10.4 Andere vormen
Naast de reeds besproken onderwerpsvormen en voorwerpsvormen zijn er nog enkele andere persoonlijke voornaamwoorden die we hier apart zullen bespreken.
10.4.1 Ikke en gij se
Wanneer we naar onszelf verwijzen in een uitroep - d.w.z. zonder de context van een zin - dan zeggen we niet ik maar ikke:
- wie was er eerst? ikke!
- heb ekik gewonnen? nee, ikke!
- ge zij te laat! wie, ikke?!
In een verwijtende of spottende uitroep wordt aan het persoonlijk voornaamwoord gij vaak nog het woordje se toegevoegd:
- gij se bandiet!
- gij se sukkelaar!
Zowel ikke als se hebben een sterke uitgang. Wanneer het volgende woord met een klinker begint wordt dus nog een eind-n toegevoegd:
- ikken en gij
- gij sen onnozelaar!
10.4.2 De beleefdheidsvorm in het Vlaams
Het Vlaams kent, net als bijvoorbeeld het Engels, geen eigen beleefdheidsvorm. De Nederlandse beleefdheidsvorm u kan echter probleemloos geïntegreerd worden, en in de praktijk gebeurt dat ook veel. Een voorbeeld is de zin daar kund u ni aan doen [kunD-uu] (daar kan u niets aan doen) waarin u gecombineerd wordt met de Vlaamse vorm kund, mét stemhebbende uitspraak van de eind-d omdat het volgende woord met een klinker begint.
Voor de beleefdheidsvorm wordt dus u gebruikt als enige onderwerpsvorm, voor en na het werkwoord alsook in bijzinnen. Voor de rest worden alle vormen van de gewone tweede persoon enkelvoud gij gebruikt: de voorwerpsvorm is dus ook u en het bezittelijk voornaamwoord is uw(e[n]). We gebruiken dezelfde werkwoordvormen als voor gij maar veranderen die niet bij inversie: i.p.v. kunde gij zeggen we dus kund u zoals in het bovenstaande voorbeeld.
Forumdiscussie over
dit artikel — 6 berichten

