Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiŰren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

10.4 Andere vormen

GecreŰerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 12 september 2012 door Grytolle.

Naast de reeds besproken onderwerpsvormen en voorwerpsvormen zijn er nog enkele andere persoonlijke voornaamwoorden die we hier apart zullen bespreken.

 

10.4.1 Ikke

Wanneer we naar onszelf verwijzen in een uitroep - d.w.z. zonder de context van een zin - dan zeggen we niet ik maar ikke:

    • wie was er eerst? ikke!
    • heb ekik gewonnen? nee, ikke!
    • ge zij te laat! wie, ikke?!

 

Ikke heeft een sterke uitgang. Wanneer het volgende woord met een klinker begint wordt dus nog een eind-n toegevoegd:

    • ikken en gij

 

10.4.2 Se

In een verwijtende of spottende uitroep wordt aan het persoonlijk voornaamwoord gij of gijle vaak nog het woordje se toegevoegd:

 

mannelijk vrouwelijk onzijdig
enkelvoud se[n] s(e)/se(n) s(e)/se(n)
meervoud s(e)/se(n)

 

    • Gij se sukkelaar! (m.)
    • Gij sen bandiet! (m.)
    • Gij sen boer! (m.)
    • Gij s'onn˘zele! (v.)
    • Gij se onn˘zele! (v.)
    • Gij sen onn˘zel ventsje! (o.)
    • Gij s'onn˘zel wicht! (o.)
    • Gijle se lomperiken! (mv.)
    • Gijle s'achterlijke kiekens! (mv.)
    • Gijle s'onn˘zel ventsjes! (mv.)

 

 

10.4.3 De beleefdheidsvorm in het Vlaams

Het Vlaams kent, net als bijvoorbeeld het Engels, geen eigen beleefdheidsvorm. De Nederlandse beleefdheidsvorm u kan echter probleemloos ge´ntegreerd worden, en in de praktijk gebeurt dat ook veel. Een voorbeeld is de zin daar kund u ni aan doen [kunD-uu] (daar kan u niets aan doen) waarin u gecombineerd wordt met de Vlaamse vorm kund, mÚt stemhebbende uitspraak van de eind-d omdat het volgende woord met een klinker begint.

 

Voor de beleefdheidsvorm wordt dus u gebruikt als enige onderwerpsvorm, voor en na het werkwoord alsook in bijzinnen. Voor de rest worden alle vormen van de gewone tweede persoon enkelvoud gij gebruikt: de voorwerpsvorm is dus ook u en het bezittelijk voornaamwoord is uw(e[n]). We gebruiken dezelfde werkwoordvormen als voor gij maar veranderen die niet bij inversie: i.p.v. kunde gij zeggen we dus kund u zoals in het bovenstaande voorbeeld.


Forumdiscussie over dit artikel — 7 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: