Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiŽren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

13.7 Belangrijke werkwoorden

GecreŽerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 1 april 2010 door Grytolle.

13.7.1 Zijn

Zijn is in de OTT een athematisch werkwoord met stam S = zij. In de OVT is het een sterk werkwoord met stam V = waar.

 

OTT OVT
ik zijn / ben ik was
gij zij[d]zijd(e) gij gij waardwaard(e) gij
hij is hij was
wij zijn wij waren
gijle zij[d]zijd(e) gijle gijle waardwaard(e) gijle
zij zijn zij waren
Voltooid deelwoord: geweest

 

In de OTT is zijn grotendeels regelmatig. Enkel de vorm is voor de derde persoon enkelvoud is onregelmatig. Voor de eerste persoon enkelvoud wordt naast ik zijn ook ik ben gebruikt.

 

In de OVT hebben zowel de eerste als de derde persoon enkelvoud de onregelmatige vorm was. Voor het overige is de OVT-vervoeging regelmatig.

 

13.7.2 Hebben

Hebben is een sterk werkwoord met OTT-stam heb en OVT-stam had.

 

OTT OVT
ik heb ik had
gij hebdhebd(e) gij gij hadhadd(e) gij
hij heefd hij had
wij zijn wij hadden
gijle(n) hebdhebd(e) gijle gijle(n) hadhadd(e) gijle
zij zijn zij hadden
Voltooid deelwoord: gehad

 

Enkel de derde persoon enkelvoud van de OTT is onregelmatig: heefd i.p.v. had.

 

Merk op dat gijle(n) al of niet een eind-n krijgt naargelang we de begin-h van hebd en had uitspreken of niet:

    • gijle hebd [gijlŽ hept]
    • gijlen ebd [gijlŽn-ept]

 

13.7.3 Worden

Worden is een regelmatig sterk werkwoord met OTT-stam word en OVT-stam wier:

 

OTT OVT
ik word ik wier
gij wordword(e) gij gij wierwierd(e) gij
hij word hij wier
wij worden wij wieren
gijle wordword(e) gijle gijle wierwierd(e) gijle
zij worden zij wieren
Voltooid deelwoord: geworden

 

Merk op dat de vorm wordt in het Vlaams niet voorkomt. De OTT-stam word eindigt op een stemhebbende medeklinker (d) en zou dus normaal de uitgang -d krijgen, maar zoals afgesproken schrijven we geen dubbele d.

 

13.7.4 Kunnen

Kunnen is een sterk werkwoord met OTT-stam kun en OVT-stam kost:

 

OTT OVT
ik kan ik kost
gij kundkund(e) gij gij kostkost(e) gij
hij kan hij kost
wij kunnen wij kosten
gijle kundkund(e) gijle gijle kostkost(e) gijle
zij kunnen zij kosten
Voltooid deelwoord: gekunnen / gekund

 

De enige onregelmatigheid is de vorm kan in de eerste en derde persoon enkelvoud.

 

De OVT-stam wordt ook wel gevormd met de stom kon, naar Nederlands voorbeeld.

 

13.7.5 Willen

Willen is een sterk werkwoord met OTT-stam wil en OVT-stam wou:

 

OTT OVT
ik wil ik wou
gij wildwild(e) gij gij wouwoud(e) gij
hij wild hij wou
wij willen wij wouwen / wouden
gijle wildwild(e) gijle gijle wouwoud(e) gijle
zij willen zij wouwen / wouden

 

De OTT is volstrekt regelmatig, in tegenstelling tot het Nederlands waar "jij wil" en "hij wil" geen uitgang hebben.

 

In de OVT is de variant met de vorm wouwen regelmatig als we de w als een verbindingsklank beschouwen tussen de OVT-stam wou en de uitgang -en.

 

13.7.6 Mogen

Mogen is een sterk werkwoord met OTT-stam moog en OVT-stam mocht:

 

OTT OVT
ik mag ik mocht
gij moogdmoogd(e) gij gij mochtmocht(e) gij
hij mag hij mocht
wij mogen wij mochten
gijle moogdmoogd(e) gijle gijle mochtmocht(e) gijle
zij mogen zij mochten
Voltooid deelwoord: gemogen

 

De enige onregelmatigheid is de vorm mag in de eerste en derde persoon enkelvoud. De tweede persoon is wel regelmatig (stam moog + d), in tegenstelling tot het Nederlands (jij mag).

 

13.7.7 Moeten

Moeten is een regelmatig sterk werkwoord met OTT-stam moet en OVT-stam moest:

 

OTT OVT
ik moet / moe' ik moest
gij moetmoet(e) gij gij moestmoest(e) gij
hij moet hij moest
wij moeten wij moesten
gijle moetmoet(e) gijle gijle moestmoest(e) gijle
zij moeten zij moesten
Voltooid deelwoord: gemoeten

 

13.7.8 Zullen

Zullen is een sterk werkwoord met OTT-stam zul en OVT-stam zou:

 

OTT OVT
ik zal ik zou
gij zuldzuld(e) gij gij zouzoud(e) gij
hij zal hij zou
wij zullen wij zouwen / zouden
gijle zuldzuld(e) gijle gijle zouzoud(e) gijle
zij zullen zij zouwen / zouden

 

In de OTT is de vorm zal in de eerste en derde persoon enkelvoud onregelmatig. De tweede persoon is echter wel regelmatig (stam zul + d), in tegenstelling tot het Nederlands (jij zal).

 

In de OVT is de variant met de vorm zouwen regelmatig als we de w als een verbindingsklank beschouwen tussen de OVT-stam zou en de uitgang -en.


Forumdiscussie over dit artikel — 16 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: