Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiëren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

6. De tussen-n in samenstellingen

Gecreëerd door Kletskop. Laatst gewijzigd op 18 september 2009.

Samenstellingen zijn woorden die ontstaan door twee andere woorden samen te voegen. Zo is het woord ruggegraat de samenstelling van de woorden rug en graat, en zonnenbril die van zon en bril. In deze en vele andere samenstellingen worden de woorden met elkaar verbonden door -e- of -en-, dus door een doffe e die al dan niet gevolgd wordt door een n.

 

Dit hoofdstuk gaat over het al of niet toevoegen van die tussen-n. Als er één domein is waarin de Vlaamse taal de Nederlandse ver overtreft in duidelijkheid en elegantie, dan is het wel dit. Om dat te illustreren bespreken we eerst de situatie in het Nederlands.

 

6.1 De tussen-n in het Nederlands

Het wel of niet noteren van de tussen-n in Nederlandse samenstellingen is een probleem waarvoor men maar geen bevredigende oplossing kan vinden. Telkens men de desbetreffende spellingregels probeert te verbeteren voert men nieuwe absurditeiten in, die dan steeds leiden tot eindeloos gekibbel tussen taalkundigen en een stortvloed aan lezersbrieven van verontwaardigde taalgebruikers.

 

Sinds de spellinghervorming van 1996 luidt de regel in het Nederlands ongeveer als volgt: de tussen-n wordt enkel geschreven wanneer het eerste woord van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alleen een meervoud heeft op -en.

 

Deze regel staat volledig los van de uitspraak en gaat er soms lijnrecht tegen in, zoals in "pannenkoek" en "zielenpoot". Bovendien werden op deze regel weer een hele reeks uitzonderingen ingevoerd. Zo schrijft men "maneschijn" zonder n omdat de Aarde maar één maan heeft, maar wordt een "kippenei" blijkbaar wel door meerdere kippen gelegd. Meerdere ruggen moeten ook dezelfde "ruggengraat" delen, hoewel "ruggespraak" wegens een andere uitzondering zonder tussen-n geschreven wordt. Hetzelfde geldt ook voor "apekool", maar niet voor "apenkooi".

 

De Nederlandse spelling strookt op het gebied van de tussen-n noch met de uitspraak, noch met het gezond verstand. De onvrede over deze en andere spellingregels leidde in Nederland dan ook tot een vrij omvangrijke boycot van de officiële spelling. Publicaties als de Volkskrant, het NRC Handelsblad, Vrij Nederland en vele andere hanteren sinds 2006 een alternatieve spelling, de zogenaamde witte spelling, waarin het gebruik van de tussen-n volledig vrij is.

 

 

6.2 De tussen-n in het Vlaams

Geen van deze problemen en controversies in het Vlaams. In de algemene Vlaamse omgangstaal wordt het al of niet uitspreken van de tussen-n immers bepaald door een eenduidige en zeer elegante regel, die we zonder problemen ook kunnen toepassen op de spelling.

 

Deze regel luidt als volgt:

 

In samenstellingen waarin de woorden met elkaar verbonden worden door -e- of -en- wordt de tussen-n altijd uitgesproken en geschreven wanneer het tweede deel van de samenstelling met een klinker begint.

 

Als de samenstelling een mannelijk enkelvoud is dan wordt de tussen-n ook uitgesproken en geschreven wanneer het tweede deel begint met een b, d, h of t.

 

In alle andere gevallen wordt de tussen-n niet uitgesproken en geschreven.

 

Deze regel oogt vrij complex, maar zowat elke Vlaming past hem al onbewust toe, en wel zonder enige uitzondering! We illustreren dit met een aantal voorbeelden.

 

Het eerste deel van de regel zegt dat de tussen-n altijd wordt uitgesproken (en dus geschreven) wanneer het tweede deel van de samenstelling met een klinker begint. We zien daarom een tussen-n in peerdenoog, boerenomelet en slavenarbeid maar niet in peerdestal, boeregat en slaveleven.

