13.7 Belangrijke werkwoorden
13.7.1 Zijn
Zijn is in de OTT een athematisch werkwoord met stam S = zij. In de OVT is het een sterk werkwoord met stam V = waar.
| OTT | OVT |
| ik zijn / ben | ik was |
| gij zij[d] ↔ zijd(e) gij | gij waard ↔ waard(e) gij |
| hij is | hij was |
| wij zijn | wij waren |
| gijle zij[d] ↔ zijd(e) gijle | gijle waard ↔ waard(e) gijle |
| zij zijn | zij waren |
| Voltooid deelwoord: geweest | |
In de OTT is zijn grotendeels regelmatig. Enkel de vorm is voor de derde persoon enkelvoud is onregelmatig. Voor de eerste persoon enkelvoud wordt naast ik zijn ook ik ben gebruikt.
In de OVT hebben zowel de eerste als de derde persoon enkelvoud de onregelmatige vorm was. Voor het overige is de OVT-vervoeging regelmatig.
13.7.2 Hebben
Hebben is een sterk werkwoord met OTT-stam heb en OVT-stam had.
| OTT | OVT |
| ik heb | ik had |
| gij hebd ↔ hebd(e) gij | gij had ↔ hadd(e) gij |
| hij heefd | hij had |
| wij zijn | wij hadden |
| gijle(n) hebd ↔ hebd(e) gijle | gijle(n) had ↔ hadd(e) gijle |
| zij zijn | zij hadden |
| Voltooid deelwoord: gehad | |
Enkel de derde persoon enkelvoud van de OTT is onregelmatig: heefd i.p.v. had.
Merk op dat gijle(n) al of niet een eind-n krijgt naargelang we de begin-h van hebd en had uitspreken of niet:
- gijle hebd [gijlë hept]
- gijlen ebd [gijlën-ept]
13.7.3 Worden
Worden is een regelmatig sterk werkwoord met OTT-stam word en OVT-stam wier:
| OTT | OVT |
| ik word | ik wier |
| gij word ↔ word(e) gij | gij wier ↔ wierd(e) gij |
| hij word | hij wier |
| wij worden | wij wieren |
| gijle word ↔ word(e) gijle | gijle wier ↔ wierd(e) gijle |
| zij worden | zij wieren |
| Voltooid deelwoord: geworden | |
Merk op dat de vorm wordt in het Vlaams niet voorkomt. De OTT-stam word eindigt op een stemhebbende medeklinker (d) en zou dus normaal de uitgang -d krijgen, maar zoals afgesproken schrijven we geen dubbele d.
13.7.4 Kunnen
Kunnen is een sterk werkwoord met OTT-stam kun en OVT-stam kost:
| OTT | OVT |
| ik kan | ik kost |
| gij kund ↔ kund(e) gij | gij kost ↔ kost(e) gij |
| hij kan | hij kost |
| wij kunnen | wij kosten |
| gijle kund ↔ kund(e) gijle | gijle kost ↔ kost(e) gijle |
| zij kunnen | zij kosten |
| Voltooid deelwoord: gekunnen / gekund | |
De enige onregelmatigheid is de vorm kan in de eerste en derde persoon enkelvoud.
De OVT-stam wordt ook wel gevormd met de stom kon, naar Nederlands voorbeeld.
13.7.5 Willen
Willen is een sterk werkwoord met OTT-stam wil en OVT-stam wou:
| OTT | OVT |
| ik wil | ik wou |
| gij wild ↔ wild(e) gij | gij wou ↔ woud(e) gij |
| hij wild | hij wou |
| wij willen | wij wouwen / wouden |
| gijle wild ↔ wild(e) gijle | gijle wou ↔ woud(e) gijle |
| zij willen | zij wouwen / wouden |
De OTT is volstrekt regelmatig, in tegenstelling tot het Nederlands waar "jij wil" en "hij wil" geen uitgang hebben.
In de OVT is de variant met de vorm wouwen regelmatig als we de w als een verbindingsklank beschouwen tussen de OVT-stam wou en de uitgang -en.
13.7.6 Mogen
Mogen is een sterk werkwoord met OTT-stam moog en OVT-stam mocht:
| OTT | OVT |
| ik mag | ik mocht |
| gij moogd ↔ moogd(e) gij | gij mocht ↔ mocht(e) gij |
| hij mag | hij mocht |
| wij mogen | wij mochten |
| gijle moogd ↔ moogd(e) gijle | gijle mocht ↔ mocht(e) gijle |
| zij mogen | zij mochten |
| Voltooid deelwoord: gemogen | |
De enige onregelmatigheid is de vorm mag in de eerste en derde persoon enkelvoud. De tweede persoon is wel regelmatig (stam moog + d), in tegenstelling tot het Nederlands (jij mag).
13.7.7 Moeten
Moeten is een regelmatig sterk werkwoord met OTT-stam moet en OVT-stam moest:
| OTT | OVT |
| ik moet / moe' | ik moest |
| gij moet ↔ moet(e) gij | gij moest ↔ moest(e) gij |
| hij moet | hij moest |
| wij moeten | wij moesten |
| gijle moet ↔ moet(e) gijle | gijle moest ↔ moest(e) gijle |
| zij moeten | zij moesten |
| Voltooid deelwoord: gemoeten | |
13.7.8 Zullen
Zullen is een sterk werkwoord met OTT-stam zul en OVT-stam zou:
| OTT | OVT |
| ik zal | ik zou |
| gij zuld ↔ zuld(e) gij | gij zou ↔ zoud(e) gij |
| hij zal | hij zou |
| wij zullen | wij zouwen / zouden |
| gijle zuld ↔ zuld(e) gijle | gijle zou ↔ zoud(e) gijle |
| zij zullen | zij zouwen / zouden |
In de OTT is de vorm zal in de eerste en derde persoon enkelvoud onregelmatig. De tweede persoon is echter wel regelmatig (stam zul + d), in tegenstelling tot het Nederlands (jij zal).
In de OVT is de variant met de vorm zouwen regelmatig als we de w als een verbindingsklank beschouwen tussen de OVT-stam zou en de uitgang -en.
Forumdiscussie over
dit artikel — 15 berichten

