13.1 Inleiding
Werkwoorden zijn woorden zoals snappen en wandelen die een handeling uitdrukken. Ze worden benoemd aan de hand van hun infinitief, die altijd gelijk is aan de wij-vorm van de tegenwoordige tijd.
De vervoeging van een werkwoord toont alle vormen die dat werkwoord kan aannemen in een bepaalde tijd. De vervoeging van snappen in de tegenwoordige tijd is bijvoorbeeld:
| gewoon | inversie |
| ik snap | snap ekik |
| gij snapt | snapte gij |
| hij snapt | snapt hij |
| wij snappen | snappen wij |
| gijle snapt | snapte gijle |
| zij snappen | snappen zij |
De werkwoordvorm is in geval van inversie gelijk aan het gewone geval, behalve voor de vormen bij gij en gijle (die overigens altijd aan elkaar gelijk zijn). We bespraken eerder de theorie dat het eigenlijk snapt egij is in plaats van snapte gij (link).
We zullen vervoegingen altijd tonen zoals het voorbeeld snappen hierboven, met de volle onderwerpsvormen van de persoonlijke voornaamwoorden erbij. De werkwoordvormen blijven altijd hetzelfde wanneer de gereduceerde onderwerpsvormen gebruikt worden. Voor snappen krijgen we bijvoorbeeld:
| gewoon | inversie |
| 'k snap | snap ek |
| ge snapt | snapte |
| hij snapt | snapt 'em |
| we snappen | snappen we |
| ge snapt | snapte |
| ze snappen | snappen ze |
Zoals eerder besproken wordt het persoonlijk voornaamwoord in de tweede persoon enkelvoud en meervoud bij inversie gewoon weggelaten i.p.v. een gereduceerde vorm te gebruiken - het woord snapte betekent dus "begrijp je":
- snapte wa 'k bedoel? (begrijp je wat ik bedoel?)
- da snapte wel eh (dat begrijp je wel he)
De vorm snapte heeft een zwakke uitgang -(e) die wegvalt wanneer het volgende woord met een klinker begint:
- snapt' alles? (begrijp je alles?)
- snapt' onzen uitleg? (begrijp je onze uitleg?)

