10.5 De bijzondere eigenschappen van "et"
10.5.1 "et" versus "het"
Het woord het heeft in gesproken Vlaams twee bijzondere eigenschappen die echter alleen optreden bij sprekers die de begin-h niet uitspreken. Eigenlijk kunnen we stellen dat dit woord twee varianten heeft: één met begin-h en één zonder. We zullen die twee varianten verschillend schrijven, namelijk als het en et. De eigenschappen die we in dit hoofdstuk beschreven gelden enkel voor de variant et.
Het dient benadrukt dat we bij alle andere woorden die met h beginnen de begin-h altijd schrijven, ook wanneer we gesproken of gezongen Vlaams weergeven van iemand die geen begin-h's uitspreken (verreweg de meeste Vlamingen). Voor het woord et maken we de enige uitzondering op dit principe omdat dit de leesbaarheid bevordert bij het optreden van de bijzondere eigenschappen die we nu zullen bespreken.
De eigenschappen gelden voor et in zijn beide functies: persoonlijk voornaamwoord of lidwoord.
10.5.2 Wegvallen van de werkwoorduitgangen -t en -d
Wanneer het woord et voorafgegaan wordt door een werkwoord met uitgang -d of -t dan valt deze uitgang weg.
Het werkwoord kan een vorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd zijn (zoals werkt) of een bevelende vorm (zoals stopt). De werkwoorduitgang -d oogt ongewoon voor wie enkel Nederlands gewend is maar is in het Vlaams zeer courant, zoals we later zullen bespreken.
Voorbeelden:
- werkt da toestel ni? - werk et ni?
- lukt die oefening? - luk et?
- ge kund ons helpen [kunD-ons] - ge kun et ni [kun-ët] (je kan het niet)
- steekt da weg [steekt-Ta] - steek et daar maar in [steek-ët]
- zegd is wa [zegD-is] - zeg et nog is [zeG-ët] (zeg het nog eens)
10.5.3 De verbindingsklank -g-
Wanneer het woord et voorafgegaan wordt door een woord met de speciale uitgang -[d] dan valt die uitgang weg en wordt in de plaats een verbindingsklank -g- tussengevoegd.
Deze eigenschap treedt in de praktijk bijna uitsluitend op na een bepaalde categorie werkwoorden (later te bespreken), waarvan de meest courante voorbeelden zij, ga, sta en doe zijn. De verbindingsklank -g- wordt genoteerd tussen koppeltekens naar analogie met de Franse verbindingsklank -t-, bvb. in a-t-il mangé?
Voorbeelden:
- ge zij-g-et weer vergeten
- ga-g-et ni?
- sta-g-et in de weg?
- doe-g-et goe!
Forumdiscussie over
dit artikel — 9 berichten

