Algemeen Vlaams

Deze site is nog in vollen opbouw. Den boomstructuur hieronder word geleidelijk uitgebouwd op basis van onze discussies in de forums - komd gerust meediscussiren!
I. Beschouwingen
II. Spelling en uitspraak
III. Grammatica
IV. Woordenschat
V. Teksten

10.3 Voorwerpsvormen

Gecreerd door Krommenaas. Laatst gewijzigd op 18 september 2009.

De voorwerpsvormen zijn de persoonlijke voornaamwoorden die worden gebruikt als voorwerp in de zin, zoals mij in ze zie mij ni staan. Ze worden ook gebruikt na voorzetsels, zoals ons in ze wonen naast ons.

 

Net als bij de onderwerpsvormen bestaan er van de meeste voorwerpsvormen een volle vorm en een gereduceerde vorm. De volgende tabel toont alle vormen.

 

vol gereduceerd
1e pers. enk. mij m(e)
2e pers. enk. u -
3e pers. enk. hem 'em [m]
haar z(e)
het 't
1e pers. mv. ons -
2e pers. mv. ulle(n) / ulder -
3e pers. mv. hun z(e)

 

Voorbeelden:

  • Voorwerpsvormen als voorwerp in de zin:
    • z'is m'altijd blijven steunen (ze is me altijd blijven steunen)
    • ik had u ni' gezien (ik had jou niet gezien)
  • Voorwerpsvormen na een voorzetsel
    • ze woond al een jaar boven mij
    • da paksken is voor u (dat pakje is voor jou)
    • ik heb het ook aan hun gevraagd (ik heb het eerst aan hen gevraagd)

 

In de derde persoon mannelijk enkelvoud is de gereduceerde voorwerpsvorm, 'em (uitgesproken met een doffe e), identiek aan de gereduceerde onderwerpsvorm bij inversie. Ook hier geeft het weglatingsteken dus aan dat de eindmedeklinker van het woord vr 'em verstemloosd wordt waar dat normaal niet het geval is vr een klinker. Wanneer de begin-h van de volle vorm hem niet uitgesproken wordt begint ook dat woord met een klinker maar treedt die verstemlozing niet op, zoals de voorbeelden illustreren.

    • ze zag ons ni staan [zaG-ons]
    • ze zag hem ni staan [zaG-m] of [zach hm]
    • ze zag 'em ni staan [zaCH-m]

 

In de derde persoon vrouwelijk enkelvoud gebruikt men voor personen bijna altijd de volle vorm haar en voor objecten bijna altijd de gereduceerde vorm z(e). Hetzelfde geldt voor de derde persoon meervoud met hun en z(e).

    • ik heb haar vandaag nog ni' gesproken
    • die tafel stond in m'ne weg dus ik heb ze verzet
    • w'hebben hun ni' zien staan (we hebben hen niet zien staan)
    • ik heb z'allemaal opgegeten (ik heb ze allemaal opgegeten)

 

In bijna alle Vlaamse streektalen wordt overigens de vorm heur gebruikt i.p.v. haar. Men zou die vorm dus ook in het algemene taalgebruik kunnen verwachten, maar wellicht denken de meeste mensen dat hij specifiek is voor hun streektaal en gebruiken ze daarom het algemener aanvoelende haar. Heur is daarom n van de algemene dialectwoorden waarvan we het gebruik in algemeen Vlaams aanbevelen.

 

Voor de tweede persoon meervoud bestaan net als bij de onderwerpsvormen een hele reeks verschillende Vlaamse vormen. Vooralsnog is geen van deze vormen dominant, maar ze lijken bijna allemaal sterk op n van de twee vormen die we hier presenteren: ulle(n), dat bij gijle(n) hoort, en ulder, dat bij gulder hoort. Merk op dat de meervoudsvormen gijle en ulle aansluiten bij de enkelvoudsvormen gij en u.

    • ik was ulle bijna vergeten (ik was jullie bijna vergeten)
    • hij was ullen aan 't bespioneren (hij was jullie aan het bespioneren)
    • we zullen ulder morgen bellen (we zullen jullie morgen telefonere)

 

Voor de derde persoon meervoud wordt naast hun ook de Nederlandse vorm hen gebruikt.

 

De gereduceerde vormen worden zelden gebruikt na een voorzetsel: combinaties als achter me en in me hoort men in het Vlaams bijna nooit.

 

Wanneer men over objecten spreekt i.p.v. personen zet men geen voorwerpsvorm na een voorzetsel maar zet men vr het voorzetsel er of der:

    • onder een persoon = onder hem/haar
    • onder een ding = eronder of deronder.

Forumdiscussie over dit artikel — 34 berichten
Verwijzingen naar dit artikel: