7. Verkleinwoorden
Verkleinwoorden zijn afgeleide woordvormen zoals manneke en boekske. Ze dienen meestal om aan te geven dat iets klein is maar kunnen ook affectie uitdrukken, zoals in sjoeke en boeleke (baby), of ironisch gebruikt worden, zoals in buikske.
Net zoals in het Nederlands en het Duits zijn verkleinwoorden van zelfstandige naamwoorden altijd onzijdig: den buik - het buikske.
7.1 Suffixen
Verkleinwoorden worden in regel gevormd door aan een bestaand woord een suffix toe te voegen. Hiervoor kunnen een stuk of zes verschillende suffixen gebruikt, maar deze eindigen zelf allemaal ofwel op -ke(n) ofwel op -sje(n). Verkleinwoorden eindigen dus ook altijd op een sterke uitgang -e(n), hetgeen wil zeggen dat de eind-n enkel wordt toegevoegd wanneer het volgende woord met een klinker begint.
Het suffix -sje wordt altijd voorafgegaan door een t-klank en heeft dus eigenlijk de vorm -tsje. Wanneer het oorspronkelijke woord zelf al eindigt op een t-klank dan laten we de t van dit suffix in de spelling vallen en voegen we enkel nog sje toe, zoals in katsje en hondsje.
Men kiest voor dit suffix vaak voor de kortere notaties -tje en -dje, die men dan niet meer op z'n Nederlands (als opeenvolging van een t-klank en een j-klank) maar op z'n Vlaams moet uitspreken. Voordeel is dat men zo het vertrouwde woordbeeld kan behouden, nadeel dat de lezer daardoor geneigd kan zijn het op z'n Nederlands te lezen.
7.2 Vorming
Van veel woorden komen in het algemene taalgebruik twee verschillende verkleinwoorden voor: één met een suffix op -ke en één met een suffix op -sje. Voor kat worden bijvoorbeeld de verkleinwoorden katteke en katsje gebruikt, en voor tafel dan weer tafelke en tafeltsje. Welke vorm gebruikt wordt verschilt van streek tot streek. Er is geen reden om telkens één vorm tot standaard te verheffen: alle vormen zijn immers voor iedereen begrijpbaar, en de verscheidenheid kan dus alleen maar meer kleur geven aan onze taal.
Van andere woorden wordt in het algemene taalgebruik alleen een verkleinwoord met een suffix op -ke gebruikt. Ook van deze woorden kan men wel een verkleinwoord op -sje afleiden, maar dat gebeurt dan in de praktijk enkel in het West-Vlaams. Een voorbeeld is het verkleinwoord boekske, waarvan in het West-Vlaams ook de varianten boekstsje en boeksje bestaan. Ook deze vormen zouden probleemloos in de algemene Vlaamse omgangstaal gebruikt kunnen worden, al gebeurt dat in de praktijk niet.
Welke suffixen precies gebruikt worden na welke woorden hangt altijd af van de laatste klanken van het woord en soms van het al dan niet beklemtoond zijn van de laatste lettergreep. In de onderstaande tabel tonen we voor alle mogelijke gevallen de gebruikte suffixen. Een doffe e wordt in de tabel weergeven als ë om haar te onderscheiden van een korte e.
| Laatste klank(en) | -ke | -sje | Voorbeelden |
| doffe e | -ke | garageke, moleculeke | |
| klinker | -ke | truike, colake | |
| -b | -eke | krabbeke, slabbeke | |
| -ch | -ske | lachske | |
| -d | -eke | -sje | baddeke, badsje |
| -f | -ke | karafke, Jefke | |
| -g na korte bekl. klinker | -(e)ske | weggeske, dagske | |
| -g andere gevallen | -ske | boogske, bergske | |
| -j | -ke | haaike, detailke | |
| -k | -ske | boekske, kruikske | |
| -l na korte bekl. klinker | -eke | balleke, spelleke | |
| -l na onbekl. lettergreep | -ke | -tsje | wafelke, wafeltsje |
| -l na lange klinker | -(e)ke* | -tsje | stoelke, stoeltsje |
| -m na korte bekl. klinker | -eke | kommeke, bloemeke | |
| -m andere gevallen | -(e)ke* | boomke, filmke | |
| -n na korte bekl. klinker | -eke | manneke, zonneke | |
| -n na lange klinker | -eke | -tsje | kleineke, kleintsje |
| -n andere gevallen | -ke | -tsje | hoornke, hoorntsje |
| -ng na bekl. lettergreep | -eske | dingeske, tongeske | |
| -ng na 1 onbekl. lettergr. | -ske | vallingske, puddingske | |
| -ng na >1 onbekl. lettergr. | -eske | rekeningeske, haperingeske | |
| -p na korte bekl. klinker | -(e)ke | kopke, koppeke | |
| -p andere gevallen | -(e)ke* | streepke, schelpke | |
| -r na korte bekl. klinker | -eke | sterreke, karreke | |
| -r andere gevallen | -(e)ke* | haarke, kaderke | |
| -s | -ke | taske, kruiske | |
| -sj | -ke | sakosjke, douchke | |
| -t | -eke | -sje | katteke, katsje |
| -v | -(e)ke* | schroefke, liefke | |
| -w | -ke | zwaluwke, leeuwke | |
| -z | -(e)ke* | huiske, dooske |
(*) Waar we als suffix -(e)ke hebben opgegeven gebruikt het voorbeeld telkens -ke maar kan na een lange klinker ook -eke gebruikt worden: stoeleke, bomeke, strepeke, hareke, lieveke, huizeke, dozeke.
