2. Bijvoeglijke naamwoorden
De standaardverbuiging
De standaardverbuiging wordt in de regel altijd gebruikt.
't Grote paard is verkeerd ook in het Oost-Vlaams.
De alternatieve verbuiging
In de MAND
In sommige dialecten dicht bij het Brabantse gebied, wordt de alternatieve verbuiging toegepast:
een schoôn vrouw
schoôn vrouwen
een vuil vest
vuil vesten
een warm tas koffie
bruin deuren

In de echt Oost-Vlaamse dialecten lijkt ze echter niet voor te komen. Wel kennen ze eigen gecopeerde vormen zoals:
(de linker vorm is veel frequenter)
ne kou(n) man / ne kouwe man
ne kou(n) wintere / ne kouwe wintere
ne goe(n) vent / ne goe(i)e vent
ne goen oôgst / ne goe(i)en oôgst
een roô vlagge / een roô(i)e vlagge
een goe vrouwe / een goe(i)e vrouwe
een kou vrouwe / een kouwe vrouwe
In deze gevallen gaat het om syncope/apocope van -de:
ne kou(n) man < ne koude man
een kou vrouwe < een koude vrouwe
Opmerkelijk is ook dat sommige dialecten in zo'n situatie een n toevoegen (of behouden) in het mannelijk waar ze normaal gezien niet zou voorkomen: in een andere fonetische context dan vóór b, d, t, (h), of klinkers.
Waarschijnlijk naar analogie daarvan komt ook heel vaak voor:
nen blaun boek
een blau pere
En zelfs:
een vrij schole
In dat laatste geval weten we nog niet of de mannelijke buigingsvorm zonder e is. Vermoedelijk gaat het daarbij om adjectieven die op een klinker eindigen.
Opmerkelijk is de significant grotere verspreiding van de apocope -ele > -el (waardoor de alternatieve verbuiging wordt gebruikt in de Brabantse dialecten):

Waarom dat zo is weten we nog niet; het heeft in elk geval niet alleen te maken met het feit dat meerdere lettergrepen met een doffe e na elkaar worden opgestapeld, aangezien de kleine verspreiding van bijvoorbeeld "een donker strate" (die ongeveer overeenkomt met die van "bruin deuren" boven). Of er een verschil bestaat mannelijk/vrouwelijk zoals in de Brabantse dialecten weten we evenmin (mannelijk: nen dubbele pot, vrouwelijk: een dubbel deur).
In Het Gentse dialekt, klank- en vormleer van De Gruyter
De Gruyter vermeldt alleen apocope van -e vóór een volgende klinker
In Taal in stad en land - Oost-Vlaams
"N.B. In het Waasland en de Denderstreek kan -e wegvallen in een min of meer gestereotypeerde verbinding, bijvoorbeeld:
een schoon vraa
schoon vraan
een vuil vest
vuil vesten"
In Zuid-Oostvlaandersch idioticon van Teirlinck (klank en vormleer), p. 72, 171
De vrouwelijke/meervoudige uitgang -e wordt gedelgd:
* Verplicht vóór een volgende klinker (of h):
die zwart' ôge, stomm' ezels
* Niet verplicht na lange klinker of tweeklank gevolgd door l, n, r, w of j:
kaal vrouwen of kale vrouwen (de klinker van het adjectief wordt meestal verkort)
groen blaren of groene blaren (de klinker van het adjectief wordt meestal verkort)
zuur sause of zure sause (de klinker van het adjectief wordt meestal verkort)
blau kouse of blauwe kouse (de "w" wordt dan ook niet uitgesproken)
taai wisse of taaie wisse
Traag of emphatisch sprekenden behouden de twee ə's
* Eindelijk niet absoluut verplichtende syncope der slot-ə na voorafgaande toonlooze ə + slotconsonant:
orəm, zelden orəme zustere (=arme zusters)
sempel, schier nooit sempele zustere
aləf, of aləve pinte (=halve pint)
schoônder klêren
Traag of emphatisch sprekenden behouden de twee ə's: die sempele vrouwe, orme duvels, een worme kamere
De apocope is wél verplicht in comparatiefvormen. (p. 174)
Doch nooit syncope na Zovl. -lijk of soms -lək: eêrlijke maarte (meid), lêlijke snotmuile
* Bij lange klinker of tweeklank gevolgd door -de valt -de weg
een roô blomme (zelden: rooê blomme), die goe lesse, een wij broek
Hij geeft als voorbeelden op p. 65 ook op: fel meiskes en dun vingers, maar elders zegt hij dat de e nooit wegalt na een gerokken klinker (=een korte klinker).
Verschillen met het Antwerpse systeem
- Er wordt niets vermeld over lange klinker/tweeklank + m.
- Misschien is wat verwarring opgetreden (zie "fel meiskes" en "dun vingers").
- De apocope is niet verplicht.
- De apocope gaat gepaard met een verkorting van de stamklinker.
- De regel wordt gegeven dat əCə verkort wordt tot əC, met uitzondering voor -lijk. Mogelijks moet dat eigenlijk zijn: əSə wordt verkort tot əSə + -l(ə)və + -l(ə)f (S=sonorant behalve n, C=medeklinker), zoals in het Antwerps. Ik herinner mij ook ergens in de vormleer te hebben gelezen dat -ige verkort wordt tot -ge. (Al is apocope na -lv slechts sporadisch in het Antwerps)
De -en-verbuiging
In Zuid-Oostvlaandersch idioticon van Teirlinck (klank en vormleer), p. 172
Telwoorden op -ene (zevene, negene, -tiene (maar niet tiene zelf)) krijgen bij attributief gebruik de uitgang in alle geslachten geapocopeerd: Vóór V, b, t, h blijft -en, vóór andere medeklinkers -e:
zeve mans
zeven hêren
nege pèren
negen boerinnen
dertie kinders
dertien tonnen
(tien kinders)
Dat wil zeggen:
| mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | |
| enkelvoud | -e[n] | -e[n] | -e[n] |
| meervoud | -e[n] |
Forumdiscussie over
Oost-Vlaams — 18 berichten

