1.3 De oô en de eê
Inleiding
De lange e en de lange o, zoals we die nu kennen in het Algemeen Nederlands, komen elk overeen met twee historisch verschillende klanken, namelijk de scherplange en zachtlange e en o.
Terwijl die klanken in het Nederlands in beide gevallen volledig zijn samengevallen, zijn ze in bijna alle Vlaamse dialecten duidelijk verschillend gebleven. Ook in de algemene Vlaamse omgangstaal hoort men bij vele sprekers nog het onderscheid, zij het zeer subtiel en niet consistent.
De vraag is of en hoe we dit onderscheid weergeven in geschreven Vlaams. Voor we daarop proberen antwoorden bespreken we eerst hoe deze klanken zich juist manifesteren in de Vlaamse dialecten en wat hun historiek is.
De E's en O's in de Vlaamse dialecten
De zachtlange E en O
In de meeste Vlaamse dialecten verschillen de zachtlange e en o qua klank niet zoveel van de Nederlandse lange e en o. Ze neigen soms respectievelijk naar ei en naar ou, maar woorden met zachtlange e of o blijven voor iedereen gemakkelijk herkenbaar.
Voorbeelden zijn beet, keel, geef en school, noot, boog.
De scherplange E
De scherplange e wordt meestal uitgesproken als een tweeklank, meer bepaald als een lange e met naslag (West-Vlaanderen) of een lange ie met naslag (Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Brabant). Met "naslag" bedoelen we een versmelting met een doffe e; we geven deze weer met een ^ en noteren de resulterende klanken dus als eê en iê. In het Gents klinkt de scherplange e echter als een gewone lange ie.
Voorbeelden zijn zeê/ziê/zie (zee), eên/iên/ien (één) en beêst/biêst/biest (beest).
De scherplange O
De uitspraak van de scherplange O verschilt zeer sterk tussen de verschillende Vlaamse dialecten en ten opzichte van de Nederlandse lange o. Mogelijke uitspraken zijn:
- oô = lange o met naslag (West-Vlaanderen)
- uû = lange u met naslag (Oost-Vlaanderen en zuidelijk Brabant)
- oê = lange oe met naslag (Antwerpen)
- uu = vlakke lange u (Brussel, Gent, Ronse)
- eu = vlakke lange eu (sommige delen van Brabant)
Voorbeelden zijn groôt/gruût/groêt/gruut/greut (groot) en broôd/bruûd/broêd/bruud/breud (brood).
Historiek
Germaanse oorsprong
De verschillende E's en O's gaan terug op verschillende klanken in het oude Germaans.
- De zachtlange O komt van de Germaanse u
- uber ⇒ over
- uhna ⇒ oven
- kurna ⇒ koren
- De scherplange O komt van de Germaanse au:
- auga ⇒ oôg / oêg / uûg
- ausan ⇒ oôr / oêr / uûr
- austa ⇒ oôst / oêst / uûst
- klauta ⇒ kloôt / kloêt / kluût
- De scherplange E komt van de Germaanse ai:
- klaiþa ⇒ kleêd / kliêd
- aina ⇒ eên / iên
- ainagan ⇒ eênig / iênig
- De zachtlange E komt van verschillende andere klanken:
- etan ⇒ eten
- ibna ⇒ even
- kagila ⇒ kegel
De E's en O's in de Nederlandse schrijftaal
Het onderscheid tussen de zachtlange en scherplange e's en o's is geheel verdwenen uit de Nederlandse spreektaal én uit de schrijftaal, maar uit deze laatste nog niet zo heel lang.
Volgens spellingregels die golden tot in de 20e eeuw werden de scherplange e's en o's in open lettergrepen dubbel gespeld, dus als ee en oo, terwijl de zachtlange e's en o's in open lettergrepen al enkel gespeld werden, dus als e en o, zoals nu altijd het geval is. Wie al eens archaïsche teksten gelezen heeft, kent zeker voorbeelden als "den Grooten Oorlog" en "het steenen huys".
De spelling Marchant, die werd ingevoerd in 1934, maakte komaf met deze spellingregel en stelde de e's en o's volledig met elkaar gelijk. Alleen in familienamen als Peeters en Boonen blijven er nog sporen van het onderscheid over.
De E's en O's in het algemeen Vlaams
In de algemene Vlaamse omgangstaal klinken de scherplange e's en o's bij veel sprekers nog door, zij het veelal onbewust. Omdat deze klanken in het Nederlands niet meer onderscheiden worden, worden ze niet als algemeen beschouwd en gaat men ze vermijden. Dit is zeer jammer, want het is een verschraling van ons Vlaamse taalgebruik onder invloed van het eenvoudigere Nederlands.
Hoewel we niet optimistisch zijn over de overlevingskansen van deze klanken willen we ze zelf niet de doodsteek geven door ze uit onze schrijfwijze te weren. We stellen daarom een tussenoplossing voor.
Wanneer de scherplange e's en o's doorklinken in algemeen taalgebruik is het meestal enkel de naslag die deze klanken onderscheidt van de "gewone" (zachtlange) e's en o's - men spreekt ze dus uit als eê en oô. Hoewel men deze klanken als een afzwakking van de normale scherplange e en o kan beschouwen, zijn het eigenlijk de oorspronkelijke middeleeuwse vormen van deze klanken. In de meeste West-Vlaamse dialecten zijn het nog altijd de courante vormen.
De (scherplange) eê en de oô onderscheiden zich in gesloten lettergrepen alleen door het accent van de (zachtlange) ee en oo. Als we de eê en oô in open lettergrepen als ê en ô weergeven, dan is het accent ook daar (en dus altijd) het enige onderscheid.
Samengevat gebruiken we dus deze notaties:
- ee / e = zachtlange e, bvb. in beer / beren
- eê / ê = scherplange e, bvb. in beên / bênen
- oo / o = zachtlange o, bvb. in noot / noten
- oô / ô = scherplange o, bvb. in boôt / bôten
Doordat we het onderscheid zo subtiel weergeven, is het gemakkelijk te negeren. Dit heeft het voordeel dat wie het onderscheid niet kent of niet wil bewaren er gewoon kan overlezen of het achterwege kan laten bij het schrijven. We beschouwen de notaties eê en oô dus als een laatste levenslijn voor klanken die wellicht gedoemd zijn te verdwijnen.
Forumdiscussie over
dit artikel — 53 berichten