Lange eindklinkers hoeven in het Vlaams niet verdubbeld te worden, omdat voor -ke gewoon de open lettergreepregel geldt. Ook na é hoeven we niets speciaals te doen.
- autoke = autootje
- parapluke = parapluutje
- caféke = cafeetje
We herhalen dat alle suffixen, en dus ook alle verkleinwoorden, een sterke uitgang -e(n) hebben:
- da bloemeke vald op — da bloemeken is verwelkt
- da spelleke moet gedaan zijn — 't spelleken is gedaan
7.3 Onregelmatige verkleinwoorden
Bij een aantal woorden wordt om het verkleinwoord te vormen niet alleen een suffix toegevoegd maar ondergaat ook de stam van het woord zelf een wijziging.
- Van sommige woorden die eindigen op -d wordt het verkleinwoord met -eke enkel nog gebruikt in een verkorte vorm waarin de eind-d is weggevallen: liedeke werd lieke, kledeke werd kleke, beeldeke werd beleke en kindeke werd kinneke.
- Bij woorden die eindigen op -st worden deze eindletters niet uitgesproken in het verkleinwoord op -sje. We zeggen dus feesje i.p.v. feestsje, en ook beesje, lijsje, gasje, enzovoort. Of men de -st nog wil schrijven in het verkleinwoord laten we aan de persoonlijke voorkeur.
- Bij woorden die eindigen op -ken wordt het verkleinwoord met -ke meestal gevormd door de eind-n weg te laten en het suffix -ske te gebruiken. Voorbeelden zijn dekeske, littekeske. In varkske valt ook de e weg. Van de woorden op -ken kunnen ook regelmatige verkleinwoorden met het suffix -tsje gevormd worden, zoals dekentsje en littekentsje.
- Bij andere woorden die eindigen op -en valt de eind-n ook weg maar wordt wel gewoon het suffix -ke gebruikt, zoals in toreke.
- Het verkleinwoord van diner [dinee] is regelmatig maar schrijven we best als dineeke. Het is hier eigenlijk het niet-verkleinde woord dat onregelmatig gespeld wordt.
- Van de woorden vat, gat en glas kan men net als in het Nederlands verkleinwoorden met een lange a vormen, namelijk vaatsje (vaatje), gaatsje (gaatje) en glaaske (glaasje), maar de regelmatige vormen vatsje, gatsje en glaske worden ook gebruikt.
- Sommige woorden bestaan enkel als verkleinwoord: boeleke (baby), meiske (meisje), beetsje / beke (beetje)
7.4 Verkleinwoorden van andere woordsoorten
Tot nu toe hebben we het enkel gehad over verkleinwoorden van zelfstandige naamwoorden. Ook van vele andere woorden kunnen echter verkleinwoorden afgeleid worden, in het Vlaams meer dan in het Nederlands.
Van veel adjectieven die zelfstandig gebruikt kunnen worden kan die zelfstandige vorm ook verkleind worden. Enkele voorbeelden:
- nen blauwe - een blauwke
- een dikke - een dikske
- ne kleine - een kleintsje / een kleineke
Van veel adjectieven die een toestand beschrijven kan een verkleinwoord gevormd worden dat dan enkel predicatief (dus los, niet vóór een zelfstandig naamwoord) gebruikt kan worden en altijd nog een eind-s krijgt. Voorbeelden zijn kalmkes, stillekes, friskes, ziekskes, bleekskes en slappekes.
- hij zie wa bleekskes (hij ziet er bleekjes uit)
- z'is een beetsje ziekskes (ze is een beetje ziek)
Verder zijn er nog een aantal verkleinwoorden van uiteenlopende woordsoorten. Sommige hebben ook in het Nederlands een equivalent verkleinwoord, andere niet.
- beke / beetsje (beetje)
- efkes (even, effe)
- ietske (ietsje)
- nikske (niets)
- ocharmkes (ocharme)
- slukes / sluutsjes (afscheidsgroet)
- strakskes (straks)
Forumdiscussie over
dit artikel — 86 berichten