 

Het tweede deel van de regel geldt enkel voor samenstellingen die een mannelijk zelfstandig naamwoord vormen, hetgeen wil zeggen dat we er ne of nen voor kunnen zeggen. In deze samenstellingen wordt ook een tussen-n uitgesproken (en dus geschreven) wanneer het tweede deel van de samenstelling met een b, d, h of t begint.

 

De volgende samenstellingen zijn allemaal mannelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en illustreren de regel:

    • ne kattenbak, ne kattendarm, ne kattekop, ne kattesprong
    • ne zonnenbril, ne zonnentempel, ne zonnegod, ne zonnesteek,
    • ne slavenhandelaar, ne slavendrijver, ne slavemoraal
    • nen dierentuin, nen dierenarts, den diereriem, nen dierevriend

 

De volgende voorbeelden tonen aan dat het tweede deel van de regel niet geldt voor vrouwelijke en onzijdige woorden en ook niet voor meervouden:

    • (v) een zonnebank, een zonnetent
    • (o) het kattebakske, het slavedorp
    • (mv) twee kattebakken, drie zonnetempels

 

 

6.3 Vergelijking met bijvoeglijke naamwoorden

We kunnen de regel voor de tussen-n ook uitdrukkingen als een verbuiging van het eerste deel van de samenstelling. In het mannelijk enkelvoud wordt de n toegevoegd voor een b, d, h, t of klinker, wat overeenkomt met de mannelijke uitgang -e[n]. In alle andere gevallen wordt de n enkel toegevoegd voor een klinker, wat overeenkomt met de sterke uitgang -e(n). Samen geeft dit:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud -e[n] -e(n) -e(n)
meervoud -e(n)

 

Deze verbuiging zijn we al eerder tegengekomen: het is de -e/-en verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden waarvan de stam eindigt op -e of -en, zoals oranje en open!

 

Dit is geen toeval maar demonstreert juist de elegantie van de regel: het eerste deel van onze samenstellingen wordt gewoon behandeld als een bijvoeglijk naamwoord met uitgang -e/-en en er wordt exact dezelfde logica op toegepast. Terwijl het gestandaardiseerde Nederlands wat de tussen-n betreft er maar niet in slaagt een logische en consistente oplossing te vinden zit zo'n oplossing wel al in de spontaan gevormde Vlaamse spreektaal verweven!

 

6.4 Bijzondere gevallen

In samenstellingen als regenscherm en torengebouw wordt een n geschreven alhoewel het tweede deel niet begint met een klinker of met een b, d, h of t. Op het eerste zicht kan dit een afwijking van de regel lijken. De n is hier echter helemaal geen tussen-n maar wel een vast deel van het eerste woord (respectievelijk regen en toren). Deze samenstellingen bestaan dus gewoon uit twee woorden die aan elkaar geplakt zijn zonder tussen-e of -en, waardoor de regel hier niet van toepassing is.

 

Het is wel interessant om vast te stellen dat voor vele Vlaamssprekers (meer bepaald dezelfde groep Vlamingen die de eind-n van de sterkere uitgang -en niet altijd uitspreken) de regel zelfs in deze gevallen de uitspraak bepaalt. Zij zullen de n niet uitspreken in regenscherm en torengebouw, maar wél in ne regendruppel en den torenbouw (omdat dat mannelijke woorden zijn waarvan het tweede deel begint met resp. d en b). De andere groep Vlamingen, die de eind-n van de sterkere uitgang wel altijd uitspreken, zullen ook de n van regen en toren altijd uitspreken omdat dat woorden met die uitgang zijn.

 

Een andere reeks bijzondere gevallen zijn samenstellingen waarvan het tweede deel begint met een h, zoals ziekenhuis en reuzenhond. Vele Vlamingen spreken de h niet uit, zeker niet midden in een woord, waardoor het tweede deel van de samenstelling eigenlijk met een klinker begint en we dus een n tussenvoegen: [ziekënuis] en [reuzënond].

 

Voor wie de h wél uitspreekt is de situatie anders en moet het volgens de regels ziekehuis (onzijdig) en reuzenhond (want mannelijk) zijn. In de praktijk heeft men bij het uitspreken van de h echter vaak te maken met een vernederlandste vorm waardoor de regelmaat zoek raakt.


Forumdiscussie over dit artikel — 35 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: