2. Bijvoeglijke naamwoorden

Gecreëerd door Grytolle. Laatst gewijzigd op 12 juli 2011.

De standaardverbuiging

De standaardverbuiging wordt in de regel altijd gebruikt.

't Grote paard is verkeerd ook in het Oost-Vlaams.

 

De alternatieve verbuiging

In de MAND

In sommige dialecten dicht bij het Brabantse gebied, wordt de alternatieve verbuiging toegepast:

 

een schoôn vrouw

schoôn vrouwen

een vuil vest

vuil vesten

een warm tas koffie

bruin deuren

 

 

In de echt Oost-Vlaamse dialecten lijkt ze echter niet voor te komen. Wel kennen ze eigen gecopeerde vormen zoals:

 

(de linker vorm is veel frequenter)

ne kou(n) man / ne kouwe man

ne kou(n) wintere / ne kouwe wintere

ne goe(n) vent / ne goe(i)e vent

ne goen oôgst / ne goe(i)en oôgst

een roô vlagge / een roô(i)e vlagge

een goe vrouwe / een goe(i)e vrouwe

een kou vrouwe / een kouwe vrouwe

 

In deze gevallen gaat het om syncope/apocope van -de:

ne kou(n) man < ne koude man

een kou vrouwe < een koude vrouwe

 

Opmerkelijk is ook dat sommige dialecten in zo'n situatie een n toevoegen (of behouden) in het mannelijk waar ze normaal gezien niet zou voorkomen: in een andere fonetische context dan vóór b, d, t, (h), of klinkers.

 

Waarschijnlijk naar analogie daarvan komt ook heel vaak voor:

nen blaun boek

een blau pere

 

En zelfs:

een vrij schole

 

In dat laatste geval weten we nog niet of de mannelijke buigingsvorm zonder e is. Vermoedelijk gaat het daarbij om adjectieven die op een klinker eindigen.

 

Opmerkelijk is de significant grotere verspreiding van de apocope -ele > -el (waardoor de alternatieve verbuiging wordt gebruikt in de Brabantse dialecten):

 

 

Waarom dat zo is weten we nog niet; het heeft in elk geval niet alleen te maken met het feit dat meerdere lettergrepen met een doffe e na elkaar worden opgestapeld, aangezien de kleine verspreiding van bijvoorbeeld "een donker strate" (die ongeveer overeenkomt met die van "bruin deuren" boven). Of er een verschil bestaat mannelijk/vrouwelijk zoals in de Brabantse dialecten weten we evenmin (mannelijk: nen dubbele pot, vrouwelijk: een dubbel deur).

 

In Het Gentse dialekt, klank- en vormleer van De Gruyter

De Gruyter vermeldt alleen apocope van -e vóór een volgende klinker

 

In Taal in stad en land - Oost-Vlaams

"N.B. In het Waasland en de Denderstreek kan -e wegvallen in een min of meer gestereotypeerde verbinding, bijvoorbeeld:

een schoon vraa

schoon vraan

een vuil vest

vuil vesten"

 

In Zuid-Oostvlaandersch idioticon van Teirlinck (klank en vormleer), p. 72, 171

De vrouwelijke/meervoudige uitgang -e wordt gedelgd:

* Verplicht vóór een volgende klinker (of h):

die zwart' ôge, stomm' ezels

* Niet verplicht na lange klinker of tweeklank gevolgd door l, n, r, w of j:

kaal vrouwen of kale vrouwen (de klinker van het adjectief wordt meestal verkort)

groen blaren of groene blaren (de klinker van het adjectief wordt meestal verkort)

zuur sause of zure sause (de klinker van het adjectief wordt meestal verkort)

blau kouse of blauwe kouse (de "w" wordt dan ook niet uitgesproken)

taai wisse of taaie wisse

Traag of emphatisch sprekenden behouden de twee ə's

* Eindelijk niet absoluut verplichtende syncope der slot-ə na voorafgaande toonlooze ə + slotconsonant:

orəm, zelden orəme zustere (=arme zusters)

sempel, schier nooit sempele zustere

aləf, of aləve pinte (=halve pint)

schoônder klêren

Traag of emphatisch sprekenden behouden de twee ə's: die sempele vrouwe, orme duvels, een worme kamere

De apocope is wél verplicht in comparatiefvormen. (p. 174)

Doch nooit syncope na Zovl. -lijk of soms -lək: eêrlijke maarte (meid), lêlijke snotmuile

* Bij lange klinker of tweeklank gevolgd door -de valt -de weg

een roô blomme (zelden: rooê blomme), die goe lesse, een wij broek

 

Hij geeft als voorbeelden op p. 65 ook op: fel meiskes en dun vingers, maar elders zegt hij dat de e nooit wegalt na een gerokken klinker (=een korte klinker).

 

Verschillen met het Antwerpse systeem

  • Er wordt niets vermeld over lange klinker/tweeklank + m.
  • Misschien is wat verwarring opgetreden (zie "fel meiskes" en "dun vingers").
  • De apocope is niet verplicht.
  • De apocope gaat gepaard met een verkorting van de stamklinker.
  • De regel wordt gegeven dat əCə verkort wordt tot əC, met uitzondering voor -lijk. Mogelijks moet dat eigenlijk zijn: əSə wordt verkort tot əSə + -l(ə)və + -l(ə)f (S=sonorant behalve n, C=medeklinker), zoals in het Antwerps. Ik herinner mij ook ergens in de vormleer te hebben gelezen dat -ige verkort wordt tot -ge. (Al is apocope na -lv slechts sporadisch in het Antwerps)

 

De -en-verbuiging

In Zuid-Oostvlaandersch idioticon van Teirlinck (klank en vormleer), p. 172

Telwoorden op -ene (zevene, negene, -tiene (maar niet tiene zelf)) krijgen bij attributief gebruik de uitgang in alle geslachten geapocopeerd: Vóór V, b, t, h blijft -en, vóór andere medeklinkers -e:

 

zeve mans

zeven hêren

nege pèren

negen boerinnen

dertie kinders

dertien tonnen

(tien kinders)

 

Dat wil zeggen:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud -e[n] -e[n] -e[n]
meervoud -e[n]

 

 

Dit artikel bevat kaarten gemaakt met Kloeketabel.

Forumdiscussie over Oost-Vlaams — 18 berichten
Gerelateerd artikel:
Reageren