13.3 De OTT van athematische werkwoorden
13.3.1 Athematische werkwoorden
Van sommige werkwoorden bestaat de infinitief (en dus ook de wij-vorm) uit de stam van het werkwoord onmiddellijk gevolgd door een n (i.p.v. een uitgang -en). Het gaat om een handvol werkwoorden die echter zeer veel gebruikt worden. De meest courante zijn de werkwoorden zijn, doen, zien, gaan, staan en verstaan, met als stammen respectievelijk zij, doe, zie, ga, sta en versta.
Deze werkwoorden worden "athematische werkwoorden" genoemd wegens het ontbreken van de "thematische klinker" (de doffe e) in de uitgang van de infinitief.
13.3.2 OTT-vervoeging
De athematische werkwoorden hebben een eigen, zeer bijzondere verbuiging in de OTT:
| gewoon | inversie |
| ik S+n | S+n ekik |
| gij S+[d] | S+d(e) gij |
| hij S+[d] | S+d hij |
| wij S+n | S+n wij |
| gijle S+[d] | S+d(e) gijle |
| zij S+n | S+n zij |
Voor het werkwoord doen is de vervoeging bijvoorbeeld:
| gewoon | inversie |
| ik doen | doen ekik |
| gij doe[d] | doed(e) gij |
| hij doe[d] | doed hij |
| wij doen | doen wij |
| gijle doe[d] | doed(e) gijle |
| zij doen | doen zij |
We bespreken nu de verschillen met de gewone vervoeging.
13.3.3 De eerste persoon enkelvoud
Het meest opvallende aan de athematische werkwoorden is dat de eerste persoon enkelvoud dezelfde vorm heeft als de infinitief en de wij- en zij-vormen, namelijk S+n. Voorbeelden:
- ik doen dad al jaren
- ik gaan op reis
- ik staan in de weg
- ik zien u ni staan
Het gebruik van deze vorm is vrij algemeen in alle Vlaamse dialectgebieden behalve Oost-Vlaanderen. Ook in het algemene taalgebruik wordt hij veel gebruikt, behalve door mensen die eigenlijk AN proberen te spreken, omdat zij van deze vorm goed aanvoelen dat hij geen Nederlands is. Zij gebruiken dan gewoon de vorm zonder uitgang (bvb. ik doe).
13.3.4 De bijzondere uitgang -[d]
In de gevallen waarin de gewone werkwoorden een uitgang -d of -t krijgen krijgen de athematische werkwoorden de bijzondere uitgang -[d], die ook voorkomt in de woorden da[d] en wa[d]. We herhalen nog eens de eigenschappen van deze uitgang, die zeer verschillende vormen aanneemt naargelang de aard van het volgende woord:
- Wanneer het volgende woord met een medeklinker begint wordt de uitgang niet toegevoegd.
- hij ga naar huis
- gijle zij mijn beste vrienden
- ze doe raar
- Wanneer de beginmedeklinker van het volgende woord een d, g, v, z of zj is dan wordt die stemloos uitgesproken, dus als [t], [ch], [f], [s] of [sj]. We geven dit dan weer met een weglatingsteken op de plaats van onze uitgang.
- hij ga' den dinsdag naar huis [hij gaa-Tën dinzdach naar uis]
- gijle zij' geen vrienden van mij [gijlë zij-CHeen vrindë van mij]
- ge sta' voor den TV [gë staa-Foor dën teevee]
- ze doe' zo raar [zë doe-Soo raar]
- ze ga' zjust naar huis [zë gaa-SJust naar uis]
- Wanneer het volgende woord met een klinker begint wordt de uitgang toegevoegd en ook als [d] uitgesproken.
- ge doed ons twijfelen [gë doeD-ons]
- gijle zijd altijd te laat [gijlë zijD-altijt]
- hij staad op de tafel [hij staaD-ob-dë taafël]
- Wanneer het volgende woord 'em (hem) of er is (en alléén dan) wordt de uitgang als [t] uitgesproken en schrijven we hem ook als -t.
- ge doet 'em daar geen plezier mee [gë doet-ëm]
- ge zijt 'em vergeten [gë zijt-ëm]
- ze staat 'em te kussen [zë staat-ëm]
- Wanneer het volgende woord et is (het zonder begin-h) dan valt de uitgang weg en wordt in de plaats een verbindingsklank -g- tussengevoegd.
- ge zij-g-et weer vergeten [gë zij-g-ët]
- ze doe-g-et goe! [zë doe-g-ët]
- sta-g-et in de weg? [staa-g-ët]
In welke mate de laatste eigenschap algemeen genoemd kan worden staat ter discussie; indien ze niet geldt gedraagt et zich gewoon zoals elk ander woord met een beginklinker.
Forumdiscussie over
dit artikel — 54 berichten

