornaamwoorden.

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud diej(n) die da[d]
meervoud die

 

De eind-n van de mannelijke vorm diej(n) wordt enkel toegevoegd wanneer het volgende woord met een klinker begint.

 

De iej van diej is een tweeklank bestaande uit een ie met een naslag. Deze klank is in een aantal dialecten heel courant maar wordt in het algemene taalgebruik enkel in dit ene woord gebruikt, dat ook wel genoteerd wordt als diŽ, dieŽ of dieje. We kiezen hier voor de notatie diej omdat een trema gemakkelijk achterwege gelaten wordt en omdat dieje suggereert dat het woord twee lettergrepen heeft, wat niet het geval is.

 

Het woord da[d] heeft ook hier weer zijn bijzondere eigenschappen.

 

Voorbeelden:

    • da's degene diej ni wou helpen
    • da's degene diejn ons g'holpen heefd
    • da's et lieke da mijn moeder altijd zong
    • da's et lieke dad ons moeder altijd zong

 

Bij de andere manier om het betrekkelijk voornaamwoord te vormen heeft het altijd dezelfde vorm.

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud da[d] da[d] da[d]
meervoud da[d]

 

Voorbeelden:

    • da's degene da ni wou helpen
    • da's degene dad ons g'holpen heefd

 

De toekomst zal uitwijzen welke vorm gaat overheersen. Misschien zal de vorm van het betrekkelijk voornaamwoord gaat afhangen van de functie ervan. Sommigen gebruiken nu de eerste manier voor het betrekkelijk voornaamwoord als onderwerp en de tweede manier voor het betrekkelijk voornaamwoord als lijdend voorwerp.


Forumdiscussie over dit artikel — 18 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: