I. Beschouwingen
II. Grammatica

1. Inleiding

Gecreëerd door Doederik. Laatst gewijzigd op 9 november 2009 door Kletskop.

Structureel volgen zowat alle Brabantse dialecten hier de andere Vlaamse dialecten (m.u.v. het Limburgs, dat geen samengestelde voornaamwoorden heeft in het meervoud). De resultaten kunnen hierin soms verschillend zijn, bijv. Oost-Vlaams (h)ulder, gulder, wulder, Brabants hölle, gelle, welle, maar het principe is hetzelfde - in theorie zijn alle beklemtoonde persoonlijke voornaamwoorden in het meervoud samengesteld met -lie/-le (Oost-Vlaams -lder), behalve "ons". Deze hebben de oorspronkelijke meervouden helemaal verdrongen, dus in regel altijd zelle, welle, en nooit zij, wij.

 

NB. De onbeklemtoonde p.vnw. blijven ongewijzigd.

 

 

In de praktijk klopt dit niet altijd, om twee redenen:

1) de vorm "hun" komt traditioneel voor in het Getelands en in Antwerpen, waar de rest van het Brabants heule/hölle heeft. Wel is hölle nog opgetekend in Hoboken in 1953, dus vermoedelijk is dit in het prehistorische Antwerps ook ooit voorgekomen. Idem heeft wij naast var. van wijle ook rond Antwerpen overleefd, en daar ondertussen de samengestelde vorm helemaal verdrongen. In het Antwerps van 100 jaar geleden kon zowel wolle als wij, nu alleen nog het laatste.

 

2) met uitzondering van "jullie" heeft het ABN geen samengestelde voornaamwoorden, dus in nieuwere tijd verdwijnen de samengestelde vormen geleidelijk ook uit de dialecten (behalve gijle dan) , waarschijnlijk door druk van het Nederlandse systeem. Een voorbeeld hiervan is de vorm wij rond Antwerpen, vgl. puntje 1. Maar ook zolle (zijle) is stervende in de Antw. agglomeratie ten voordele van zun (mengeling van zij en hun), en in meerdere dialecten wordt nu de niet-samengestelde vorm gebruikt naast de oudere samengestelde.


Forumdiscussie over dit artikel — 18 berichten
Gerelateerd artikel: