Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

11. Bezittelijke voornaamwoorden

Gecreerd door Grytolle. Laatst gewijzigd op 2 november 2009 door Krommenaas.

Inleiding

Bezittelijke voornaamwoorden zijn woorden zoals mijne en onze die bezit uitdrukken, zoals in mijnen droom en onzen buurman.

 

In het Vlaams worden alle bezittelijke voornaamwoorden verbogen. Ze bestaan dus uit een vaste stam en een veranderlijke uitgang, die afhangt van het geslacht en het aantal van het woord waarop het bezittelijk voornaamwoord betrekking heeft. Zo bestaat mijnen uit de stam mijn en de uitgang -en.

 

In het Nederlands wordt enkel het bezittelijk voornaamwoord "ons" verbogen; het kan immers ook de vorm "onze" aannemen.

 

11.2 Stammen

De stammen van de bezittelijke voornaamwoorden zijn, net als persoonlijke voornaamwoorden, afhankelijk van het perspectief en het aantal.

 

persoon stam van het bez. vnw.
1e pers. enk. mijn, m'n
2e pers. enk. uw
3e pers. enk. zijn, z'n
haar
1e pers. mv. ons
2e pers. mv. ulle(n) / ulder
3e pers. mv. hun

 

Net als in het Nederlands kunnen de vormen mijn en zijn verkort worden tot m'n en z'n en worden voor het onzijdig enkelvoud ook de mannelijke vormen zijn en z'n gebruikt.

 

Voor de derde persoon vrouwelijk enkelvoud wordt net als bij de voorwerpsvormen vooral de Nederlandse vorm haar gebruikt, alhoewel zowat alle Vlaamse streektalen de vorm heur gebruiken. Heur is dus ook als bezittelijk voornaamwoord n van de algemene dialectwoorden waarvan we het gebruik in algemeen Vlaams aanbevelen.

 

Voor de tweede persoon meervoud bestaan net als bij de persoonlijke voornaamwoorden een hele reeks verschillende Vlaamse vormen, waarvan de stammen meestal gelijk zijn aan de voorwerpsvormen. We presenteren hier weer dezelfde twee representatieve vormen, namelijk ulle(n) en ulder.

 

11.3 Verbuiging

De verbuiging van bezittelijke voornaamwoorden is de alternatieve verbuiging, die we al tegenkwamen bij de bijvoeglijke naamwoorden. Waar het gebruik van deze verbuiging bij bijvoeglijke naamwoorden niet algemeen is is het dat bij bezittelijke voornaamwoorden wel.

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud S+e[n] S S
meervoud S

 

De bezittelijke voornaamwoorden krijgen dus enkel een uitgang in het mannelijk enkelvoud. De uitgang is weer de mannelijke uitgang, waarvan de eind-n enkel toegevoegd wordt wanneer het volgende woord met een b, d, h, t of klinker begint. De verbuiging van mijn is bijvoorbeeld:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud mijne[n] mijn mijn
meervoud mijn

 

Aan de stam ulle(n) wordt in het mannelijk enkelvoud geen extra uitgang -e[n] meer toegevoegd maar wordt de sterke uitgang van de stam gewoon mannelijk. Door de sterke uitgang kunnen we ook in alle andere gevallen de vorm ullen krijgen, maar dan enkel vr een klinker, zoals in ullen ogen.

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud ulle[n] ulle(n) ulle(n)
meervoud ulle(n)

 

De vorm ulder wordt in sommige streektalen ook gebruikt voor de derde persoon meervoud, hetgeen verwarrend kan zijn.

 

Voor het bezittelijk voornaamwoord ons dient ten eerste opgemerkt dat de stam eigenlijk op een z eindigt en de mannelijke vorm dus onze[n] is. Ten tweede wordt door de invloed van het Nederlands soms de vorm onze gebruikt in het vrouwelijk enkelvoud en in het meervoud, waar het in het Vlaams eigenlijk ons zou moeten zijn. Zo worden ons tafel en ons kinderen dan onze tafel en onze kinderen.

 

11.4 Voorbeelden

    • mijne man, mijnen dokter, mijn huis
    • uwe vriend, uwen dag, uw vrienden
    • zijne frak, z'nen hond, z'n peerd
    • hare neus, haren bril, haar kleed
    • onze leraar, onzen eerste keer, ons lerares, ons leerlingen
    • ulle pastoor, ullen trein, ulle tafel, ullen organisatie
    • uldere pastoor, ulderen trein, ulder tafel, ulder organisatie
    • hunne collega, hunnen auto, hun peerd

 

11.5 Uitzonderingen

Voor de woorden vader en grootvader worden meestal onverbogen bezittelijke voornaamwoorden gebruikt: zijn grootvader, ons vader. Aan de betekenis ligt dit niet, want voor papa en bompa worden wel verbogen bezittelijke voornaamwoorden gebruikt: mijnen bompa, zijne papa. Mogelijk heeft het te maken met het feit dat men met "Onze Vader" naar God verwijst.

 

Ook bij broer worden soms onverbogen vormen gebruikt, hoewel minder algemeen: mijn broer, uw broer, z'n broer.


Forumdiscussie over dit artikel — 14 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: